De Amerikaanse kortfilmer Justic Dec maakt zijn langspeelfilmdebuut met een adaptatie van een eerdere vingeroefening. Countdown draait rond een app die het exacte tijdstip van iemands dood voorspelt en is een bescheiden maar intelligente horrorthriller die heel efficiënt klassieke en moderne thema’s verstrengelt.
Met scenario’s voor Joachim Lafosse (À perdre la raison), Bertrand Bonello (Saint-Laurent) en Jacques Audiards drie laatste films (waaronder Dheepan) is Thomas Bidegain niet bepaald onervaren. Dat merk je aan zijn netjes gepolijst en in vier hoofdstukken opgedeelde regiedebuut Les Cowboys.
“The Crazies was opgevat als een allegorie,” zegt George A. Romero over zijn apocalyptische horrorfilm uit ‘73, “het uitgangspunt was dat iedereen in zekere mate gek is. De gekende vraag: wat is normaal, wat is waanzin?”. De Hollywood-outsider tekent sinds Night of the Living Dead voor grimmige drama’s die op brutale wijze de culturele en sociopolitieke trends van hun tijd weerspiegelen. Breck Eisners met aanzienlijk meer middelen gedraaide remake zegt ook iets over de tijdgeest – meer bepaald over angst in de jaren nul – maar een vakman is nog geen auteur en kritiek is niet noodzakelijk subversief. Een vergelijking toont hoe horrorverhalen omgaan met verdrongen angsten en monsters met hun tijd meegaan.
CREED: Rocky Bolboa en Adonis Creed @ Philadelphia
“Het verhaal van Rocky is verteld, zijn boksverhaal en zijn reis met Adrian,” zegt Sylvester Stallone op de Blu-ray van Creed, “het gaat nu om een nieuwe generatie. Het personage Adonis Creed komt in beeld”. De tagline van de door Ryan Coogler (Fruitvale Station) geregisseerde zevende Rocky-aflevering is gepast “your legacy is more than a name”. Creed is een verhaal van overdracht en erfenis. Het verhaal van een volkse held met een larger than life aureool die wanneer de dood in beeld komt reïncarneert in een jonge antiheld. Een transformatie waarbij de geest, de spirit, intact blijft en de bokser met het ‘oog van de tijger’ en een hart voor familie klaargestoomd wordt voor ronde 8 en volgende.
Terwijl zijn
Rocky-personage vooral
bezig is met ‘waardig ouder worden’ bewaakt acteur en scenarist
Sylvester Stallone angstvallig de Rocky-mythe.
De met Rocky I tot IV
zorgvuldig opgebouwde franchise leek morsdood na miskleun Rocky
V en eerbetoon Rocky
Balboa maar leefde op na de Creed
make-over. Creed II
blijft ondanks milde sequelitis overeind.
“Mijn films zijn mijn wetenschappelijke experimenten.” Een jaar nadat de zelfverklaarde David Cronenberg discipel Julia Ducournau met ‘Titane’ de Gouden Palm in de wacht sleepte, zette de Canadese grootmeester Cannes op stelten met ‘Crimes of the future’. Een adembenemende terugkeer vol horror en humor naar zijn experimentele roots. Wonderlijke en radicale cinema, het zelfportret van een kunstenaar op wie de tijd geen greep krijgt en die via film aftakeling inruilt voor transformatie.
“De personages die mij aanspreken zijn niet slecht maar evenmin heroïsch,” benadrukt regisseur William Friedkin, “ze bevatten dingen die in elk van ons zitten. Volgens mij is iedereen in staat om goed te doen maar ook bekwaam om kwaad te veroorzaken. Het is een constante strijd in de menselijke natuur om het goede in ons boven te halen”. Dit statement verklaart waarom Friedkins film zo ambigu en omstreden zijn. Maar ook waarom ze zo boeiend zijn en blijven. En moeilijk te beoordelen zijn. Daarom is het interessant om even terug te gaan in de tijd en te zien wat we schreven (in het filmtijdschrift Andere Sinema) bij de release van Cruising, nog voor Friedkin uitgroeide tot een van onze favoriete cineasten.
Begin jaren ’80 stapelden de Stephen King verfilmingen zich op. Met The Shining, The Dead Zone en Christine zaten daar bepaald sterke films tussen maar King vond die niet beter dan Children of the Corn of Firestarter. Alleen de bescheiden maar efficiënte thriller Cujo vond genade in zijn ogen. De krachttoer van Lewis Teague krijgt nu een fraaie Blu-ray release.
Dat er dingen bestaan waarvan we geen besef hebben is een van de thema’s van horrorfilms. Omdat zowel kijker als protagonist er niet open voor staan of er niet in geloven blijft het monster fictie. The Curse of La Llorona wil via een Latijns-Amerikaanse legende de grens tussen fictie en realiteit doen vervagen. En een nieuw iconisch monster creëren.
In 1981 draaide de Tsjechisch-Amerikaanse cineast Ivan Passer de in sixties spirit gedrenkte ultieme seventies film Cutter’s Way. Een melancholische en bescheiden neo-noir die samen met de megalomane western Heaven’s Gate kapseisde en later net als Cimino’s film maudit de status van cultklassieker en spiegel van de Amerikaanse nachtmerrie verwierf.