Bertrand Taverniers La Princesse de Montpensier: Liefdesthriller met een donkere onderstroom
“Ik begon aan La Princesse de Montpensier alsof het mijn eerste film was,” stelt Bertrand Tavernier, “sinds L627 tracht ik telkens opnieuw een eerste film te maken”. Een ‘eerste film’ die verschilt van de vorige – het Amerikaans getinte In the Electric Mist – en inspeelt op het verlangen van de cineast van Coup de Torchon “om een film te maken die heel erg Frans is in zijn behandeling van gevoelens, zijn verhouding met de geschiedenis, zijn taal, zijn decors en zijn cultuur. Ik wou de 16de eeuw absorberen zoals ik me had laten doordringen van James Lee Burke’s Louisiana”. In Cannes kon niet iedereen zijn Madame de Lafayette-adaptatie smaken, maar Tavernier slaagt er met dit historisch passioneel drama wel in om emoties te vatten. Via licht, muziek, dialogen en acteurs.
“De geschiedenis afstoffen, ontdoen van haar antiek aspect”. Dat is volgens Bertrand Tavernier (in ‘Bertrand Tavernier, cinéaste insurgé’ van Jean-Luc Douin) zijn grote passie. Samen met het ontdekken en onderzoeken van vreemde maar vertrouwde werelden. Het is geen toeval dat in zijn verhalen “la petite et la grande histoire”, de persoonlijke en de grote geschiedenis, steevast in elkaar haken. Waarbij telkens zowel de context als de onderstroom fascineren. Getuige Que la fête commence, Le juge et l’assassin, La passion Béatrice, La vie et rien d’autre, La fille de d’Artagnan, Capitaine Conan, Laissez-passer en Holy Lola.
Voor flitsende montage moet je bij de fan van Jean Renoir en John Ford niet zijn en daarom kregen zijn films vaak het etiket ‘classicisme’ opgekleefd. Maar voor Tavernier bestaat modern zijn er juist in om elk tijdperk dichter bij het onze te brengen. “Doen alsof de camera uitgevonden was in 1778” zei Jean Rochefort tijdens de opnamen van Que la fête commence over die werkwijze. Vooral in Frankrijk wordt daar nogal geringschattend over gedaan.
Dat heeft alles te maken met het feit dat de cineast zich lang geleden ongeliefd maakte bij de Franse critici door voor L’Horloger de Saint-Paul samen te werken met Jean Aurenche en Pierre Bost, scenaristen die outcasts waren geworden na François Truffauts vernietigende stuk ‘Une certaine tendance du cinéma français’. Die aversie bleef, waardoor Tavernier vooral bij het publiek en in het buitenland een stevige reputatie opbouwde. Anno 2010 is er niets nieuws onder de zon want Taverniers La Princesse de Montpensier werd bij zijn Cannes-première genadeloos neergesabeld door de Franse pers (terwijl de internationale pers positief reageerde). Academisme, inspiratieloosheid, schematisme; de verwijten waren niet min.
Onterecht want Tavernier tovert dit kostuumdrama om in een moreel liefdesverhaal vol onderdrukte emoties en verscheurende passies. “Dit project is me gesuggereerd door mijn producent,” bekent Tavernier, “de eerste scriptversie las als een roman, en ik zag er meteen een ontroerend liefdesverhaal in. Ik werkte al eerder met Jean Cosmos, voor verschillende films, en ik zag het goed zitten om samen met hem in dit onbekend landschap te duiken, vol personages die we van haar noch pluim kennen”.
La Princesse de Montpensier is gebaseerd op een novelle van Madame de Lafayette en situeert een passioneel drama in een op zich al bewogen 16de eeuw. Met de openingszin – “Terwijl de burgeroorlog Frankrijk onder het bestuur van Charles IX verscheurt, zocht liefde haar plaats en creëerde heel wat chaos” – zette de schrijfster meteen de toon. Heldin Marie de Mézières is jong, mooi en naïef. Ze houdt van graaf Henri de Guise maar wordt anno 1562 – om politieke en socio-economische redenen – door haar vader, de markies van Mézières, verplicht om met de prins van Montpensier te huwen. De met haar ‘opvoeding’ belaste graaf de Chabannes wordt dan weer verliefd op zijn leerlinge.
Ook hij moet leren om zijn ware gevoelens te onderdrukken. Wanneer de prins van Montpensier door Charles IX bij de oorlog tegen de protestanten betrokken wordt, stuurt hij zijn vrouw en haar leraar naar het afgelegen kasteel van Champigny. Montpensier, Guise en de graaf van Anjou (een ‘serial lover’ die Henri III zou worden) belanden uiteindelijk in Champigny waar ook Anjou in de ban van Marie geraakt. Amoureuze rivaliteiten leveren heftige botsingen op die in gewelddadige tijden niet zonder (levens)gevaar zijn.
Zowel de jonge prinses als haar mannelijke aanbidders zijn het slachtoffer van hun gevoelens (liefde is een gevaar bij de Lafayette) en van het sociale harnas waarin de samenleving hen hijst (hier speelt de moderne blik van de cineast). Het geweld op de slagvelden mag dan erg brutaal zijn, ook binnenkamers worden er serieuze wonden geslagen. “Ik was diep geraakt door het lot van Marie,” aldus Tavernier, “ik wilde haar daarom verdedigen, begrijpen. De film vat haar standpunt en kan daarom als feministisch worden gezien. Wij waren gechoqueerd door hoe vrouwen toen behandeld werden en dat tonen we zonder nadrukkelijk te zijn. De film valt natuurlijk samen met de denkbeelden van de heldin, met haar perspectief”.
Marie is een jong meisje dat verplicht wordt haar emoties te kanaliseren maar weigert om zich aan dogma’s te onderwerpen. De intensiteit van haar gevoelens wordt op geen moment getemperd door verplichtingen, conventies of machtsverhoudingen. Sterker nog, onderdrukking maakt haar passie enkel heviger. Liefde drukt net als oorlog haar stempel op de persoonlijkheid van de jonge mensen die geschiedenis schreven in deze woelige periode.
“Bertrand en ik ontdekten samen dit moeilijke tijdvak; we kenden er niet veel van,” zegt scenarist Jean Cosmos (Laissez-passer, La vie est rien d’autre), “we maakten samen deze trip door de tijd; Bertrand en ik waren goede reisgezellen. We hadden louter vage ideeën over de godsdienstoorlogen, Henri III,… Wat me compleet verbaasde was de jonge leeftijd van de mensen die alle macht bezaten: de koning was 22 jaar oud, de oorlogsaanvoerder was er 18. Ik had al een en ander gelezen over toen, maar dat zij zo jong waren verbaasde me. Dat al dat geweld afkomstig was van zo’n jeugdig volkje, daar had ik niet eerder bij stilgestaan”.
Wat Tavernier aansprak was “het liefdesverhaal én de complexe personages”. Spilfiguur werd François de Chabannes, niet toevallig (na Ça commence aujourd’hui) een humanistische leraar die zowel een veldheer als een wiskundige en een filosoof is. Iemand die hartstochtelijk gekant is tegen intolerantie en door zijn pacifistime oorlogsgeweld verafschuwt. “Het is zijn blik die ons de verscheurdheid van Marie doet begrijpen,” stelt Tavernier.
Voor hem “was het ook boeiend om alles rond die personages te leren kennen, de periode, het tijdvak. Al mijn films heb ik gemaakt om dingen te leren en te ontdekken – met deze film heb ik enorm veel bijgeleerd”. Toch wilde hij vooral een hedendaags en natuurlijk verhaal vertellen, een in het verleden gesitueerd verhaal dat herkenbaar is voor mensen uit het heden. “Ik moest niks verduidelijken bij de oorspronkelijke setting,” zegt Tavernier, “de scènes ogen helaas hedendaags: godsdienstoorlogen, hoe vrouwen op sommige plaatsen ook vandaag nog worden behandeld,… Bitter veel is er niet geëvolueerd; de emoties zijn ook niet gedateerd. Dat is mijn obsessie. Om Faulkner te citeren: ‘Het verleden is niet dood, het is niet eens verleden’. Geschiedenis was niet, geschiedenis is”.
Voor componist Philippe Sarde was “de fusie tussen de tijd toen en nu een uitdaging. Ik werk al lang samen met Bertrand – bijna al zijn films deed ik – en ik maak nooit hetzelfde. De muziek in deze film was ongelooflijk belangrijk, en het zou een dood gewicht kunnen geweest zijn. Het had de film oud kunnen maken, terwijl hij extreem ‘jong’ is, met hedendaagse gevoelens. Dat is geraffineerd gedaan want mensen vergeten dat hij eeuwen terug speelt. Madame de Lafayette keek constant over mijn schouder mee! Ik hou bijvoorbeeld enorm van Hollywoodmuziek, maar niét voor deze film. De muziek schrijven was aartsmoeilijk. Ik wist niet goed waar te starten. Niet bij de oorlogen, niet bij de era. In wat was ik geïnteresseerd? In het liefdesverhaal, en in de manier waarop Mélanie Thierry acteert: modern. Het liefdesthema was extreem belangrijk, de film moest daarin ondergedompeld zijn, en tijdens de gevechten mochten we geen Hollywoodmuziek te horen krijgen. De muziek moest haast alledaags zijn”.
In La Princesse de Montpensier draait alles rond emoties. Gevoelens zijn de motor van de acties en uitlatingen van personages terwijl het verhaal gedreven wordt door wisselende relaties en gevoelens. Ook boosaardigheid wordt gelinkt aan gevoelens. De beide vaders van het jonge paar zijn monsterlijk omdat ze hun kinderen een gevoelsmatige woestijn insturen. Tavernier benadrukt dit; niet om op karikaturale wijze te oordelen over mensen, maar wel om “de innerlijke waarheid van het kortverhaal van Madame de Lafayette te respecteren. Ze gebruikt bijvoorbeeld de uitdrukking ‘tourmenter’, wat in de 16de eeuw een gewelddadige bijklank van slaan en mishandelen had, om het gedwongen huwelijk van Marie te omschrijven. Haar ouders doen haar echt lijden. Als je die gevoelens vertaalt in een moderne context, dan martelen ze haar. Dat moet ik dan ook tonen om het personage diepgang te verlenen”.
Vandaar dat de intieme scènes haast even gewelddadig overkomen als de gruwelijke slagveldscènes. Terwijl de emotionele conflicten tussen de protagonisten voor tragiek (liefde wordt verbonden met offer en lijden) en spanning (onthullingen zijn gevaarlijk) zorgen. “Suspens moest voortvloeien uit waarachtige emoties, en uit mijn vermogen om alle energie uit mijn acteurs te halen,” zegt Tavernier, “als we elektriciteit in de relaties konden steken, dan zou het boeiend worden. Het licht uit de tableaux en de spanning in de verhoudingen – zoals extreme jaloezie – zorgt voor een donkere onderstroom, voor een soort ‘liefdesthriller in de zestiende eeuw’. We bereikten dat niet door de plot uit te melken, wèl door de kracht van de emoties uit te spelen”.
Daarom focust Tavernier in dit kostuumdrama ook meer op de ogen en de huid van zijn acteurs dan op de kostuums die ze dragen en laat hij DOP via het licht emotionele nuances leggen. Zoals Tavernier aangeeft is La Princesse de Montpensier met zijn nadruk op ‘het sentiment’ een typisch Franse film maar de manier waarop hij het landschap gebruikt om de geestesgesteldheid en de gevoelens van de personages te weerspiegelen geeft andermaal aan dat hij heel wat opstak van de Amerikaanse cinema.
De stap van de bayou naar het kasteel is voor Tavernier niet zo groot. Geschiedenis blijft op beide plaatsen verbonden met feiten, vlees, bloed en passie. Met discriminatie en verzet. Met liefde en haat.
CITATEN PERSCONFERENTIE FESTIVAL DE CANNES – 16 MEI 2010
IVO DE KOCK
(Artikel verschenen in FILMMAGIE, n° 609, oktober 2010)
LA PRINCESSE DE MONTPENSIER: historisch drama / reg. Bertrand Tavernier / sce. Jean Cosmos, François- Olivier Rousseau & Bertrand Tavernier naar Madame de Lafayette / fot. Bruno de Keyzer / mon. Sophie Brunet / muz. Philippe Sarde / act. Mélanie Thierry (Marie de Montpensier), Lambert Wilson (Comte de Chabannes), Grégoire Leprince-Ringuet (Prince de Montpensier), Gaspard Ulliel (Henri de Guise), Raphaël Personnaz (Duc d’Anjou) / pro. Frédéric Bourboulon / F-D / 2010 / 139’ / dis. UPI








