Een gigantische vis, een weerwolf, een reus en een zingende Siamese tweeling. De bizarre Big Fish-creaturen zijn echo’s van monsters uit de horror- en sciencefictionfilms die de fantasie van de jonge Tim Burton prikkelden.
Tien jaar moest Mike Flanagan (° 1978) werken als monteur voor hij, met dank aan Kickstarter, zijn debuut als onafhankelijk regisseur mocht maken met Absentia (2011) maar dan ontpopte hij zich op korte tijd met vijf films tot nieuwe horrormeester.
2016, het jaar waarin een cameo-acteur uit Home Alone het tot Amerikaanse president schopte, zal ook in de Hollywoodgeschiedenis geboekstaafd staan als uitermate donker. Want de zelfvernietiging van de filmindustrie leek ingezet. “Box Office Meltdown” titelde Variety en Film Comment bevestigde dat “the year did turn out to be a disaster”.
De ‘American Independents’ mogen dan vaak tussen twee stoelen – arthouses en multiplexen – vallen, regelmatig duiken er talenten op die alles hebben om de grote cineasten van morgen te worden. Vorig jaar was er Benh Zeitlin (Beasts of the Southern Wild), dit jaar liepen Ryan Coogler (Fruitvale Station) en David Lowery in de kijker. Met het Texaanse sprookje Ain’t Them Bodies Saints, een rustig meanderend intiem verhaal tegen een epische achtergrond, tekent Lowery zelfs voor de revelatie van 2013.
“Ik wil dat je als kijker iets voelt,” aldus Stuart Gordon, “woede, angst, frustratie, opwinding, herkenning, plezier. Film moet je het leven laten proeven. En er je even bij laten stilstaan. Wat je als kunstenaar wil is mensen dingen anders laten zien. En daarvoor moet je tot hen doordringen. Soms door taboes te doorbreken, soms door tegen de stroom op te roeien”. Stuck trof het BIFFF-publiek in ‘08 als een mokerslag, won een Zilveren Raaf maar haalde achteraf bij ons de bioscoop niet. Maar in het jaar dat Gordons cultsucces Re-Animator zijn 25ste verjaardag viert, is deze op waargebeurde feiten gebaseerde thriller eindelijk dankzij dvd te bewonderen. Tijd voor een gesprek met de horrormeester.
Niemand komt heelhuids uit Crash. De ‘Grote Prijs’ van DeauviIle rukt de maskers af van àlle grootstadbewoners. “Wij zijn goed, zij slecht, zo eenvoudig is het niet,” zegt regisseur Paul Haggis, “ik wil je als kijker eerst één ding laten geloven en je daarna iets anders laten zien”.
De internationale migratiestromen, en vooral die van Zuid naar Noord en van ontwikkelingslanden naar Westerse rijke landen, zorgden de laatste jaren in Europa helaas voor veel onbegrip en vijandige reacties. Gelukkig ook voor empathie bij heel wat mensen en daarbij speelden filmmakers zeker een rol.
“Omdat onafhankelijke films de toekomst van de Amerikaanse cinema belichten introduceerde ik 25 jaar geleden een competitie,” benadrukte directeur Bruno Barde bij de start van de 45ste editie van het American Film Festival van Deauville, “die competitie bleef maar aan belang winnen en leverde heel wat markante revelaties op.” Dat was dit jaar opnieuw het geval, met opvallend veel sterke indies geregisseerd door debutanten én vrouwelijke filmmakers.
De 45ste editie van het Normandische Deauville American Film Festival stond in het teken van onafhankelijke filmmakers en ‘empowerment’. Vrouwen boven met forse statements van Geena Davis, een pak vrouwelijke filmmakers én prijswinnaar Bull van Annie Silverstein.
Van 6 tot 15 september loopt in de Normandische badstad Deauville de 45ste editie van het ‘Festival du Cinéma Américain de Deauville’. “Een dubbele feesteditie” zegt festivaldirecteur Bruno Barde verwijzend naar 45 jaar festival en 25 jaar competitie, “waarmee we de rijkdom van de figuren en de films die onze verbeelding verfraaien in de verf willen zetten.”