A PERSONAL JOURNEY WITH MARTIN SCORSESE THROUGH AMERICAN MOVIES
“Film is een ziekte, zei Frank Capra. Wanneer het virus je bloedstroom besmet, wordt het je belangrijkste hormoon. Zoals bij heroïne is het enige tegengif voor film… meer film”. Deze ‘bekentenis’ opent en duidt de documentaire filmles A Personal Journey With Martin Scorsese Through American Movies.
“Béla Tarr is een van de meest onverschrokken filmmakers,” benadrukt cineast en cinefiel Martin Scorsese, “zijn ‘Sátántangó’ is verbluffende, stoutmoedige cinema.” Het ruim zeven uur durende magnum opus uit 1994 van de door o.m. Gus Van Sant en Jim Jarmusch bewonderde Hongaarse cineast – een allegorie over de ineenstorting van het communisme in zijn land – is eindelijk op Blu-ray te zien. In een sublieme gerestaureerde versie, aangevuld met interviews en documentaires. Goed voor een bijzondere kijkervaring. Met dank aan betoverende beelden, oogstrelend zwart-wit, lange takes en afwijkende perspectieven. Kortom, met dank aan een blik die onze kijk op de wereld ondermijnt. “Kunst is altijd een soort spiegel,” stelt Tarr, “maar je kan niets leren van de spiegel: je moet de realiteit zien.”
The Tree of Life, To the Wonder en Knight of Cups producent Nicolas Gonda kreeg tijdens het jongste filmfestival van Deauville ongewild de lachers op zijn hand toen hij tijdens een hommage aan Terrence Malick (°1943) met uitgestreken gezicht zei dat de Amerikaanse cineast “graag aanwezig was geweest maar momenteel werkt aan de postproductie van zijn nieuwste film”. Want al maakte Malick de laatste vijf jaar evenveel films als in de 35 jaar daarvoor, een drukke agenda was natuurlijk nièt het probleem.
Zijn kortfilms Land of the Heroes (2010), Baghdad Messi (2012) en Bad Hunter (2014) leverden hem 97 (!) internationale festivalprijzen (o.m. in Berlijn) en lidmaatschap van de Academy of Motion Pictures Arts and Sciences op (waardoor hij mag stemmen voor de Oscars), maar het was tot 2017 wachten op het langspeelfilm debuut van de Vlaams-Koerdische filmmaker Sahim Omar Kalifa (° 1980). Zagros is echter wèl meteen een voltreffer, een heuse emotionele mokerslag.
LITTLE BABY JESUS OF FLANDERS: GUST VAN DEN BERGHE
Beeldenstormer en lefgozer Gust Van den Berghe is meer dan de zoveelste jonge snaak die hoopt zijn regiestoel ooit in Hollywood neer te zetten. Een gebrek aan ambitie is dat niet. Integendeel, door tweemaal een minder vanzelfsprekend literair werk te bewerken, geeft hij aan hoe sterk zijn eigen visie is. En waar de sterre bleef stille staan (2010) en Blue Bird (2011) bezorgden hem een aparte plaats in de Belgische cinema. Een plaats die hij zich met Lucifer (2014) definitief zou toeëigenen.
Gedreven door de nood om via eigenzinnige verhalen persoonlijke demonen uit te drijven maakt de Vlaamse cineaste Caroline Strubbe kwetsbare films over mysterieuze mensen. Als auteur richt ze zich op een cinefiel publiek zonder bewust publieksonvriendelijk te willen zijn. Wat zij maakt is ‘slow cinema’, contemplatieve films die op een rustige maar gestileerde wijze schoonheid en persoonlijke nastreven.
Met Kid maakte Fien Troch haar mooiste maar ook moeilijkste film. “Niet elke filmervaring moet vlot zijn,” stelt ze, “een film mag wringen”. Het bioscooppubliek volgde niet maar gelukkig is er nog altijd dvd. Een gesprek met een eigenzinnige cineaste.
Met de release van de onuitgegeven roman ‘Brainquake’, van Gerald Peary’s reader ‘Interviews’ en van Park Row, Pickup on South Street, Forty Guns en White Dog in de ‘Masters of Cinema’ serie is Samuel Fuller (1912-1997) weer ‘hot’. De als ‘Rousseau van de cinema’ bekend staande Amerikaan is het prototype van de cultregisseur, een door A-regisseurs bewonderde B-filmer. “Wanneer je niet van Fullers films houdt dan hou je gewoon niet van cinema” wist Martin Scorsese. Fuller draaide 23 films tussen 1949 en 1989, werd op handen gedragen door zowel Godard als Truffaut en gold voor vele critici als ‘auteur’. Toch verwierf hij pas na de postume reconstructie van de autobiografische oorlogsprent The Big Red One zijn plaats in het Hollywood pantheon.
“Het leven gaat snel. Wanneer je niet af en toe stopt en rondkijkt riskeer je het te missen”. John Hughes (1950-2009), de filmdichter van de in de jaren 80 opgegroeide tienergeneratie, volgde de raad van Ferris Bueller en keerde na megasucces Hollywood de rug toe. Toch groeide de man die in komedies de vinger legde op existentiële tienerangst uit tot een mythisch filmmaker.