“Ik kan niet van mijn moeder houden en ook niet nièt van haar houden. Er zijn honderden mensen van wie ik meer hou” zegt Hubert, de protagonist van J’ai tué ma mère. Een repliek die de toon zet van een even claustrofobisch als beklemmend coming-of-age relaas waarmee de nog geen 20-jarige regisseur, producent, artistiek leider én protagonist Xavier Dolan ophef maakte tijdens het festival van Cannes in 2009. Van de nevensectie Quinzaine des Réalisateurs zou hij de volgende jaren bliksemsnel evolueren naar de hoofdsecties van het festival. De worsteling met artistieke aspiraties, de zoektocht naar seksuele geaardheid, de wonden geslagen door familiale relaties en de confrontatie met vriendschap en afwijzing zouden de rode draad door zijn oeuvre worden.
Eind jaren dertig begon Alfred Hitchcock naar Hollywood te lonken. Enerzijds omdat hij vond dat hij voldoende professionele ervaring had verworven, anderzijds omdat het Britse misprijzen voor een populaire kunst als film (dat het constant moest afleggen tegen hogere kunsten als literatuur en toneel) hem mateloos bleef ergeren. Hitchcock was toe aan nieuwe uitdagingen én een meer stimulerende creatieve werksfeer. Maar de ‘master of suspense’ leverde nog snel één Britse film af: Jamaica Inn.
“You know his name: Jason Bourne” lezen we op de affiche van de jongste aflevering van de Bourne franchise. En inderdaad, met acteur Matt Damon en regisseur Paul Greengrass bevinden we ons op vertrouwd terrein. Gepast voor een film die draait rond herinnering en de terugkeer van het bekende. “I remember. I remember everything” zegt de vleesgeworden moordmachine Jason Bourne. “Remembering everything doesn’t mean you know everything” waarschuwt zijn toeverlaat Nicky Parsons. Een comeback is niet gemakkelijk.
Nog voor de sixties en Woodstock pionierde fotograaf Bert Stern met de registratie van een meerdaags muziekfestival. Jazz on a Summer’s Day werd een historisch document en de eerste markante concertfilm.
De 84-jarige Clint Eastwood heeft een boontje voor muziek. Zo componeerde hij eigen soundtracks en produceerde hij muziekdocumentaires. Muziek, en het levensverhaal van muzikanten, liet hem ook toe om de achterkant van de Amerikaanse Droom in beeld te brengen via ondergangsdrama’s die de depressiejaren (Honkytonk Man) en de teloorgang van een jazzlegende (Bird) tonen. Daarom is Jersey Boys een bizarre maar toch niet zo vreemde productie.
“Mijn eerste films gingen over teenagers,” zei François Ozon in Cannes, “daar wou ik naar terugkeren om een andere visie te geven op deze vaak geïdealiseerde periode. Voor mij was dat immers een moeilijke tijd”. Na een resem vaak hypergestileerde en soms emotioneel gladgestreken films (Swimming Pool, Angel, Ricky, Potiche) grijpt de Franse cineast met Jeune & Jolie terug naar de rauwe emoties en de brutale kilte van zijn vroege films (Sitcom, Les amants criminels, Sous le sable).
Jean-Pierre en Luc Dardenne: Le jeune Ahmed – Foto Christine Plenus
Met ‘Le jeune Ahmed’ dingen Jean-Pierre en Luc Dardenne tijdens het filmfestival van Cannes voor een achtste keer mee naar de Gouden Palm, een prijs die ze al twee keer in de wacht sleepten. Na twee door bekende actrices vertolkte sociale drama’s, Deux jours, une nuit (Marion Cotillard) en La fille inconnue (Adèle Haenel), knopen de Luikse broers weer aan bij een rauwe en intense realistische cinema gedragen door onbekende acteurs. Het onderwerp is explosief: radicalisering.
Na La fille inconnue leek de liefde tussen Cannes en de gebroeders Dardenne bekoeld. Maar toen in mei de prijzen werden verdeeld stonden de makers van Le jeune Ahmed opnieuw te glunderen. “We vertrokken van verwondering en het verlangen te begrijpen”
LE JEUNE KARL MARX: Karl Marx helpt ons na te denken
Binnen de tijdspanne van een jaar twee films uitbrengen is straffe kost. Zeker wanneer het gaat om portretten van intellectuele figuren die de filmmaker én de wereld inspireerden. Raoul Peck realiseerde met een documentaire over de zwarte schrijver en activist James Baldwin (‘I Am Not Your Negro’) en een speelfilm over de Duitse denker en revolutionair Karl Marx (‘Le Jeune Karl Marx’) twee ‘onmogelijke’ projecten. “Zulke verhalen geraken moeilijk verteld omdat Hollywood ons in een wurggreep houdt,” stelt de Haïtiaanse cineast.
Nadat hij met enkele dwaze komedies op de dool leek, keert de Amerikaanse onafhankelijke cineast David Gordon Green terug naar zijn Zuiderse roots en zijn spiritueel realisme met twee vlak na elkaar gedraaide drama’s: de buddy movie Prince Avalanche en de boekverfilming Joe. Twee aangrijpende ballades die beschadigde mensen en hun genadeloze omgeving in beeld brengen. Poëtisch én explosief.