Met gestileerde en in de geschiedenis van zijn land gedrenkte drama’s zoals Tony Manero, Post Mortem, No en El Club verwierf de Chileense cineast Pablo Larrain al een stevige arthouse reputatie maar in 2016 brak hij door met twee biopics die geen biopics waren. Twee sterk van elkaar verschillende films die twee nationale iconen portretteerden. De Amerikaanse presidentsvrouw Jacqueline Kennedy in Jackie en de Chileense communistische dichter Pablo Neruda in Neruda.
De Israëlische scenarist-regisseur Eran Kolirin (° 1973) verwierf in 2007, met dank aan het filmfestival van Cannes, internationale roem met zijn langspeelfilmdebuut, de muzikale dramatische komedie The Band’s Visit (Bikur Ha-Tizmoret). Zijn tweede, het drama The Exchange (Hahithalfut), maakte minder indruk en haalde in België zelfs de zalen niet. Gelukkig slaagde Kolirin erin om, opnieuw dankzij Cannes, een succesvolle comeback te maken met het existentiële drama Beyond the Mountains and Hills (Me’ever Laharim Vehagvaot).
Een zondvloed Amerikaanse en Britse Irakfilms overspoelde in 07 de zalen in de VS. Veelal lege zalen. Wat de vraag oproept of cinema wel een oorlog in beeld kàn brengen terwijl het conflict nog woedt.
“De gekte van die tijd sprak me aan” zegt Der Baader Meinhof Komplex-regisseur Uli Edel. “Het interesseerde me om een personage tot leven te brengen dat deel uitmaakt van ons collectief onderbewustzijn, dat doet dromen door zijn erecode” stelt Mesrine-cineast Jean-François Richet. Filmmakers krijgen niet genoeg van cinema over de lotgevallen van terreurgroep RAF en gangster Jacques Mesrine tijdens de jaren 70, de ‘loden tijd’ in Europa. Doodsdrift vormt de rode draad door romantische actiespektakels waar reflectie passeert via amusement. Heel anders dan het ‘tegenbeeld’ dat tijdgenoten zoals Fassbinder voor ogen hadden.
“Wanneer je filmkijkers de waarheid wil vertellen, wees dan grappig of ze verscheuren je” benadrukte Billy Wilder. Met zedenkomedies zoals Some Like It Hot en The Apartment nam de Amerikaanse regisseur in de jaren ’50-’60 op komische wijze maatschappelijke codes op de korrel. Maar ook cineasten die geen komediespecialisten zijn doen vaak een beroep op humor om tegen het heersende wereldbeeld aan te schoppen. Lachen is immers een vorm van verzet terwijl humor de samenleving weerspiegelt.
“Je stopt heel wat tijd in het schrijven van een boek, je zou er niet moeten over praten. Je kan er beter aan werken” zei de 73-jarige Amerikaanse auteur Cormac McCarthy onlangs in een gesprek met Oprah Winfrey n.a.v. zijn met de Pulitzer Prize bekroond boek The Road. Het was pas het derde interview ooit van de legendarische literaire kluizenaar die geldt als de grootste levende Amerikaanse schrijver. De auteur van No Country for Old Men onderzoekt als geen ander de relatie tussen mannelijkheidscultus, geweld en het Amerikaanse Westen.
Een in de vergetelheid gesukkeld maar nog altijd fascinerend én omstreden hoofdstuk van de Amerikaanse filmgeschiedenis is dat van de ‘race films’. Deze populaire op een zwart bioscooppubliek gerichte films met een volledig zwarte cast werden geproduceerd buiten het Hollywood establishment in de periode tussen 1915 en eind jaren veertig. Ze boden Afro-Amerikaanse pioniers de kans een eigen stijl en thematiek te ontwikkelen maar verdwenen met de segregatie. Om daarna denigrerend bekeken te worden door nieuwe generaties zwarte filmmakers. Dankzij de digitale restauratie van de in slechte staat verkerende 16 mm kopieën komen de pioniers opnieuw in beeld.
“Alles stroomt en niets is blijvend” wist Heraclitus. Al heb je vaak de indruk dat alles terug komt. Zo ook de huidige revival van de documentaire die herinnert aan de vorige hoogdagen midden jaren 2000. En meteen dus ook waarschuwt voor een nakende terugval. Maar is er na het Michael Moore effect toen, nu sprake van een Netflix effect? En sluit de hype ook al de crash in zich?
Tien jaar moest Mike Flanagan (° 1978) werken als monteur voor hij, met dank aan Kickstarter, zijn debuut als onafhankelijk regisseur mocht maken met Absentia (2011) maar dan ontpopte hij zich op korte tijd met vijf films tot nieuwe horrormeester.
De ‘American Independents’ mogen dan vaak tussen twee stoelen – arthouses en multiplexen – vallen, regelmatig duiken er talenten op die alles hebben om de grote cineasten van morgen te worden. Vorig jaar was er Benh Zeitlin (Beasts of the Southern Wild), dit jaar liepen Ryan Coogler (Fruitvale Station) en David Lowery in de kijker. Met het Texaanse sprookje Ain’t Them Bodies Saints, een rustig meanderend intiem verhaal tegen een epische achtergrond, tekent Lowery zelfs voor de revelatie van 2013.