In 1981 draaide de Tsjechisch-Amerikaanse cineast Ivan Passer de in sixties spirit gedrenkte ultieme seventies film Cutter’s Way. Een melancholische en bescheiden neo-noir die samen met de megalomane western Heaven’s Gate kapseisde en later net als Cimino’s film maudit de status van cultklassieker en spiegel van de Amerikaanse nachtmerrie verwierf.
“Honoré zei me dat hij een hommage aan de Nouvelle Vague voor ogen had, en we weten welke plaats Jean-Pierre Léaud daar innam,” antwoordde Louis Garrel toen Le Monde hem vroeg waarom zijn personage en vertolking naar Truffauts fetisjacteur verwees, “maar van het woord ‘hommage’ hou ik niet, het doet me denken aan een begrafenis. Ik verkies ‘citaat’. We hebben dus gespeeld met filmcitaten, een beetje op de manier van echte amateurs”.
“Wie anders dan Christopher Nolan zou een triomfantelijke oorlogsfilm kunnen maken over een smadelijke militaire nederlaag?” vroeg Pete Travers in Rolling Stone n.a.v. het Amerikaanse Dunkirk. Joe Wright kunnen we antwoorden na Darkest Hour, een Britse biopic waarin premier Winston Churchill de woorden zoekt om hoop te creëren in donkere tijden.
Niemand vindt zoveel menselijkheid in beschadigde personages als Todd Solondz. Of zoveel humor in tragiek. Dark Horse is zijn warmste film over beschadigde zielen in een zieke wereld.
mei 16, 2017 // by Ivo De Kock // actueel, Algemeen, cult, drama, film, genre, regisseur, thema // Reacties uitgeschakeld voor Julie Dash’s Daughters of the Dust: Het symfonische filmgedicht dat Beyoncé inspireerde
DAUGHTERS OF THE DUST
Julie Dash’s Afro-Amerikaanse vrouwenfilm Daughters of the Dust gold in 1991 als de eerste grote bioscooprelease van een zwarte vrouwelijke filmmaker. Ruim 26 jaar later en een cultstatus rijker wordt dit symfonisch filmgedicht in een gerestaureerde versie uitgebracht.
“Ik veroordeel niets, ik keur niets goed,” zegt de huisbazin van Hester Colver, de vrouw die rechter Sir William Collyer verliet voor de jonge piloot Freddie. Een passionele affaire waar ze haar veilige leven voor op het spel zet. De houding van de huisbazin in The Deep Blue Sea om mensen te laten primeren op morele oordelen, is ook die van Terence Davies.
De Franse parttime filmmaker en muzikant Quentin Dupieux is een fulltime absurdist die naast de culthit Rubber ook nog knotsgekke films als Réalité, Wrong en Au Poste! op zijn naam heeft staan. Met Deerskin aka Le daim draaide hij zijn beste film. Een heerlijke, en bloederige, zwarte komedie met Jean Dujardin en Adèle Haenel.
“Ooit komt de pijn terug” besluit De rouille et d’os, verwijzend naar de gebroken hand én de getormenteerde ziel van Ali. Verleden, heden, toekomst; zoals steeds is alles problematisch bij Jacques Audiard. Reeds in Sur mes lèvres, De battre mon coeur s’est arreté en Un prophète toonde de scenarist-regisseur hoe het menselijk bestaan een constant gevecht is, hoe lichamen hun plaats trachten te vinden in een vijandig universum en hoe een individueel traject uitvergroot wordt door ongevallen en drama, door toeval en onrecht.
De ‘carrière’ van Des Hommes et des Dieux is een succesverhaal dat loopt van een enthousiast onthaal in Cannes over volle zalen bij de Franse release tot een triomf tijdens de Césars. Net slecht voor een trage film over pratende paters in een afgelegen klooster.
“Opvoeding is waarom we geboren worden,” zei Tony Kaye (American History X, Lake of Fire) in Deauville, “we worden geboren om te leren, om zelf beter te worden maar ook om anderen te helpen, om te onderwijzen”. Zijn in documentair realisme badende Griekse tragedie Detachment is de kroniek van drie bewogen weken uit het leven van verschillende leraars, schoolmedewerkers en studenten. Bekeken door de ogen van Henry Barthes, een plaatsvervangend leraar die zich perfect voelt in een rol die hem toelaat van school naar school te gaan om kennis over te dragen zonder een band op te bouwen met de leerlingen.