Grand Prix van Cannes BLACKkKLANSMAN is grand cru Spike Lee. Een even omstreden als opwindende satire-annex-aanklacht die via een grotesk waargebeurd verhaal, de avonturen van een zwarte politie-infiltrant in het haat universum van de Ku Klux Klan, onderstreept hoe actueel het racisme en de raciale conflicten aangekaart in Do the Right Thing nog zijn.
Spike Lee’s passage in Cannes verliep niet onopgemerkt. Zijn uiteindelijk met de Grand Prix bekroonde BlacKkKlansman werd bedacht met een staande ovatie en tijdens de persconferentie haalde de Amerikaanse filmmaker uit naar Donald Trump omdat die bij het Charlottesville incident geen afstand nam van de Klan en de nazi’s: “De motherfucker had de wereld kunnen tonen dat we beter zijn dan dat.” Met het waargebeurde verhaal van een Afro-Amerikaanse detective die infiltreert in de extreemrechtse Klu Klux Klan wil Lee de wereld wakker schudden.
Johnny Depp isijzingwekkend briljant in Scott Coopers biografische gangsterfilm Black Mass. De volledig getransformeerde acteur zet de beruchte Ierse maffiabaas James ‘Whitey’ Bulger – die in de jaren ’70 en ’80 met zijn Winter Hill Gang heerste over South Boston – overtuigend neer als een even gevaarlijke als charismatische gangster, een sociopaat die geliefd én gevreesd werd. Een blik, gebaar of stemverheffing van Depp volstaan om spanning of dreiging te creëren.
De grote leegtedie schuilgaat achter roem en rijkdom fascineert Sofia Coppola. In The Virgin Suicides, Lost in Translation, Marie Antoinette en Somewhere doorprikte ze met milde ironie gepriviligeerde individuën om eenzaamheid, communicatiestoornissen en vervreemding bloot te leggen terwijl ze in The Bling Ring opnieuw little girls lost opvoert, aan uiterlijke schijn verslaafde teenagers die in het glamour-zieke Los Angeles gaan stelen van the rich and famous om erbij te horen.
“I just want to say this to the British Government… You know what you’ve just done, don’t you? You’ve destroyed the civil rights movement, and you’ve given the IRA the biggest victory it will ever have. All over this city tonight, young men… boys will be joining the IRA, and you will reap a whirlwind.” Aan het woord Ivan Cooper in Bloody Sunday, de dramatische verfilming van de bloederige repressie van een burgerrechten mars door Britse politiediensten in Ierland op 30 januari 1972. Regisseur Paul Greengrass zou later o.m. The Bourne Supremacy, United 93, Green Zone en Captain Phillips maken.
“I can’t afford a fucking dream house!” zegt agent Charlie Smith (Jack Nicholson) in The Border. Een Amerikaanse film uit 1982 van de Britse regisseur Tony Richardson (Look Back in Anger), heruitgegeven op Blu-ray door het Franse Rimini. Met als extra een audioweergave van een Hommage aan Tony Richardson met o.m. dochter Natascha Richardson en regisseur Karel Reisz. Tijd om onze recensie in Andere Sinema op te diepen.
De CGI-arme Jason Bourne franchise slaat voor aflevering vier, The Bourne Legacy, noodgedwongen nieuwe wegen in. Zowel regisseur Paul Greengrass als acteur Matt Damon haakten af waardoor vers bloed en een andere dynamiek zich opdrongen. Want het als popcorn blockbuster gecamoufleerde visuele psychodrama waarin held-van-vlees-en-bloed Jason Bourne figureerde was nauw verbonden met de kinetische actiechaos die Greengrass ensceneerde en de existentialistische energie die Damon uitstraalde.
“Filmkunst wordt systematisch gedevalueerd, opzij geschoven en herleid tot zijn kleinste gemene deler, ‘content’,” schreef filmmaker Martin Scorsese recent. Het punt van de regisseur van ‘Taxi Driver’ en ‘Raging Bull’ is dat in de huidige filmbusiness de klemtoon nog enkel ligt op het ‘business’ aspect terwijl ‘film’ en de mogelijkheden van cinema buiten beeld zijn beland. Zelf weet hij al een halve eeuw lang ‘commercieel’ en ‘creatief’ te verzoenen. Schoolvoorbeeld is zijn tweede film, de nu op Blu-ray te herontdekken B-film ‘Boxcar Bertha’.
“Ik die er was begrijp het niet” schreef Elie Wiesel over de gruwel van de concentratiekampen. Dat de Holocaust ‘onvoorstelbaar’ blijft, illustreert Mark Hermans adaptatie van John Boyne’s roman ‘The Boy in the Striped Pyjamas’, waarin een naïeve achtjarige avonturier lang blind blijft voor de horror die zijn verbeelding niet kan vatten.
De enige Amerikaan van Monty Python, Terry Gilliam, liet zich in 1985 ontvallen dat Brazil waarschijnlijk verband hield met zijn «angst voor creatieve, emotionele of financiële gevangenissen». Vandaar dat deze surrealistische nachtmerrie afrekent met de claustrofobe en repressieve leefwereld van een dagdromende ambtenaar die het tragisch slachtoffer wordt van bureaucratische en technologische logica.