Het naakte lichaam en menselijke seksualiteit zijn al lang geen taboebrekers meer. De tijd dat films zoals Last Tango in Paris, L’empire des sens en Salò choqueerden ligt ver achter ons. Maar toch is het seksuele lichaam populairder dan ooit bij cineasten. Niet omdat ze commercieel willen scoren met een ‘sexy’ film maar omdat ze graag metaforische verhalen vertellen over mensen en thema’s van nu. Lichaam en geest, schuld en boete zijn vandaag in de filmzalen weer innig verstrengeld. Een kwartet recente films – The Invader en Shame, Sleeping Beauty en L’Apollonide– illustreert zowel de hernieuwde fascinatie voor het seksuele lichaam als de terugkeer van een puriteinse moraal.
“We leven in een tijd van controles en verboden,” verzucht de permanent opgejaagde regisseur Roman Polanski, “we zijn helaas ver afgedreven van de mei ’68 slogan ‘het is verboden om te verbieden’”. Het is een boeiende paradox: terwijl de samenleving steeds intoleranter wordt en de overheid privacy verder blijft versnipperen lijkt transgressie uit de cinema gebannen. Waar zijn de films die grenzen overschrijden, die verontrusten? Waar zijn de filmmakers die verboden negeren, die taboes doorbreken? Of zijn dat foute vragen en worden er gewoon andere transgressieve inhouden overgebracht?
“The road is life” en “We blew it!”. Tussen droom en ontnuchtering, tussen optimisme en vertwijfeling, tussen hoop en melancholie gaapt een kloof van 12 jaar overbrugd door de odyssee van een generatie. Het eerste statement schreef Jack Kerouac anno 1957 neer in ‘On the Road’, de moeder van alle roadnovels, de tweede uitspraak is die van een biker in Dennis Hoppers uit 1969 daterende Easy Rider, de moeder van alle roadmovies.
jan 7, 2016 // by Ivo De Kock // actueel, genre, sciencefiction, thema // Reacties uitgeschakeld voor Sciencefiction van Metropolis tot Terminator Genisys: Mens, machine en de transformatie van cinema
TERMINATOR GENISYS: Artificiële intelligentie en het einde van de mensheid
Terwijl onder meer Stephen Hawking, Noam Chomsky en (professor robotica) Noel Sharkey waarschuwen voor het gevaar van autonome wapensystemen (‘killer robots’), mengen ook filmmakers zich in het debat. Chappie, Terminator Genisys en Ex-Machina plaatsen begrippen zoals ‘artificiële intelligentie’ en ’technologische singulariteit’ mee op de agenda. Tegelijk zeggen ze ook iets over de stand der dingen op filmvlak.
“Das ist mir Wurst” zei Gouden Palm-winnaar Michael Haneke tijdens het jongste filmfestival van Cannes, “het kan me geen zak schelen of Amour nu genot of ergernis opwekt, het is een persoonlijk verhaal dat ik moest vertellen en dat me via pijnlijke loutering plezier oplevert”. Plezier is elk jaar opnieuw taboe tijdens de grootste filmshow op aarde. Want het rijmt op entertainment en wordt geassocieerd met barbarij. Te commercieel, te hedonistisch.
“Mijn opzet was door personages aan beide zijden te vermenselijken een proces van verzoening op te starten” zei Nate Parker in Deauville. Hoe moeilijk en noodzakelijk dat is bleek nogmaals toen de Amerikaanse pers in Venetië zijn urgent drama American Skin aan de schandpaal van het identiteitsdenken nagelde.
‘The End‘. Met dit nummer uit het debuutalbum van The Doors opent Apocalypse Now, de ultieme Vietnamfilm uit 1979. 40 jaar later tracht een 80-jarige Francis Ford Coppola met een Final Cut de film die hem is gaan symboliseren los te laten. “I”ll never look into your eyes again.” Het is nu aan de kijker om van de filmtrip een eindeloos avontuur te maken.
In Denis Villeneuve’s emotionele sciencefiction prent Arrival wordt een vertaalster opgetrommeld om de taal van buitenaardse bezoekers te decoderen. Kwestie van een antwoord te vinden op dé vraag die angstige aardbewoners bezighoudt: “What’s your purpose on earth?“.
Bij zijn release in 1966 was Gillo Pontecorvo’s The Battle of Algiers een omstreden kleine film maar 50 jaar later is hij zoals Paul Greengrass stelt “one of the unquestioned cinematic masterpieces.” Een intense bevrijdingsfilm en een sterk staaltje cinema dat inspiratie vond in het neorealisme en inspiratie bood aan geëngageerde en wereldcineasten.
Hollywood lijkt vaak een wereldvreemde zeepbel maar twee onafhankelijke Amerikaanse filmmakers verrasten recent wel met ontluisterende en politiek kritische genrefilms over de kredietcrisis van 2007-2008 die ontstond toen de huizenmarkt-bubbel uiteenspatte. Ramin Bahrani focust met de tragische thriller 99 Homes op de slachtoffers, Adam McKay brengt met de dramatische zwarte komedie The Big Short de verantwoordelijke geldmannen in beeld. Die laatste film, bekroond met de Oscar voor beste geadapteerde scenario, is zo complex dat de dvd-release welkom is om alle nuances te vatten.