De ultieme guerrilla filmmaker. Zo omschreef Mick Garris de aan zijn onafhankelijkheid gehechte Larry Cohen, een auteur die zijn stempel drukte op de gouden jaren zeventig van het horrorgenre maar grotendeels onbekend bleef ondanks het cultsucces van zijn “pleidooi voor abortus” It’s Alive. Met Cohen verdwijnt een brok artisanale subversieve cinema.
mrt 22, 2019 // by Ivo De Kock // actueel, thema // Reacties uitgeschakeld voor De Apocalyps als filmspektakel: Het einde van de wereld is voor morgen!
2012
2012, The Road, The Book of Eli en Legion. De release van verscheidene apocalyptische films in een korte tijdspanne zegt veel over de heersende tijdgeest. Toch is het niet voor het eerst dat filmmakers wereldwijde rampspoed voorspellen. Vanwaar die obsessie van film voor ‘the end’, voor verhalen die draaien rond het einde van de wereld?
Honderd jaar na de geboorte van de in 2007 gestorven film- en theatermaker Ingmar Bergman focussen documentaires van Margarethe von Trotta en Jane Magnusson op het filmleven van de Zweedse grootmeester. Trips naar de bron van Bergman. Portretten die ‘intieme demonen’, een barokke filmstijl en een meer emotioneel dan intellectueel oeuvre blootleggen.
“Ik ben niet dood. Musicals zijn mijn leven” bleef Stanley Donen herhalen. Het mysterieuze musical project dat de maker van Singin’ in the Rain aankondigde toen zijn filmcarrière voorbij was kwam er echter nooit. En nu is dansen in de regen en op het plafond definitief iets van een andere tijd. Een monument van Hollywoods Gouden Jaren is niet meer.
De onderschatte en uiterst productieve Italiaanse cineast Ettore Scola (°1931) begon zijn carrière met een ‘commedia all’italiana’. Eerst als scenarist (begin jaren 50), later (vanaf ‘64) als regisseur. In de schaduw van de grote tenoren De Sica, Rossellini, Visconti, Pasolini, Fellini en Antonioni maakte Scola vooral populaire films die het midden hielden tussen zedenkomedie en satire. Tot theatraliteit en ernst de humor verdreven en zijn cinema koel werd.
Viggo Mortensen as Tony Vallelonga and Mahershala Ali as Dr. Donald Shirley in Green Book, directed by Peter Farrelly.
De Academy Awards zijn zelden trendsettend en nooit radicaal. Ook de 91ste editie kleurde netjes binnen de lijnen met een veilige Beste Film, Peter Farrelly’s blank Green Book, Oscars voor de meeste favorieten en lippendienst voor diversiteit. Het politiek geladen Dick Cheney portret Vice, het radicale If Beale Street Could Talk, de gedurfde animatiefilm ‘Isle of Dogs’ en sterke vrouwelijke regisseurs zoals Debra Granik werden ‘vergeten’. Gelukkig ontving een vurige Spike Lee eindelijk zijn langverdiende Oscar voor BlackKklansman.
Film blijft worstelen met het verbeelden van de Holocaust. De massale vernietiging van de Joden valt dan ook met niets te vergelijken. Son of Saul zette een frontale aanval in op een oud moreel debat: mag je het verhaal van de kampen vertellen en kan je de horror tonen? Vragen waarmee ook Stanley Kramer, Steven Spielberg en Claude Lanzmann kampten.
“La vie n’est pas celle qu’on a vécue, mais celle qu’on se souvient d’avoir vécue pour la raconter.” Met dat citaat van Gabriel Garcia Marquez opent Costa-Gavras zijn aan zijn vrouw Michèle Ray opgedragen autobiografie ‘Va où il est impossible d’aller‘. Letterlijk en figuurlijk een kanjer.
De jonge Gentenaar Lukas Dhont kreeg terecht lof voor de subtiele en respectvolle benadering van de transgenderthematiek in Girl. Een debuut dat ook de verdienste had LGBT (lesbian, gay, bisexual & transgender) cinema toegankelijk te maken voor een ruim publiek. Dhont sluit daarbij aan bij een trend. Nogal wat jonge filmmakers willen LGBT cinema uit het getto halen door een publieksvriendelijke aanpak. Afrekenen met de klassieke Unhappy End, apocalyptische toon en vaak ook militante stijl zijn daarbij tools. Al blijven er verschillen en (zoals Girl in de V.S. mocht ontdekken) specifieke regionale gevoeligheden. Getuige twee, eerder optimistische, recente populaire LGBT films: het Britse God’s Own Country van Francis Lee en het Ameriaanse Love, Simon (Greg Berlanti’s Becky Albertalli adaptatie).
Ondanks de wereldwijde bekroningen voor films zoals Z en Missing en het respect van zijn collega’s is Costa-Gavras een door filmliefhebbers ondergewaardeerd cineast. De publicatie van zijn autobiografie ‘Va où il est impossible d’aller’ en de release van twee Blu-ray boxen, met zijn 18 (gerestaureerde) films, opent het pad naar de herwaardering.