Afghanistan is al zo lang in het nieuws dat we denken het land te kennen. Toch prijkt het als reisbestemming op het lijstje van weinig mensen. Op dat van enkele documentairemakers na. Want Gentenaar Pieter-Jan De Pue, die met zijn documentaire The Land of the Enlightened (2016) indruk maakte tijdens het gereputeerde Sundance Film Festival begin 2016, was niet de eerste rare snuiter die met camera en crew naar Afghanistan reisde.
De geest van Kurt Cobain waart al een tijdje door het werk van Gus Van Sant. Het Nirvana-boegbeeld duikt op in de roman ‘Pink’, een literaire verwerking van Van Sants verdriet na de dood van My Own Private Idaho-acteur River Phoenix. Cobains permanente ambivalentie m.b.t. zijn talent en positie in de (muziek)wereld verscheurt ook het jonge genie van Good Will Hunting. Terwijl de Nirvana-hit ‘Smells Like Teen Spirit’ de sfeer van Elephant perfect vat. Na bijna 10 jaar voorbereiding is er nu Last Days. Geen biopic, wel een spirituele meditatie over eenzaamheid, vervreemding en dood “ter nagedachtenis aan Kurt Cobain”.
Twee jaar na zijn alom geprezen hit Easy Rider regisseerde Dennis Hopper met The Last Movie zijn tweede film. Gerestaureerd blijkt deze uitgespuwde flop uit 1971 een chaotische maar mooie trip.
Edward Kennedy was minder populair en mediageniek dan zijn broers Bobby en John Fitzgerald Kennedy. Over het zwarte schaap van de machtige clan zijn dan ook amper films gemaakt. The Last Son, de originele titel Chappaquiddick verwijst naar het dodelijk ongeval dat de senator in de doofpot trachtte te stoppen, wekt sympathie voor een tragische figuur.
“The Band has been together on the road for sixteen years. We gave our final concert and we called it ‘The Last Waltz’. Some friends came along and gave us a hand.” Aldus Robbie Robertson in Martin Scorsese’s ‘labor of love‘ The Last Waltz. De ultieme muziekfilm. Waar Scorsese de puntjes op de i zet: “They weren’t just friends.” “No, they were some of the greatest influences on a whole generation,” geeft Robertson toe, “we wanted it to be more than just a concert. We wanted it to be a celebration.“
“Hoe goed je het ook voorbereidt, het blijft live,” zegt Martin Scorsese in de documentaire die op de Blu-ray van The Last Waltz terugblikt op de ultieme muziekfilm, “bij elke live-opname ben je afhankelijk van zaken als toeval of het lot. Je hebt nooit alles in de hand. Ik heb wel gezorgd dat we op mijn draaiboek konden terugvallen.” Zijn opzet was duidelijk: “Het ging mij om de muziek, hoe die werd gebracht. Het draait om de band met de artiesten. De camera’s bleven op hen gericht.” The Last Waltz is een blijft een feest. Ook voor de toeschouwers.
Toen Otto Preminger in 1961 overleed, werd in de in memoria vooral geschreven over de figuur van Preminger. Altijd dezelfde anekdotes werden opgedist, anekdotes die niet verder gingen dan heet wat excentrieke imago van deze Amerikaanse regisseur van Oostenrijkse afkomst. Het beeld dat zo van Preminger werd geschetst bleef steken bij de rol die zijn landgenoot Billy Wilder hem in Stalag 17 gaf, namelijk die van een tierende tiran.
Energiek, intens, creatief; de emotionele filmbommen van het Canadese wonderkind Xavier Dolan blijven indruk maken. Dat hij nog lang niet opgebrand is bewijst hij andermaal met Laurence Anyways.
“Ik voel me aangetrokken totmensen die hun gewone bestaan opgeven en een ander leven zoeken,” zegt Leave no Trace regisseur Debra Granik, “bovendien fascineren mensen die vergeten worden door de samenleving me.”
Kan je ontsnappen uit het systeem? Die vraag onderzoekt de Amerikaanse onafhankelijke cineaste Debra Granik in Leave no Trace, een adaptatie van Peter Rocks ‘My Abandonment’. Niet toevallig was Granik een van de vrouwelijke filmmakers die bij de recente Oscars onder de radar van de Academy of Motion Pictures bleef. Ze vermijdt stereotiep actiespektakel en toont “respect voor het lef van mensen die ervoor kiezen om weg te lopen van de digitale wereld.” Bij ons paste ‘Leave no Trace’ niet in het bioscooplandschap, gelukkig biedt dvd een uitweg.