“De dolle schutter die in ‘89 meer dan een dozijn vrouwelijke slachtoffers maakte op een school in Montréal zorgde voor een diep trauma bij de Canadezen omdat zijn daad gemotiveerd was door vrouwenhaat” zei Denis Villeneuve (Maelström) na de vertoning van het stijvol zwart-witte Polytechnique tijdens het Filmfestival van Cannes 2009, waar zijn film geselecteerd was voor de Quinzaine des Réalisateurs.
“De pers is er om de geregeerden te dienen en niet de regeerders.” Dit statement, verwijzend naar de freedom of the press gegarandeerd door het Amerikaanse First Admendment én knipogend naar recente aanvallen op dit democratisch principe, vat aan het slot van The Post de nieuwste Steven Spielberg perfect samen.
The Post is vintage Steven Spielberg: een lekker spannende krantenthriller die van persvrijheid voorpaginanieuws maakt en zowel Meryl Streep als Tom Hanks omtovert tot superhelden.
Het is weinigen gegeven om de tijdsgeest zo goed en onderhoudend te ballen in filmverhalen als Steven Spielberg. Kort na elkaar snijdt hij vrouwenemancipatie en persvrijheid aan in The Post en knipoogt hij naar de heerschappij van pop en geek cultuur in Ready Player One. Fraaie staaltjes van respectievelijk nostalgische en futuristische retrocinema.
“Ik identificeerde me met dit persoonlijk verhaal,” zegt producent en regisseur Lee Daniels, “want ik kende alle personages. Maar toen ik met een financier sprak zei hij dat hij het gevoel kreeg pornografie te lezen”. De verfilming van dichteres Sapphire’s controversiële – want snoeihard realistische – roman ‘Push’ had vele voeten in de aarde. Na een triomfantelijke Sundance-première werden Precious én actrices Mo’Nique en Gabourey Sidibe echter overladen met lof en prijzen in Cannes, Deauville en Toronto. De Amerikaanse pers deelde het enthousiasme van ‘opinion leaders’ Oprah Winfrey en Tyler Perry, al zagen sommigen een weinig flatterend en te clichématig beeld van ‘de zwarten’. Dit steenhard maar steengoed drama laat niemand onverschillig.
“Er zijn overeenkomsten tussen wat illusionisten doen en hoe filmmakers werken,” stelt Christopher Nolan, “vooral in het vrijgeven van informatie en het betrekken van de toeschouwer via een p.o.v.”. The Prestige tovert met goocheltrucs en -technieken “voor de ogen van het publiek”.
“Prince of the City is visueel een erg gestileerde film” zegt regisseur Sidney Lumet (Dog Day Afternoon, Serpico, The Verdict) in een bonusdocumentaire, “terwijl iedereen vindt dat het echt oogt”.
“Suppose what your faith has said is essentially correct. Suppose there is a universal mind controlling everything, a god willing the behavior of every subatomic particle. Well, every particle has an anti-particle, its mirror image, its negative side. Maybe this universal mind resides in the mirror image instead of in our universe as wewanted to believe. Maybe he’s anti-god, bringing darkness instead of light. ” Aldus professor Edward Birack in Prince of Darkness. Een gekke professor of een gekke John Carpenter?
De Deense hybride animatiefilm Princess was in 2006 de opgemerkte openingsfilm van de Cannes sectie Quinzaine des Réalisateurs. Anders Morgenthaler verbaasde het festival met een woedende uithaal naar de porno-industrie via een tragisch verhaal van uitbuiting en geweld.
“Ik begon aan La Princesse de Montpensier alsof het mijn eerste film was,” stelt Bertrand Tavernier, “sinds L627 tracht ik telkens opnieuw een eerste film te maken”. Een ‘eerste film’ die verschilt van de vorige – het Amerikaans getinte In the Electric Mist – en inspeelt op het verlangen van de cineast van Coup de Torchon “om een film te maken die heel erg Frans is in zijn behandeling van gevoelens, zijn verhouding met de geschiedenis, zijn taal, zijn decors en zijn cultuur. Ik wou de 16de eeuw absorberen zoals ik me had laten doordringen van James Lee Burke’s Louisiana”. In Cannes kon niet iedereen zijn Madame de Lafayette-adaptatie smaken, maar Tavernier slaagt er met dit historisch passioneel drama wel in om emoties te vatten. Via licht, muziek, dialogen en acteurs.