In Cinema Paradiso is het altijd feest. Het nimmer eindigende debat over de crisis van de onafhankelijke cinema in het algemeen en auteurcinema in het bijzonder wordt ook de laatste maanden weer vurig gevoerd. Maar is die malaise niet eigen aan kunstenaars die kinderlijke verwondering koesteren en gedreven worden door gezond wantrouwen? En is de ondergrens die bepaalt wanneer kunst een hobby wordt geen verzinsel van vaklui die conformisme verwarren met creativiteit?
De Israëlische scenarist-regisseur Eran Kolirin (° 1973) verwierf in 2007, met dank aan het filmfestival van Cannes, internationale roem met zijn langspeelfilmdebuut, de muzikale dramatische komedie The Band’s Visit (Bikur Ha-Tizmoret). Zijn tweede, het drama The Exchange (Hahithalfut), maakte minder indruk en haalde in België zelfs de zalen niet. Gelukkig slaagde Kolirin erin om, opnieuw dankzij Cannes, een succesvolle comeback te maken met het existentiële drama Beyond the Mountains and Hills (Me’ever Laharim Vehagvaot).
Een zondvloed Amerikaanse en Britse Irakfilms overspoelde in 07 de zalen in de VS. Veelal lege zalen. Wat de vraag oproept of cinema wel een oorlog in beeld kàn brengen terwijl het conflict nog woedt.
“De gekte van die tijd sprak me aan” zegt Der Baader Meinhof Komplex-regisseur Uli Edel. “Het interesseerde me om een personage tot leven te brengen dat deel uitmaakt van ons collectief onderbewustzijn, dat doet dromen door zijn erecode” stelt Mesrine-cineast Jean-François Richet. Filmmakers krijgen niet genoeg van cinema over de lotgevallen van terreurgroep RAF en gangster Jacques Mesrine tijdens de jaren 70, de ‘loden tijd’ in Europa. Doodsdrift vormt de rode draad door romantische actiespektakels waar reflectie passeert via amusement. Heel anders dan het ‘tegenbeeld’ dat tijdgenoten zoals Fassbinder voor ogen hadden.
“Wanneer je filmkijkers de waarheid wil vertellen, wees dan grappig of ze verscheuren je” benadrukte Billy Wilder. Met zedenkomedies zoals Some Like It Hot en The Apartment nam de Amerikaanse regisseur in de jaren ’50-’60 op komische wijze maatschappelijke codes op de korrel. Maar ook cineasten die geen komediespecialisten zijn doen vaak een beroep op humor om tegen het heersende wereldbeeld aan te schoppen. Lachen is immers een vorm van verzet terwijl humor de samenleving weerspiegelt.
Meer dan 4 jaar na de Amerikaanse invasie van Irak trekt ook Hollywood ten strijde. Op een ogenblik dat de Amerikanen de oorlog beu zijn – 2 op 3 zijn voor terugtrekking van de troepen – en de populariteit van de regering Bush in vrije val lijkt, mengt de filmindustrie zich in het conflict. Tijdens een najaar dat traditioneel in de greep van Oscarkoorts zit, wordt een batterij louterende en/of politieke films in stelling gebracht.
Een veelfilmer is de in Ethiopië geboren en tijdens de sixties naar de V.S. geëmigreerde onafhankelijke cineast Haile Gerima niet. Maar de regisseur van Sankofa en Teza heeft boeiende dingen te vertellen over blanke mainstream cinema, zwarte filmmakers, problematische filmrestauraties, dekolonisering van de geest, de Afrikaanse diaspora, de nood aan verzet en de verheerlijking van ‘zijn’ filmcollectief L.A. Rebellion.
Een in de vergetelheid gesukkeld maar nog altijd fascinerend én omstreden hoofdstuk van de Amerikaanse filmgeschiedenis is dat van de ‘race films’. Deze populaire op een zwart bioscooppubliek gerichte films met een volledig zwarte cast werden geproduceerd buiten het Hollywood establishment in de periode tussen 1915 en eind jaren veertig. Ze boden Afro-Amerikaanse pioniers de kans een eigen stijl en thematiek te ontwikkelen maar verdwenen met de segregatie. Om daarna denigrerend bekeken te worden door nieuwe generaties zwarte filmmakers. Dankzij de digitale restauratie van de in slechte staat verkerende 16 mm kopieën komen de pioniers opnieuw in beeld.
De grote massa van bioscoopbezoekers en dvd-kijkers heeft een broertje dood aan verveling. De filmindustrie is daarvan op de hoogte en produceert daarom veelal films waarbij geen tijd wordt gelaten aan de consument om zich van een relatie tussen hem en wat hij ziet bewust te worden. Alles blijft in beweging om vooral niet stil te moeten staan bij het feit dat cinema een dialoog voert met de wereld. Maar terugkijken vertraagt de blik en een kleine ‘retrospectieve’ van klassiekers toont hoe beelden iets zeggen over mensen en hun verbeelding.
“De mens is wat hij doet” wist de Franse schrijver André Malraux. “Kijk hoe mensen feesten en je weet wie ze zijn” vullen veel cineasten aan. Het begrip ‘feest’ wordt gedefinieerd als een samenkomst van een onbepaald aantal personen ter gelegenheid van een heuglijke gebeurtenis of een gedenkdag. De gebeurtenis is vaak een mijlpaal in het leven (geboorte, verjaardag, overgang naar jong volwassenheid, huwelijk) of een collectief (soms religieus) ritueel (Kerstmis, nieuwjaar, nationale feestdag, buurtfuif). Maar feesten kunnen ook zonder directe aanleiding plaatsvinden en een groep, familie of gemeenschap genot en plezier verschaffen. Vaak dankzij voedsel, drank en muziek. In films zeggen feestjes veel over de aanwezigen maar nog meer over de samenleving.