“Vanaf onze geboorte zijn we veroordeeld want de dood is een ongeneeslijke ziekte waartegen we machteloos staan,” zei Alain Resnais n.a.v. Vous N’avez Encore Rien Vu, “ik zou kunnen filosoferen over het verzet van Sisyphus tegen Thanatos, maar bij gebrek aan het talent van een Sorbonne-professor doe ik dat niet”. In plaats daarvan maakt hij een speelse en hypnotische bespiegeling over dood, geheugen en kunst.
“Her loss of innocence mirrored that of a nation” zegt een ‘hemelse’ voice-over (Willem Dafoe) over ‘stem van het licht’ Celeste, “gevangene van een opzichtig en onleefbaar heden.” In de akelig beklemmende openingsscène van Brady Corbets Vox Lux smeekt een tienermeisje om het leven van haar medestudenten te sparen.
Doug Liman, specialist van de ‘high concept‘ actiefilm, condenseert in The Wall de Irakoorlog tot een fysieke en mentale confrontatie tussen twee soldaten. Dat levert een efficiënt geserveerde portie suspense en drama op maar ook een omstreden filmeinde.
Van Back to the Future en Forrest Gump regisseur Robert Zemeckis kan je moeilijk zeggen dat hij niet tracht bij het vertellen van verhalen buiten de lijntjes te kleuren. Who Framed Rober Rabitt?, The Polar Express, The Walk en Welcome to Marwen zijn geen meesterwerken maar wel originele, markante films. Welkom in een bizarre wereld tussen fantasie en realiteit!
“Een beeld is beter als het ambigu is” benadrukte Tilda Swinton in Cannes. De Schotse actrice becommentarieerde haar imago maar had net hetzelfde kunnen zeggen over landgenote Lynne Ramsays We Need to Talk about Kevin. Een tot denken aanzettende moeder-zoon tragedie met meer vragen dan antwoorden.
Na 7 jaar filmstilte pakt James Gray uit met de sublieme bijbelse tragedie We Own the Night. Een openlijk conflict met Harvey Weinstein n.a.v. The Yards bezorgde de cineast van Little Odessa de reputatie van ‘lastpost’ (bij producenten) en ‘verdoemd artiest’ (bij zijn cultaanhang). In afwachting van Two Lovers zit hij amper aan 3 films in 13 jaar. Pareltjes over bezoedelende dromen, verloren onschuld en belastende familiebanden.
“Volgens mij kan jij dit ook” zegt een naar een Kandinsky schilderij wijzende gids tegen de jonge Kurt tijdens een in 1937 georganiseerde rondreizende nazi-expo over ‘ontaarde kunst’, “wat heeft dit met kunst te maken? Hoe verheft het de ziel?” Die vragen, gesteld aan het einde van de lange tirade over (moderne) kunst waarmee Werk ohne Autor opent, spoken 3 uur lang door de geest van Florian Henckel von Donnersmarcks protagonist.
“De boodschap van Anne Franks dagboek is in de verdrukking geraakt,” benadrukte de Israëlische filmmaker Ari Folman (‘Waltz with Bashir’) toen hij tijdens Film Fest Gent zijn animatiefilm ‘Where is Anne Frank’ voorstelde, “terwijl die boodschap net actueler dan ooit is.” Het is geen toeval dat de vluchtelingcrisis een thema is in dit verhaal waar zowel Anne Franks imaginaire vriendin als haar dagboek centraal staan.
Met de levendige filmparabel ‘The White Tiger’ sluit de Iraans-Amerikaanse onafhankelijke filmmaker Ramin Bahrani aan bij zijn eerdere authenticiteit uitademende sociaal-realistische studies van de machtsverhoudingen in de neoliberale jungle zoals ‘Man Push Cart’, ‘Chop Shop’, ‘Goodbye Solo’ en ’99 Homes’. Bahrani’s adaptatie van Aravind Adiga’s met de Booker Prize bekroonde rond een jonge Indische opportunist draaiende rags-to-riches verhaal is een scherp en grimmig antwoord op Danny Boyle’s feelgood sprookje ‘Slumdog Millionaire’ en Garth Davis’ zeemzoete ‘Lion’. Een parabel tjokvol humor en woede.
In het oeuvre van John Ford is The Whole Town’s Talking een wat vreemde film. Lichtvoetig en toch geladen, direct en toch expressionistisch. En vooral ook: te gewoon ongewoon.