“We zijn iemand vergeten te nomineren: Harold Ramis voor Cadyshack, Ghostbusters en Groundhog Day” zei Bill Murray tijdens de laatste Oscaruitreiking. Een eerbetoon aan zijn overleden vriend, de scenarist van de cultfilm Groundhog Day. Een kleine, Capra-achtige romantische komedie die uitgroeide tot de lijffilm van een heterogene groep mensen. “Geen enkele film waaraan ik heb gewerkt kreeg dit soort aandacht uit zoveel verschillende richtingen,” aldus Ramis, “mensen keren er tijdens verschillende levensfases naar terug om er andere dingen in te ontdekken”.
“Een jongeman van nergens die nergens heenging”, zo typeert Dito Montiel zichzelf in A Guide to Recognizing Your Saints. De zoon van
een Nicaraguaanse immigrant en een Ierse moeder schreef in zijn autobiografische roman over een bewogen jeugd op straat in zijn geboortewijk Queens.
Na zijn geweld- en wraaktrilogie Oldboy, Sympathy for Mr. Vengeance en Lady Vengeance bleef de voormalige Zuid-Koreaanse filmcriticus Park Chan-Wook zich met Thirst profileren als een begenadigd genrefilmer. Met de duistere erotische psychologische puzzelthriller The Handmaiden schuift hij meer op richting romantisch melodrama. Maar Park Chan-Wook is nog altijd gespecialiseerd in visueel sensationele, zintuigelijke cinema. Allesbehalve mainstream.
Een masterclass in subtiel acteren, zo zou je het zich in België afspelende Hannah kunnen noemen. Lesgeefster is de onlangs ook al in Red Sparrow sublieme Charlotte Rampling. Regisseur is Andrea Pallaoro, de Italiaanse maker van de studie van wanhoop en vervreemding Medeas, die andermaal een donkere film aflevert waarin minimalisme en miserabilisme verstrengelen.
De eigen ruiten ingooien lijkt een specialiteit van Robert Schwentke. De Duitse regisseur van Tattoo, die na dertien jaar Hollywood (Flightplan, Divergent) terugkeert naar eigen land, verknoeide de actiefilm RED door een ridicuul ‘grappig’ slot en ook Der Hauptmann haalt hij onderuit met een epiloog die de illusie vernietigt en het oorlogsdrama herleidt tot een soort verborgen camera grap. Een didactische grap want de verwijzing naar de experimenten die Stanley Milgram voerde naar de relatie tussen macht en gehoorzaamheid is overduidelijk bedoeld om een parallel te trekken tussen historische bloeddorstigheid en hedendaagse apathie. Maar humor en theatraliteit houden daarbij de realiteit – zowel het tijdsgewricht als de maatschappelijke machtsstructuren – uit beeld.
“Na 60 afwijzingen door literaire agenten in twee jaar tijd dacht ik niet dat mijn boek ooit een film zou worden,” zei schrijfster Katherine Stockett tijdens het festival van Deauville. Haar beste vriend Tate Taylor geloofde in The Help lang voor het boek met 2 miljoen verkochte exemplaren een bestseller werd. Het box office succes van de film bewees zijn gelijk, “dit verhaal is zo authentiek, menselijk en herkenbaar dat het wel moest aanslaan”.
“Wanneer ik een kat ben, kan ik dan kattenbrokken eten” vraagt een meisje aan het einde van Les Herbes Folles. Vijftig jaar na de cinematografische atoombom Hiroshima mon amour – voor Eric Rohmer “de eerste moderne film van de geluidscinema” – verrast de 87-jarige Resnais met een speelse romantische fantasie over een ‘amour fou’, een door stemmen geritmeerd absurd verhaal dat André Bretons surrealisme verstrengelt met Hollywoodmelodramatiek. De oude meester blijft vernieuwende, moderne films maken.
Na lyrische filmgedichten (The Thin Red Line, The Tree of Life) en experimentele essays (To the Wonder, Knight of Cups, Voyage of Time, Song to Song) knoopt Badlands cineast Terrence Malick weer aan met narratieve cinema. A Hidden Life laat in een met Days of Heaven verwant agrarisch universum nazi terreur botsen met harmonie, liefde en morele principes.
“Ik spreek niet over een lectuur op het tweede niveau maar de prent is als suspensefilm wél grappig,” zei David Cronenberg toen hij A History of Violence voorstelde in Cannes, “de balans tussen ernst en humor is lastig maar het ene sluit het andere toch niet uit? Het verschilt van een Tarantino- pastiche die verwijst naar oude films. De referenties gaan terug op míjn leven; we trokken naar Philadelphia en kwamen dingen aan de weet over maffiosi. Hun gedrag en omgang zijn apart. Zij zien het leven als een opera. Het laatste deel is niet aangedikt; ze zijn geestig én formeel. Hun ego is groot en ze leven in een vreemde cocon. Het spel van William wordt zo komisch én sinister maar erg realistisch. De spanning tussen tragische, oprechte en kolderieke emoties is af en toe bijna tastbaar”.
Home is nog altijd maar de vierde langspeelfilm van Fien Troch (°1978) en toch heeft de Vlaamse en in Brussel wonende cineaste al een hele evolutie doorgemaakt. Terwijl haar eerste drie films vooral in het filmfestival circuit hoge ogen gooiden, breekt ze met haar nieuwste ook door bij een ruimer publiek. Ook al blijft ze met de Film Fest Gent winnaar trouw aan haar centrale thema, communicatiestoornis tussen generaties, en maakt ze nog altijd cinema die wringt.