Girl, het in Cannes met prijzen overladen langspeelfilmdebuut van de jonge Gentenaar Lukas Dhont opent de 45e editie van Film Fest Gent. Dhont kreeg terecht lof voor de subtiele en respectvolle benadering van de transgenderthematiek. Maar Dhont is vooral ook een rastalent, iemand die zijn verhaal heel cinematografisch weet te vertellen. Op zo’n manier dat duidelijk wordt dat hij dit verhaal van een vijftienjarige ballerina die als jongen geboren wordt maar vrouw wil worden, absoluut moest vertellen. En dat enthousiasme werkt aanstekelijk.
“They always underestimate the mastermind” zegt Elijah Price’s moeder in Glass. Een knipoog naar M. Night Shyamalan, het regie-genie dat ons met een cameo als koper van bewakingscamera’s een stukje van zijn nieuwste thriller puzzel aanreikt. De met The Sixth Sense en Unbreakable tot Hollywood halfgod verheven filmmaker werd tè vlot beschouwd als een overambitieuze cineast in vrije val (The Happening, After Earth) die enkel als bescheiden B-filmer (The Visit, Split) zijn comeback maakte. Om met metafilm Glass weer te ontsporen.
“Het verleden is zoals een vreemd land, ze doen daar de dingen anders”. Deze woorden openen het boek van L.P. Hartley en Joseph Loseys THE GO-BETWEEN. De lezer en de kijker worden uitgenodigd om een reis te maken door het verleden. Een trip die nog vreemder wordt voor wie nu op Blu-ray de film uit 1971 (her)ontdekt want dit soort karaktergedreven lyrische psychodrama’s wordt nog amper gemaakt.
Überklassieker Gone With The Wind is een van de meest populaire klassiekers uit de filmklassieker. Jarenlang gold het als het grootste kassucces ooit. Tot inflatie en blockbusters daar een stokje voor staken.
Na de John Wayne propagandafilm The Green Berets (1968) kwam de Vietnamoorlog lang enkel aan bod in documentaires (Hearts and Minds, Winter Soldier). Tot in 1978 Michael Cimino’s Oscarsucces met The Deer Hunter de weg opende voor Apocalypse Now, Platoon e.v.a.. Met dank aan enkele ondertussen in de vergetelheid geraakte releases van datzelfde jaar: Coming Home, The Boys in Company C en Go Tell the Spartans.
De Franse filmmaker François Ozon draait steevast literair verankerde universele, tijdloze fictiefilms die draaien rond vrouwen. Genre 8 Femmes, Angel en Frantz. Een uitzondering, Grâce à Dieu, het op ware feiten gebaseerde verhaal van drie slachtoffers van een pedofiele priester die jarenlang strijd leverden om het misbruik aan de kaak te stellen.
De Franse cineaste Rebecca Zlotowski maakt films om het leven te intensifiëren. Eerst het impressionistisch fragiel coming-of-ageverhaal Belle épine en nu het expressionistisch giftig liefdesverhaal Grand Central. Opnieuw met een energieke Léa Seydoux.
“De toeschouwers zijn al die geprefabriceerde, voorspelbare films beu,” zegt Benoît Delépine, “ze willen verrast worden door ongewone onderwerpen en onverwachte filmwijzen”. Samen met Gustave Kervern serveert hij ons daarom de anarchistische komedie Le Grand Soir, waar naast Benoît Poelvoorde en Albert Dupontel zijn eigen hond de show steelt. “Hij is een echte punk, ongemanierd en oncontroleerbaar, de tegenpool van de viervoeter in The Artist!”
“Zolang Facebook blijft onze informatiesnelweg bevuilen en onze democratische processen verstoren”, vertelde documentairemaker Karim Amer aan Deadline, “zal onze samenleving niet veranderen.” Samen met Jehane Noujaim viseert hij in de Netflix-documentaire ‘The Great Hack’ al wie de data goudmijn van sociale media gebruikt om via emotionele triggers burgers te manipuleren. Sommige getuigen flirten met ambiguïteit en de rol van Steve Bannon had nog meer mogen uitgespit worden. Maar naast verhelderende informatie reikt deze urgente documentaire ook cruciale vragen aan over data-misbruik en het verweer van gebruikers in de digitale wereld.
In 2016 maakt Tarzan zijn comeback op het witte scherm. Met dank aan regisseur David Yates en acteur Alexander Skarsgård die de held van heroic fantasy auteur Edgar Rice Burroughs (en tal van Hollywood-verfilmingen) opnieuw tot leven brengen in The Legend of Tarzan. Tijd om even terug te blikken op een van de sterkste en meest onderschatte Tarzanfilms ooit, het uit 1984 daterende Greystoke: The Legend of Tarzan, Lord of the Apes van de Britse regisseur Hugh Hudson. Een cineast die vooral bekend werd met de Oscarbekroonde atletenfilm Chariots of Fire.