The Invisible Life of Eurídice Gusmão, de zevende film van de Braziliaanse visuele kunstenaar en filmmaker Karim Aïnouz (Madame Sata), is een Sirkiaans feministisch melodrama over de zoektocht van twee zussen naar elkaar en naar emancipatie in het patriarchale Rio van de fifties. Een subtiel en krachtig pleidooi voor een vrouwelijke blik.
Het Trump tijdperk inspireert de Amerikaanse onafhankelijke filmmaker Wes Anderson om, in zijn na Fantastic Mr. Fox tweede stop-motionavontuur, voor het eerst een politiek geladen fabel te vertellen. Al blijft zijn Japanse animatie dystopie Isle of Dogs vooral speels en aaibaar. Anderson kwispelt en blaft maar laat het grommen en bijten achterwege.
Tijden veranderen.Daar waar de uit 1990 daterende en in de sixties spelende eerste verfilming van Stephen Kings 1.138 pagina’s tellende turf ‘It’ in nostalgie en melancholie gedrenkt was en vooral via suggestie angst creëerde is de in de jaren tachtig gesitueerde 2017 versie brutale, apocalyptische en expliciete horror die ons via effecten wil doen schrikken en walgen.
In een steeds meer beangstigende wereld werkt horror blijkbaar geruststellend en louterend. Getuige het commerciële succes van twee markante bronnen van angst en hoop in 2017: de raciale horrorsatire Get Out en de Stephen King verfilming It. wereldwijd de grootste horrorhit ooit.
De helse taferelen van Pieter Breughel de Oude sierden de muren van het huis waar het familiaal psychodrama Krisha (2015) explodeerde en ook in de tweede film van de Amerikaanse onafhankelijke filmmaker Trey Edward Shults, de post-apocalyptische horrorthriller It Comes at Night, komt ‘De triomf van de dood’ nadrukkelijk in beeld wanneer de camera door de donkere gangen van een afgelegen huis glijdt. Brueghels nachtmerrieachtige chaos weerspiegelt in beide gevallen de emotionele en morele crisis die ontstaat wanneer een familie van binnenuit wordt aangevallen.
De opgang van Columbia, begin jaren dertig een kleine studio, was het werk van twee verwante zielen: de verlichte despoot Harry Cohn en de (eerste) zelfverklaarde auteur Frank Capra. Studiobaas Cohn gaf zijn favoriete regisseur, en aanvankelijk enige ster, creatieve ruimte en Capra bedankte door voor commercieel succes (Platinum Blonde), respect (Mr. Deeds goes to town) en waardering (Mr. Smith goes to Washington) te zorgen. Toen Frank Capra uiteindelijk de studio verliet, had Columbia macht en sérieux verworven.
“Ik kan niet van mijn moeder houden en ook niet nièt van haar houden. Er zijn honderden mensen van wie ik meer hou” zegt Hubert, de protagonist van J’ai tué ma mère. Een repliek die de toon zet van een even claustrofobisch als beklemmend coming-of-age relaas waarmee de nog geen 20-jarige regisseur, producent, artistiek leider én protagonist Xavier Dolan ophef maakte tijdens het festival van Cannes in 2009. Van de nevensectie Quinzaine des Réalisateurs zou hij de volgende jaren bliksemsnel evolueren naar de hoofdsecties van het festival. De worsteling met artistieke aspiraties, de zoektocht naar seksuele geaardheid, de wonden geslagen door familiale relaties en de confrontatie met vriendschap en afwijzing zouden de rode draad door zijn oeuvre worden.
Nog voor de sixties en Woodstock pionierde fotograaf Bert Stern met de registratie van een meerdaags muziekfestival. Jazz on a Summer’s Day werd een historisch document en de eerste markante concertfilm.
“Mijn eerste films gingen over teenagers,” zei François Ozon in Cannes, “daar wou ik naar terugkeren om een andere visie te geven op deze vaak geïdealiseerde periode. Voor mij was dat immers een moeilijke tijd”. Na een resem vaak hypergestileerde en soms emotioneel gladgestreken films (Swimming Pool, Angel, Ricky, Potiche) grijpt de Franse cineast met Jeune & Jolie terug naar de rauwe emoties en de brutale kilte van zijn vroege films (Sitcom, Les amants criminels, Sous le sable).
Jean-Pierre en Luc Dardenne: Le jeune Ahmed – Foto Christine Plenus
Met ‘Le jeune Ahmed’ dingen Jean-Pierre en Luc Dardenne tijdens het filmfestival van Cannes voor een achtste keer mee naar de Gouden Palm, een prijs die ze al twee keer in de wacht sleepten. Na twee door bekende actrices vertolkte sociale drama’s, Deux jours, une nuit (Marion Cotillard) en La fille inconnue (Adèle Haenel), knopen de Luikse broers weer aan bij een rauwe en intense realistische cinema gedragen door onbekende acteurs. Het onderwerp is explosief: radicalisering.