Film blijft worstelen met het verbeelden van de Holocaust. De massale vernietiging van de Joden valt dan ook met niets te vergelijken. Son of Saul zette een frontale aanval in op een oud moreel debat: mag je het verhaal van de kampen vertellen en kan je de horror tonen? Vragen waarmee ook Stanley Kramer, Steven Spielberg en Claude Lanzmann kampten.
De jonge Gentenaar Lukas Dhont kreeg terecht lof voor de subtiele en respectvolle benadering van de transgenderthematiek in Girl. Een debuut dat ook de verdienste had LGBT (lesbian, gay, bisexual & transgender) cinema toegankelijk te maken voor een ruim publiek. Dhont sluit daarbij aan bij een trend. Nogal wat jonge filmmakers willen LGBT cinema uit het getto halen door een publieksvriendelijke aanpak. Afrekenen met de klassieke Unhappy End, apocalyptische toon en vaak ook militante stijl zijn daarbij tools. Al blijven er verschillen en (zoals Girl in de V.S. mocht ontdekken) specifieke regionale gevoeligheden. Getuige twee, eerder optimistische, recente populaire LGBT films: het Britse God’s Own Country van Francis Lee en het Ameriaanse Love, Simon (Greg Berlanti’s Becky Albertalli adaptatie).
Superfeestje! Na Avengers: Infinity War en Ant-Man and the Wasp telt Marvels Cinematic Universe 20 films. Voeg daar nog negen tv-series aan toe en je bent, mits voldoende tijd en energie, vertrokken voor een supersessie zwelgkijken. Een onderdompeling in de gedeelde wereld en waarden van Amerikaanse superhelden. Moderne sprookjes voor jong en oud.
John Huston cultiveerde zelf het imago van picareske avonturier dat hem tot een onderschat regisseur van ondergewaardeerde films maakte. Twee vergeten Fox producties bewijzen dat de man die geen auteur wou zijn er wel een was.
De Parijse ‘evenementen’ van mei ’68 stonden symbool voor een turbulent tijdsgewricht beheerst door wereldwijd verzet tegen een versleten ‘oude’ orde. Vijftig jaar later wordt de rebellie weggezet als een mislukte utopie en een louter Frans fenomeen. Hoog tijd om via beelden in de geest van toen te duiken. Want ’68 blijft een permanente inspiratiebron.
Filmtitels kunnen bij Alfred Hitchcock alles (Suspicion) of niets (North by Northwest) zeggen. Ze kunnen ook bijdragen tot de verwarring. Met variaties op een thema: Secret Agent (1936), Sabotage (1936, gebaseerd op The Secret Agent van Joseph Conrad !) en Saboteur (1942). Hitchcock had daar zelf weinig problemen mee. Hij schaamde zich evenmin om films te hermaken: zo kreeg zijn Britse film The man who knew too much een gelijknamige Amerikaanse remake en werd The thirty-nine steps omgevormd tot North by Northwest. De basisgegevens en dramatische principes blijven in zijn ogen immers steeds dezelfde, enkel de vormgeving wordt aangepast. Originaliteit is voor Hitchcock van ondergeschikt belang, alles draait om creativiteit.
Alle films van Alfred Hitchcock draaien rond vormen van fysieke en/of geestelijke verlamming. Machteloosheid en angst vergroten steevast de dreiging voor zijn personages. In de twee versies die Hitchcock draaide van The man who knew too much worden de personages getroffen door een morele en emotionele verlamming. In de eerste (Britse) versie (1934) legt Hitchcock vooral het mechanisme bloot, in de tweede (Amerikaanse) versie (1956) toont hij de psychologische geladenheid van het gegeven. Zelf vond Hitchcock de originele versie het werk van een getalenteerd amateur en de remake dat van een professional.
Alfred Hitchcock was voor critici vaak moeilijk te vatten omdat hij een vleesgeworden contradictie bleek te zijn: tegelijk outsider en conformist, tegelijk provocateur en moralist. Iemand die prestatiedrang aan zijn laarzen lapte maar toch behept was van het nuttigheidsprincipe. Een cineast die ongecomplexeerd extreme films maakte – zoals Frenzy of Sabotage – maar even vlot bereid was te ‘bekennen’ aan gesprekspartners als François Truffaut of Peter Bogdanovich dat het floppen van deze films te wijten was aan een eigen ‘fout’. De hautaine auteur veranderde probleemloos in een nederige professional.
Eind jaren dertig begon Alfred Hitchcock naar Hollywood te lonken. Enerzijds omdat hij vond dat hij voldoende professionele ervaring had verworven, anderzijds omdat het Britse misprijzen voor een populaire kunst als film (dat het constant moest afleggen tegen hogere kunsten als literatuur en toneel) hem mateloos bleef ergeren. Hitchcock was toe aan nieuwe uitdagingen én een meer stimulerende creatieve werksfeer.
Alfred Hitchcock debuteerde in Hollywood met een vrij Britse film: Rebecca. En hij maakte meteen kennis met een erg bemoeizieke Amerikaanse producent: David O. Selznick. Resultaat was een berg memo’s (van de producent aan de regisseur), een tumultueuze draaiperiode, een film met thema’s die later nog in het Amerikaanse werk van Hitchcock zouden terugkeren en een verstoorde relatie tussen Selznick en Hitchcock.