“Prince of the City is visueel een erg gestileerde film” zegt regisseur Sidney Lumet (Dog Day Afternoon, Serpico, The Verdict) in een bonusdocumentaire, “terwijl iedereen vindt dat het echt oogt”.
“Suppose what your faith has said is essentially correct. Suppose there is a universal mind controlling everything, a god willing the behavior of every subatomic particle. Well, every particle has an anti-particle, its mirror image, its negative side. Maybe this universal mind resides in the mirror image instead of in our universe as wewanted to believe. Maybe he’s anti-god, bringing darkness instead of light. ” Aldus professor Edward Birack in Prince of Darkness. Een gekke professor of een gekke John Carpenter?
De Deense hybride animatiefilm Princess was in 2006 de opgemerkte openingsfilm van de Cannes sectie Quinzaine des Réalisateurs. Anders Morgenthaler verbaasde het festival met een woedende uithaal naar de porno-industrie via een tragisch verhaal van uitbuiting en geweld.
“Ik begon aan La Princesse de Montpensier alsof het mijn eerste film was,” stelt Bertrand Tavernier, “sinds L627 tracht ik telkens opnieuw een eerste film te maken”. Een ‘eerste film’ die verschilt van de vorige – het Amerikaans getinte In the Electric Mist – en inspeelt op het verlangen van de cineast van Coup de Torchon “om een film te maken die heel erg Frans is in zijn behandeling van gevoelens, zijn verhouding met de geschiedenis, zijn taal, zijn decors en zijn cultuur. Ik wou de 16de eeuw absorberen zoals ik me had laten doordringen van James Lee Burke’s Louisiana”. In Cannes kon niet iedereen zijn Madame de Lafayette-adaptatie smaken, maar Tavernier slaagt er met dit historisch passioneel drama wel in om emoties te vatten. Via licht, muziek, dialogen en acteurs.
“When the legend becomes fact, print the legend” zegt een journalist in John Fords The Man Who Shot Liberty Valance wanneer hij zijn nota’s in het vuur smijt in het besef dat het imago van een senator gebaseerd is op een mythe. Dat deed documentairemaker Matthew Heineman met Marie Colvin, de iconische oorlogscorrespondente-met-het-ooglapje, in zijn genietbare biopic A Private War.
“Mensen verdwijnen dagelijks” zegt ‘het meisje’. “Telkens ze de kamer verlaten” antwoordt David Locke. En: “Ik was iemand anders maar ik heb hem ingeruild.” Maria Schneider en Jack Nicholson zijn verveelde en vermoeide zielsverwanten die vruchteloos zoeken naar een avontuurlijke vluchtweg in Professione: Reporter, Michelangelo Antonioni’s laatste meesterwerk uit zijn internationale periode.
Een historisch Hollywooddrama dat draait rond een episch liefdesverhaal is niet zo uitzonderlijk. Dat de amoureuze passies oplaaien in de context van de volkerenmoord op de Armeniërs tijdens de laatste dagen van het Ottoromaanse Rijk is wèl ongewoon. De Ierse ‘genocidespecialist’ Terry George (Hotel Rwanda) heeft met The Promise dit omstreden stuk geschiedenis boeiend verfilmd. Om meteen van antwoord te worden gediend door The Ottoman Lieutenant, een in Turkse propaganda gedrenkt oorlogsdrama van Joseph Ruben (Sleeping with the Enemy).
“Moi, je travaille pour ma gueule” zegt de jongeman die in Un Prophète achter de tralies zijn identiteit vormt. Die eigenzinnige zelfstandigheid typeert ook Jacques Audiard. “We wilden helden fabriceren vertrekkende van figuren die niet vertrouwd zijn, die niet iconisch worden weergegeven in film,” zegt de maker van De battre mon coeur s’est arrêté, “in Frankrijk komen Arabieren alleen op naturalistische en sociologische wijze in beeld. Ons opzet was een genrefilm te maken die zoals in de western onbekende gezichten tot helden omvormt”. Zijn virtuoos geregisseerde bildungsroman won tijdens het 62ste Festival van Cannes terecht de Grote Prijs. Lees meer »
“I’m ready for my close-up”. Die memorabele ‘Sunset Boulevard’-quote ligt op de lippen van de twee antihelden van Public Enemies, de gedoemde outlaw John Dillinger en zijn nemesis, FBI-agent Melvin Purvis. Drie jaar na de intense visuele trip Miami Vice orchestreert Michael Mann opnieuw een met haarfijne HD-beelden geregistreerde innerlijke reis van met film vergroeide figuren. Een nostalgievrij einde-van-een-tijdperk epos dat de opkomst van het moderne kapitalisme aankondigt en verwijst naar de huidige crisis. Waarbij Mann, voor het eerst sinds Ali en The Insider, vertrekt van waargebeurde feiten.
In een korte tijdspanne ging The Purge van een kleine horrorfilm voor een nichepubliek naar een actiefranchise voor de multiplexen. Daarbij ging de subversieve kracht wat verloren. The Purge: Election Year is zelfs behoorlijk conformistisch.