“Wanneer je, zoals ik, houdt van overacting en de gek uithangen, zit je goed met horror,” zegt McKee’s actrice en muze Angela Bettis, “want dan mag dat allemaal. Je kan alle kanten op, zover als je maar wil”. Masters John McNaughton & Lucky McKee kiezen voor emotioneel extreme helletochten, verknipte hormonenfestivals die horror en seks verstrengelen.
“Ze begrijpen eindelijk wat hij bedoelt,” zegt acteur Michael Moriaty, “Larry Cohen is een satiricus”. “Doordat mijn videowerk, alleen bestemd voor Japanse plattelandsjongeren, ongewild zijn weg naar het buitenland vond is er een verkeerd beeld ontstaan van Takashi Miike” aldus de cineast. Twee misbegrepen ‘Masters of Horror’ verrassen met enge sprookjes.
De serie MASTERS OF HORROR verrast door haar vrijheid van toon. Sommige meesters kozen voor het luchtige en bevreemdende, anderen voor het brutale en gewaagde. Zo zorgen Joe Dante en Dario Argento, met respectievelijk anti-Bush zombies en voor tv ongewoon rauwe seksuele avonturen, voor bijtende satire en heftige horror. Grote cinema op het kleine scherm.
“MASTERS OF HORROR is erg ‘cool’, het gaat om genrefilms maar ze zijn volledig regisseursgedreven,” zegt John Landis, “we mochten alle 13 doen wat we wilden, zolang we onze 60′ maar op 10 dagen en voor 1,7 miljoen dollar draaiden”. Met een hertenvrouw en een heks voeren John Landis en Stuart Gordon vrouwelijke monsters op.
De televisiereeks MASTERS OF HORROR biedt horrorauteurs creatieve vrijheid — zonder beperkingen op het vlak van seks, geweld en thema’s — én 60 minuten om de grenzen van hun genre te verleggen. John Carpenter start de tv-reeks met een hallucinante instant-klassieker, Don Coscarelli volgt met een gelaagde genre-oefening.
Dertien griezeluurtjes verzamelde ‘bedenker’ Mick Garris in de reeks ‘Masters of Horror’. Het idee ontstond tijdens een etentje van enkele horrorregisseurs. “Aan een tafeltje naast het onze vierde men een verjaardag,” vertelt Garris, “we wilden hen feliciteren met ’the Masters of Horror’ wish you a Happy Birtday.’ De naam van een project was geboren. Als grap want zo ernstig namen we ons niet.”
Ondergetekende en Richard Kelly tijdens Q&A. Foto Hugo Amoedo
Cinéma Galeries is ècht wel de mooiste bioscoop van België. De ideale plek om filmische meesterwerken te bekijken. Ooit ontdekten we er Stanley Kubricks Barry Lyndon en vele jaren later liep Richard Kelly’s cultklassieker Donnie Darko er. Achteraf mochten we met de regisseur het podium op, al zeggen we het zelf, een memorabele Q&A.
“Het ware succes van een film wordt pas jaren na zijn release bepaald,” benadrukt Larry Cohen (1936-2019) in Michael Doyle’s vuistdikke ‘Larry Cohen, The Stuff of Gods and Monsters’, “het verschil tussen een A-film en een B-film is dat je twee of drie decades moet wachten om de waarde van een B-film te ontdekken. Veel B-films zijn ondertussen populair geworden terwijl illustere A-films uit hetzelfde jaar in de vergetelheid sukkelden.”
De ultieme guerrilla filmmaker. Zo omschreef Mick Garris de aan zijn onafhankelijkheid gehechte Larry Cohen, een auteur die zijn stempel drukte op de gouden jaren zeventig van het horrorgenre maar grotendeels onbekend bleef ondanks het cultsucces van zijn “pleidooi voor abortus” It’s Alive. Met Cohen verdwijnt een brok artisanale subversieve cinema.
Honderd jaar na de geboorte van de in 2007 gestorven film- en theatermaker Ingmar Bergman focussen documentaires van Margarethe von Trotta en Jane Magnusson op het filmleven van de Zweedse grootmeester. Trips naar de bron van Bergman. Portretten die ‘intieme demonen’, een barokke filmstijl en een meer emotioneel dan intellectueel oeuvre blootleggen.