“Ik maak geen mainstreamfilms,” zegt Kelly Reichardt, “ik maak door personages gedreven films voor mensen die meer van cinema verwachten dan puur entertainment”. Het boegbeeld van de Amerikaanse onafhankelijke cinema draait tegendraadse films die ons confronteren met personages waarover ze zeer weinig vertelt. Reichardt dwingt de kijker om tussen de lijnen te lezen: “Goede cinema bevat meerdere lagen en betekenis kan je ook puren uit beelden en geluiden, en vooral uit de interactie daartussen. Wat tussen de regels verscholen zit is minstens zo belangrijk als wat je hoort en ziet”.
Vijf jaar na het tumultueuze succes vanLa Vie d’Adèle reageert Abdellatif Kechiche zowel op dit rond pijnlijke emoties draaiende amoureus coming-of-age drama als op wat de Frans-Tunesische filmmaker ziet als een “angstaanjagend tijdsgewricht dat me een gevoel van malaise bezorgt.” Hij doet dit met een in joie de vivre gedrenkte ode aan de schoonheid van liefde en vrouwelijke lichamen. Mektoub,My Love: Canto Uno is een melancholische film vol licht, lust en leven.
Nadat hij in Food, Inc. afrekende met de machtsconcentratie in de Amerikaanse voedingsindustrie, richt documentairemaker Robert Kenner in Merchants of Doubt zijn pijlen op de Amerikaanse ‘spin’ industrie. Geïnspireerd door het gelijknamige boek van Naomi Oreskes en Erik Conway ontmaskert hij in zijn satirische documentaire de pseudo-specialisten die door twijfel te zaaien over klimaatopwarming politieke actie trachten af te remmen. Handelaars in twijfel die vroeger de tabaksindustrie hielpen en nu de belangen van de fossiele brandstofindustrie dienen.
Avontuur en heldendom. Plus mooi prijzengeld. Dat is de wortel die de Britse zakenman en amateurzeiler Donald Crowhurst plots voor zijn neus ziet bengelen wanneer hij in 1968 een bootshow bezoekt en een zeilrace pionier met aanstekelijk enthousiasme hoort speechen over de unieke kans om “niet langer in de schaduw van andere mensen te staan” door deel te nemen aan de eerste non-stop solo zeilwedstrijd rond de wereld, de ‘Sunday Times Golden Globe Race’. Een held worden in de ogen van zijn echtgenote en drie kinderen spreekt de uitvinder en ondernemer wel aan. Een levenslijn uitwerpen voor zijn kwakkelende onderneming al evenzeer.
Toegegeven, we hebben een boontje voor auteurcinema en voor Franse films. Een perfecte combinatie wat ons betreft. Ook al heeft de Franse cinema zijn beperkingen. Franse cineasten slagen er niet in verhalen te vertellen zoals de Amerikanen, drie op de vier films handelen over affectieve problemen en Parijs staat al te vaak symbool voor de hele wereld. Maar le cinéma français heeft toch vooral stijl, charme en kwaliteit. Die kwaliteit ligt in het vermijden van vaste modellen, het afwijzen van formattering.
Toen Michael Mann in de jaren 80 als producent zijn stempel drukte op Miami Vice, pastelkleurige “televisie gemaakt vanuit een filmische gevoeligheid”, nam NBC hem onder vuur omdat de politieserie “onaanvaardbaar donker” werd. Mann ging dromen van “een volwassen bioscoopversie”. Realistischer, explicieter (qua taal, seks en geweld) en intenser. Met behoud van de essentie: emoties! Eén van de laatste ‘auteurs’ actief in hartje Hollywood maakt van Miami Vice cinema voor het grote scherm.
“Vaak denken we dat onze levens de allerslechtste zijn, maar wanneer je in eender wiens kast zou kijken, you wouldn’t trade your shit for their shit.” Het is de enige wijsheid die gang leider Ray in petto heeft voor de 13-jarige Stevie wanneer die in Mid90s verbijsterd ontdekt dat een van zijn skate idolen dakloos is.
“I gotta get outta here” roept de aftakelende en in de New Yorkse Vierde Wereld opgesloten Ratso Rizzo in het schrijnende, tragisch realistische Midnight Cowboy. Tussen droom en werkelijkheid vinden John Schlesinger, Dustin Hoffman en Jon Voight pijn maar vooral menselijkheid. Een klassieker uit 1969, toen Hollywoodfilms nog grenzen overschreden.
Terwijl de meeste documentaires kunst associëren met schoonheid en creativiteit legt cineaste Oeke Hoogendijk (Het Nieuwe Rijksmuseum) in Mijn Rembrandt de link tussen kunst en obsessie, tussen de drang om te scheppen en de drang om te bezitten. Daarbij ontstaat een heel nieuw documentair subgenre: de kunsthistorische thriller.
“Het is heel menselijk om elkaar te beoordelen en te veroordelen. Daarom is het belangrijk voor homo’s en lesbiennes om uit de kast te komen. Zodat mensen wèten met wie ze praten. Alles draait om angst voor het onbekende. Wanneer mensen nooit openlijke homo’s tegenkomen blijft die angst bestaan”. Een uitspraak van ‘openlijke homo’ Gus Van Sant die klinkt als een Harvey Milk-speech. De regisseur van de tedere en toegankelijke biopic Milk zet de strijd van zijn hoofdpersonage voort.