“Je ziet de wereld beter door het oog van de camera,” zei Louis Malle, “wanneer ons geheugen gefilterd wordt door onze verbeelding maken we films met echte diepgang.” Films zoals Ascenseur pour l’échavaud.
Vijf jaar na het met de traditie van de Chinese martial artsfilm verbonden morele epos A Touch of Sin en drie jaar na het wondermooie hedendaagse melodrama Mountains May Depart pakt de met Unknown Pleasures en Still Life bekend geworden Chinese filmmaker Jia Zhangke (° 1970) uit met Ash Is Purest White, een verhaal van liefde en verraad in de criminele onderwereld. Een universum dat, door sociale en economische omwentelingen, in transitie is. Net als de protagonisten. Het over bijna twee decaden lopend wedervaren van gedoemde geliefden verstrengelt daarbij met het oeuvre van een rebelse cineast die, samen met echtgenote en hoofdactrice Zhao Tao, zijn samenleving kritisch in beeld blijft brengen.
Momenteel draait filmmaker Jia Zhangke (° 1970) So Close My Land, een documentaire over een literatuurfestival dat in ‘zijn’ provincie Shanxi verschillende generaties schrijvers voorstelt. De man die geldt als de belangrijkste Chinese verteller van deze tijd focust als geen ander op de cultuur van zijn land en blijft dè chroniqueur van de Chinese geschiedenis.
De Taiwanese regisseur Hou Hsiao-Hsien opent The Assassin met een tekst die de context van het verhaal schetst: in het China van de 9de eeuw, tijdens de Tang-dynastie, komt de Weibo-provincie in opstand tegen de keizer met alle gewelddadige gevolgen van dien. Een vrouwelijke huurmoordenaar, Nie Yinniang, krijgt de opdracht om haar oude geliefde, een man die ondertussen gouverneur van de rebellerende provincie is geworden, te doden. Dat oogt behoorlijk als Chinese Shakespeare met een eeuwige strijd tussen ratio en passie, werk en emoties, individu en hogere orde. Een strijd als motor van een genrefilm, met name het historische martial arts genre (equivalent van de western).
James Foley liet zich recent met Fifty Shades Darker en Fifty Shades Freed niet echt positief opmerken maar de Amerikaanse regisseur tekende wel voor twee parels: de Jim Thompson adaptatie After Dark, My Sweet en de neo noir At Close Range. Deze rauwe en visueel mooie vader-zoon tragedie met Sean Penn en Christopher Walken is te (her)ontdekken op Blu-ray.
Met L’Atelier, een film die het midden houdt tussen een documentaire en een thriller, mixt Laurent Cantet sociale en politieke cinema. De Franse cineast, die met het onderwijsdrama Entre les Murs in 2008 nog de Gouden Palm won, snijdt andermaal thema’s aan zoals onderwijs, transmissie, vervreemding en de generatiekloof in een vooral door amateur acteurs gedragen film. Alles draait rond een literaire workshop in het Zuid-Franse kuststadje La Ciotat die jongeren toelaat zich te ontplooien terwijl de spanningen hoog oplopen.
Na onder meer Vincente Minnelli (Lust for Life), Akira Kurosawa (Dreams) en Maurice Pialat (Van Gogh) is het de beurt aan kunstminnaar Julian Schnabel om het leven, de persoonlijkheid en het creatieve proces van Vincent van Gogh te schetsen. Hij laat Willem Dafoe in At Eternity’s Gate de mentale turbulentie van de legendarische schilder stevig in de verf zetten.
Mooi geschenk van ‘Please Release Me’: in de week van 22 maart kunnen filmliefhebbers online gratis kijken naar het in België onverdeelde ‘Atlantis’. Een visueel verbluffende maar vooral ook urgente postapocalyptische film van de Oekraïense cineast Valentin Vasyanovych die in de verwoestende tragedie die zijn land trof ook een sprankje hoop vindt. In de rauwe, kille puinhoop die achterblijft na de oorlog zorgen mensen – ondanks de wonden en trauma’s – voor licht en warmte.
Met haar eerste, voor de Sembène Award genomineerde, langspeelfilm Atlantique won de Frans-Senegalese Mati Diop de prestigieuze Grand Prix op het filmfestival van Cannes. Haar oom Djibril Diop Mambéty (Touki Bouki) was een monument van de wereldfilm maar dit poëtisch en politiek liefdesverhaal geeft aan dat de cineaste een meer dan waardige erfgename is.
De spionagefilm boomde tijdens de Koude Oorlog periode en leek met het vallen van de Berlijnse muur een gedoemd genre. Niets was minder waar. Naar het voorbeeld van opperspion James Bond verschoof de klemtoon echter van spanning en mysterie naar actie en geweld. De ultra gestileerde spionagethriller van David Leitch, Atomic Blonde, vormt daarop geen uitzondering.