“Het verleden is het verleden,” zegt Nelson Mandela in Invictus, “we kijken naar de toekomst”. Clint Eastwood vertelt het waargebeurde verhaal van een pas verkozen president die een door racisme verdeelde natie wil verenigen. De parallel met Obama is duidelijk, al speelt alles zich af anno 1995 toen de jarenlang opgesloten Zuid-Afrikaanse anti-apartheidsleider volgens de bijna 80-jarige cineast “zijn grote wijsheid bewees door sport te gebruiken om het land te verzoenen”.
Saw en Insidious scenarist Leigh Whannell wil als regisseur iconische figuren actualiseren. Straks Snake Plissken via zijn Escape from New York remake, nu al James Whale’s waanzinnige onzichtbare wetenschapper in The Invisible Man. Een perspectiefwissel linkt angst voor en verzet tegen terreur met een feministische strijd tegen patriarchaal geweld.
The Invisible Life of Eurídice Gusmão, de zevende film van de Braziliaanse visuele kunstenaar en filmmaker Karim Aïnouz (Madame Sata), is een Sirkiaans feministisch melodrama over de zoektocht van twee zussen naar elkaar en naar emancipatie in het patriarchale Rio van de fifties. Een subtiel en krachtig pleidooi voor een vrouwelijke blik.
“Vroeger dachtik”; met die woorden en de close-up van een oude Robert De Niro in een rolstoel begint The Irishman. Na een onheilspellende, tragische noodlottigheid uitademende, travelling door de gangen van een bejaardenhuis op het ritme van de ballade ‘In the Still of the Night’.
Het Trump tijdperk inspireert de Amerikaanse onafhankelijke filmmaker Wes Anderson om, in zijn na Fantastic Mr. Fox tweede stop-motionavontuur, voor het eerst een politiek geladen fabel te vertellen. Al blijft zijn Japanse animatie dystopie Isle of Dogs vooral speels en aaibaar. Anderson kwispelt en blaft maar laat het grommen en bijten achterwege.
Tijden veranderen.Daar waar de uit 1990 daterende en in de sixties spelende eerste verfilming van Stephen Kings 1.138 pagina’s tellende turf ‘It’ in nostalgie en melancholie gedrenkt was en vooral via suggestie angst creëerde is de in de jaren tachtig gesitueerde 2017 versie brutale, apocalyptische en expliciete horror die ons via effecten wil doen schrikken en walgen.
In een steeds meer beangstigende wereld werkt horror blijkbaar geruststellend en louterend. Getuige het commerciële succes van twee markante bronnen van angst en hoop in 2017: de raciale horrorsatire Get Out en de Stephen King verfilming It. wereldwijd de grootste horrorhit ooit.
De helse taferelen van Pieter Breughel de Oude sierden de muren van het huis waar het familiaal psychodrama Krisha (2015) explodeerde en ook in de tweede film van de Amerikaanse onafhankelijke filmmaker Trey Edward Shults, de post-apocalyptische horrorthriller It Comes at Night, komt ‘De triomf van de dood’ nadrukkelijk in beeld wanneer de camera door de donkere gangen van een afgelegen huis glijdt. Brueghels nachtmerrieachtige chaos weerspiegelt in beide gevallen de emotionele en morele crisis die ontstaat wanneer een familie van binnenuit wordt aangevallen.
De opgang van Columbia, begin jaren dertig een kleine studio, was het werk van twee verwante zielen: de verlichte despoot Harry Cohn en de (eerste) zelfverklaarde auteur Frank Capra. Studiobaas Cohn gaf zijn favoriete regisseur, en aanvankelijk enige ster, creatieve ruimte en Capra bedankte door voor commercieel succes (Platinum Blonde), respect (Mr. Deeds goes to town) en waardering (Mr. Smith goes to Washington) te zorgen. Toen Frank Capra uiteindelijk de studio verliet, had Columbia macht en sérieux verworven.
De Guatemalteekse Film Fest Gent winnaar Ixcanul is een tragische kroniek die via het verhaal van een jong indianenmeisje zowel een eerbetoon aan de Maya cultuur is als een aanklacht tegen een discriminerende samenleving. Regisseur Jayro Bustamante vertelt over zijn langspeelfilmdebuut, een pijnlijk mooie fabel die naturalisme verzoent met magisch realisme en afrekent met elitisme, racisme en seksisme.