Hollywood bereikte zijn absolute hoogtepunt in 1939. De bioscoopzalen zaten afgeladen vol en de filmproductie scheerde zowel kwantitatief als kwalitatief hoge toppen: The Wizard of Oz, Stagecoach, Ninotchka, Gone with the Wind, Young Mr. Lincoln, … Columbia pakte uit met het prestigieuze Mr. Smith Goes to Washington, de laatste film die Frank Capra voor ‘zijn’ studio zou maken, en het lichtvoetige Only Angels Have Wings.
Sommige waargebeurde verhalen zijn vreemder dan fictie. Zoals het verhaal van de Japanse officier die na de capitulatie van zijn land een vervolg aan Wereldoorlog II breidt door zich dertig jaar te verschuilen in de jungle van een Filipijns eiland en te blijven doorvechten tegen ‘de vijand’. Zonder te beseffen dat voor de rest van de wereld de oorlog voorbij is. De Franse cineast Arthur Harari vertelt in Onoda op even sobere als indringende wijze dit waanzinnig verhaal van een man die het recht verloor om te sterven en transformeerde in een eeuwige soldaat.
De verfilming van Jack Kerouacs beat-klassieker ‘On the Road’ leek lang een gedoemd project. Onder meer Coppola en Van Sant beten er zich de tanden op stuk. Tot de Braziliaan Walter Salles (‘The Motorcycle Diaries’) in het streven van de beat-generatie om intenser te leven en de nood om te experimenteren een universele insteek zag: “Het is de voorbode van de gedragsrevolutie die ons vrijer maakt”.
Op het filmfestival van Cannes ging in 2012 de langverwachte Jack Kerouac-adaptatie On the Road in wereldpremière. We spraken kort daarvoor met regisseur Walter Salles.
Op icoon Clint Eastwood na is er vandaag geen Amerikaanse cineast die zo consequent westerns blijft maken als Kevin Costner. Het merkwaardige is dat de acteur (o.m. Silverado en Wyatt Earp) en regisseur daarbij allerminst slaafs de Hollywood-trends volgde. Integendeel, hij roeide steevast koppig tegen de stroom in. Ook nu weer met Open Range.
“Het leven is goed” zegt een dokter. “Goed waarvoor” vraagt zijn patiënt. Deze ontnuchterende dialoog kleurde Le Feu Follet, een melancholische film van Louis Malle uit 1963 over een in een diepe existentiële crisis verkerende alcoholist. De Noorse cineast Joachim Trier (Reprise) baseert zich op dezelfde (uit de jaren ’20 daterende) roman van Pierre Drieu La Rochelle voor Oslo, 31 August.
“The end of a picture is always an end of a life” zei Sam Peckinpah (1925-1984) en enkele maanden na de release van zijn laatste film, de Robert Ludlum verfilming The Osterman Weekend, eindigde ook het bewogen leven van ‘bloody Sam’. Dat zorgde niet meteen grote opschudding bij publiek en critici. Deels omdat Peckinpahs reputatie als alcoholist en autodestructieve zonderling een vroegtijdige dood voorspelbaar maakte. Maar ook deels omdat de films van Peckinpah, op The Wild Bunch na, nooit geliefd waren bij zowel het mainstream publiek als het alternatieve circuit.
Our Brand is Crisis, een documentaire van Rachel Boynton over de Boliviaanse verkiezingen van 2002, werd door de Amerikaanse filmmaker David Gordon Green voor de producenten van Oscarwinnaar Argo omgetoverd in een fictiefilm. Het is een politieke screwball komedie geworden die interessante vraagtekens plaatst bij de rol van politiek consultancy maar helaas vanuit een westers perspectief is gemaakt. En uitdraait op een Amerikaans onderonsje.
“Het was populair om ‘in’ te zijn, ik ben ‘out’,” zegt Jacques Rivette in een documentaire bij de dvd- en Blu-ray-box van Out 1, zijn mysterieuze cultfilm uit 1971. Of liever: zijn cultfilms, want beide versies (Noli me tangere en Spectre) van dit amper vertoonde meesterwerk zijn eindelijk beschikbaar en gerestaureerd.
OZ: THE GREAT AND POWERFUL: James Franco en Mila Kunis
“It’s like no place I’ve ever seen”, zegt Oz in Sam Riami’s kleurrijke avonturenfilm Oz the great and powerful, geen remake maar wel een prequel van de klassieker The Wizard of Oz. En ook:“Let’s Go Make Some Magic!”. Terwijl Glinda aangeeft dat we ons opnieuw in een verhaal bevinden dat dromen en film verbindt. We voelen ons meteen thuis.