Robert Aldrich werd amper 65 jaar oud en is ondertussen in de vergetelheid gesukkeld. Het zal velen dan ook verbazen dat de Amerikaanse regisseur van The Flight of the Phoenix in de jaren 50 tot 70 enorme cinefiele passies losweekte met Kiss Me Deadly en The Big Knife, zalen deed vollopen met The Dirty Dozen en Burt Reynolds liet schitteren in Hustle.
Hollywood mag dan weer eens bijna dood te zijn verklaard, de Amerikaanse onafhankelijke cinema is springlevend. Getuige de jonge, beloftevolle indie cineast Sean Baker die zich liet opmerken met Tangerine en The Florida Project. Twee ontluisterende trips door Wonderland Amerika.
“It’s a fictional film, but what it’s based on happens all the time” zegt Sean Baker. De onafhankelijke Amerikaanse filmmaker liet zich opmerken met stevig in de realiteit verankerde tegendraadse fictiefilms. Tangerine en The Florida Project hangen met een mix van humor en tragiek een ontluisterend beeld op van de Amerikaanse droom én realiteit.
Terwijl de Canadezen Howard Shore en David Cronenberg een operaversie van The Fly voorbereiden, bundelt een boxset 5 films waarin een man langzaam in een insect verandert.
De immer nuchtere en cynische Billy Wilder zou The Fortune Cookie achteraf als het begin van het einde van zijn carrière zien maar mede dankzij de briljante tandem Jack Lemmon – Walter Matthau wist de Amerikaanse regisseur midden jaren zestig toch een schitterende oplichterskomedie te maken. Deze miskende Wilder is eindelijk uit op Blu-ray.
De ene Texaan is de andere niet. Daar waar Richard Linklater 10 jaar geleden een rauw-realistische frontale aanval inzette op de Fast Food Nation Amerika, serveert John Lee Hancock ons een filmische snelle hap met The Founder. Een zuurzoete biopic die het verhaal vertelt van Ray Kroc en de ontstaansgeschiedenis van ’s wereld bekendste hamburgerketen McDonald’s. Maar ondanks het Hollywoodsausje en Michael Keatons acteershow blijft de nasmaak bitter. Want dit ‘succesverhaal’ is ook een verhaal van hebzucht en narcisme.
Darren Aronofsky vergelijkt zijn werk “met wandtapijten, ik ben geïnteresseerd in vele zaken en weef ze door elkaar”. Hij liet zich inspireren door Gilgamesj, de bijbel, Maya-mythes, Juan Ponce de León, Kubricks ‘2001’ én Bowie’s ‘Space Oddity’. “Maar in de grond is The Fountain een eenvoudig liefdesverhaal,” stelt Aronofsky, “over het verlies van iemand en wat dat je leert”.
Na z’n première in Venetië en Deauville landde The Fountain in de muziekcompetitie in Gent, waar de maker van Pi en Requiem for a Dream zijn eclectisch liefdessprookje toelichtte: “Was ik een zwaardvechter, dan dacht ik in 2002 dat mijn lemmet goed zou snijden. Maar weet je wat? Ik kreeg tijd om me terug te trekken en maanden later zag ik dat er ándere manieren waren om dat te verwezenlijken. Ik maakte de film magerder, sluwer en scherper”.
Het motto van de Amerikaanse filmregisseur Arthur Penn (1922-2010): “Tap into what you don’t want to say. Tap into that secret place, despite the agony, despite the personal pain, over and above the fatigue.” Dat motto paste hij toe in het coming of age liefdesdrama Four Friends dat hij in 1981 draaide. Een persoonlijke film – autobiografisch voor zijn scenarist Steve Tesich – die jaren van de rader verdween en nu eindelijk via dvd (omdat de HD master ontbrak was Blu-ray onmogelijk) dankzij niet toevallig een Franse verdeler. Een aanleiding om eens te kijken wat we er toen, in filmtijdschrift Andere Sinema, over schreven.
Met Four Friends borstelde Arthur Penn een fraai coming of age immigranten melodrama dat tegelijk een portret van de rebelse sixties is. Deze mix van Truffauts Jules et Jim en Scola’s C’eravamo tanto amati is een vergeten parel van de maker van Bonnie and Clyde en Little Big Man maar gelukkig ook een cult classic in Frankrijk waardoor hij nu eindelijk een dvd-release krijgt.