Edward Kennedy was minder populair en mediageniek dan zijn broers Bobby en John Fitzgerald Kennedy. Over het zwarte schaap van de machtige clan zijn dan ook amper films gemaakt. The Last Son, de originele titel Chappaquiddick verwijst naar het dodelijk ongeval dat de senator in de doofpot trachtte te stoppen, wekt sympathie voor een tragische figuur.
Kan je ontsnappen uit het systeem? Die vraag onderzoekt de Amerikaanse onafhankelijke cineaste Debra Granik in Leave no Trace, een adaptatie van Peter Rocks ‘My Abandonment’. Niet toevallig was Granik een van de vrouwelijke filmmakers die bij de recente Oscars onder de radar van de Academy of Motion Pictures bleef. Ze vermijdt stereotiep actiespektakel en toont “respect voor het lef van mensen die ervoor kiezen om weg te lopen van de digitale wereld.” Bij ons paste ‘Leave no Trace’ niet in het bioscooplandschap, gelukkig biedt dvd een uitweg.
LINCOLN: Daniel Day-Lewis in Steven Spielbergs historisch epos
‘Iedereen zal altijd verhalen willen horen’, antwoordt Steven Spielberg steeds wanneer men hem ondervraagt over ‘het einde van de cinema’. En ook: ‘een keer per maand valt de hemel op mijn hoofd en zie ik een nieuwe film die ik wil maken’. De hyperactieve verhalenverteller blijft de bioscopen bestormen met in de werkelijkheid verankerde fantasieën – in amper 18 maanden trok hij met The Adventures of Tintin, War Horse en het sublieme politieke epos Lincoln erg diverse registers open – die zijn vaderland een spiegel voorhouden.
Nadat de Guatemalteekse cineast Jayro Bustamante eerder de discriminatie van indianen (Ixcanul) en homo’s (Temblores) fileerde, richt hij nu met de politieke horrorfilm La Llorona zijn pijlen op een verdrongen stuk geschiedenis: de burgeroorlog en genocide tijdens de jaren 80. De genadeloze dictator generaal Efraín Ríos Montt komt in beeld maar het is de ‘huilende vrouw’, een Latijns-Amerikaanse legende, die als spilfiguur helpt om het verleden (her)ontdekken in deze ijzersterke magisch-realistische film. Horror brengt het verdrongene terug boven water. Want dat is volgens Bustamante nodig: “Mensen leven in ontkenning, ze negeren wat er gebeurd is.”
Il Divo, La Grande Bellezza en Youth regisseur Paolo Sorrentino distilleerde uit zijn tweedelige TV-serie Loro een wat ongelijke film maar zijn Fellini-achtig portret van de Italiaanse media tycoon en politicus Silvio Berlusconi overstijgt wel de karikatuur en peilt in deze satirische biopic naar hoe een grotesk figuur jarenlang een bevolking kon misleiden en verleiden.
“Wat me trof was de oprechtheid van de liefde van deze mensen voor elkaar,” antwoordde Jeff Nichols toen Le Monde hem vroeg waarom hij in Loving het waargebeurde verhaal van Richard en Mildred Loving wou vertellen, “daarom benadruk ik dat ze trouwden omdat ze van elkaar hielden en niet om iets aan de wereld te bewijzen. In de V.S., waar men nogal eerstegraads denkt, verweet men mij de zachtheid van de film omdat die niet zou overeenstemmen met de interraciale spanningen in het Amerikaanse Zuiden. Maar het verhaal speelt zich af in Central Point, een kleine gemeenschap waar rassenvermenging al generaties een realiteit was.”
De Nigeriaans-Amerikaanse actie (The Girl Is in Trouble) en sciencefiction (The Cloverfield Paradox) specialist Julius Onah werpt zich met Luce op de psychologische thriller om thema’s alszwarte identiteit en racisme aan te snijden. Het resultaat is een intrigerende mix van ambivalentie en mysterie.
Julius Onah, director of Luce, photo by Matthew Mendelson
Julius Onahs toneeladaptatie Luce is een van de beste en slimste psychologische thrillers van het jaar. Spannend, gelaagd, ambigu en eindeloos fascinerend. Met thema’s alszwarte identiteit, familie, discriminatie, empowerment, geweld en racisme. En stevige vertolkingen van Octavia Spencer, Naomi Watts, Tim Roth en revelatie Kelvin Harrison.
“Het is maar een begin, wij gaan door met de clichés!” Zo zou je, parafraserend, de herdenkingen van ’50 jaar mei ’68’ kunnen omschrijven. Want ‘analyses’ vol gemeenplaatsen creëren een karikatuur – mei ’68 als speeltuin van bourgeois-revolutionairen en dromers – en de in nostalgische melancholie gedrenkte vieringen vegen de revolutionaire woede van weleer netjes onder de mat. Gelukkig wordt ook Jean-Luc Magnerons in ’68 gedraaide ‘Mai ’68, la belle ouvrage’ op dvd uitgebracht, een documentaire die met de repressie een vergeten aspect belicht.
De internationale jury van Film Fest Gent bedacht Pietro Marcello’s ‘Martin Eden’, de bijzonder eigenzinnige en erg actuele verfilming van de gelijknamige roman uit 1909 van de Amerikaanse auteur Jack London, met een ‘Special Jury Prize for Best Director’. Terecht want de Italiaanse regisseur leverde een even poëtische als politieke film af. Een coming-of-age verhaal van een zeeman die schrijver wordt en aan het succes ten onder gaat. We spraken met een cineast die buiten de filmindustrie staat over een cultroman, morele cinema en de destructieve kracht van individualisme.