Star Wars leverde hem eeuwige roem op en na Jurassic Park verzilverde hij zijn goeroe statuut maar de Amerikaanse monster-ontwerper Phil Tippett bleef in zijn hart een dromer die het liefst artisanaal knutselt aan gekke wezens en bizarre werelden. De Franse documentairemakers Gilles Penso en Alexandre Poncet halen hun Mad God liefdevol uit de schaduw.
De Italiaanse naoorlogse cinema kende na het maatschappijkritische neorealisme van o.m. Roberto Rossellini een vruchtbare maar wat miskende zuur-komische tijd. De Commedia all’Italiana was dankzij grootmeesters als Dino Risi, Mario Monicelli, Ettore Scola, Luigi Comencini en Lina Wertmüller gedurende een aantal decennia immens populair. Maar dan deemsterden deze tragikomedies met een sociaaleconomische insteek die de Italiaanse filmliefhebbers een spiegel voorhielden langzaam weg. Tot acteur-regisseur Nanni Moretti midden jaren 80 voor een eigenzinnige genre-variant zorgde. Zijn gerestaureerde komedies Bianca en La messa è finita kan je (her)ontdekken in de Blu-ray box ‘Viva Nanni!’.
“Ik ben heel erg tegen labels” benadrukte Joel Schumacher maar bij de dood van de Amerikaanse regisseur van The Lost Boys, Falling Down en Phone Booth regende het labels. “De eerste openlijke homoseksuele cineast van zijn generatie.” “Hollywood showman.” “Specialist van slechte hitfilms.” “Ontdekker van acteertalent.” “Kitsch meester.” De ondertoon bij dit alles: Schumacher was geen al te best filmmaker. Dat was een gevolg van zijn Batman & Robin fiasco. Jammer, want wanneer Schumacher één label verdient dan is dat “onderschat outsider.”
“There were giants in the industry. Now it is an era of midgets and conglomerates” zei Otto Preminger (1906-1986) aan het einde van zijn carrière. Zelf was hij een reus, een genie zoals de Franse en Amerikaanse aanhangers van de auteurtheorie benadrukten. Zijn films (The Man With the Golden Arm en Exodus o.m.) zagen we als tiener op televisie en later in het Brusselse filmmuseum. Zijn overlijden in 1986 – net voor hij zijn Julius en Ethel Rosenberg film Open Question kon opstarten waar we naar uitkeken – leidde tot eerste artikelen over de Oostenrijks-Amerikaanse cineast. Een essay in het Belgische De Nieuwe Filmgids, een necrologie in het Nederlandse Skoop. Twee filmtijdschriften die ondertussen verdwenen zijn. De uitgebreide auteurstudie in het met het Antwerpse Filmhuis verbonden Filmgids ontsluiten we hierbij.
“In Hollywood is iedereen een expert,” zei de Amerikaanse filmmaker John Frankenheimer, “een expert in montage alleszins. Ze kunnen niet regisseren, niet schrijven, niet acteren maar ze denken wel allemaal dat ze kunnen monteren.” Films maken was voor de regisseur van The Manchurian Candidate, French Connection II en Ronin een constante strijd om controle en zelfstandigheid. Een gevecht ook om “er voor te zorgen dat de regisseur de belangrijkste factor in het creatieproces blijft.”
“De films van Truffaut moet je bekijken én lezen” zei romancier en scenarist Jean-Marc Roberts, “in de 19de eeuw was François ongetwijfeld schrijver geworden.” Maar hij leefde in de 20ste eeuw en verwierf een cultstatus als filmmaker. Als een jager op beelden en woorden die samen met een filmpersonage afscheid nam: “vrouwen zijn magisch, daarom wou ik tovenaar worden.” Negen van zijn wonderlijke films (her)ontek je bij Eyelet.
“Het scherm was zijn leven” schreef Eric Rohmer bij het overlijden van Nouvelle Vague cineast François Truffaut in 1984. Zelf vond de Franse criticus en filmmaker dat cinema hem had gered en zag hij zich als “een man van gevoelens”. Emoties die tot leven komen in de negen films die bij Eyelet te (her)ontdekken zijn.
FilmFestGent2018 : Alexandre O. Philippe FOTO BAS BOGAERTS
Documentairemakers die voor de bioscoop bedoelde essays over film maken zijn er amper maar bij Alexandre O. Philippe leidde passie voor cinema tot een carrière. Na studies over George Lucas en Alfred Hitchcock richtte hij recent de volgspot op Alien en The Excorcist in Memory: The Origins of Alien en Leap of Faith: William Friedkin on The Exorcist.
‘De trajecten van het verlangen’ titelde een van de Max Ophüls retrospectieven ter ere van een vooral door filmmakers aanbeden auteur. De in Duitsland geboren cineast zag ‘emoties’ en ‘beweging’ als basiselementen van cinema en cirkelde rond vrouwen en liefde in stijlvolle melodrama’s zoals The Reckless Moment, La Ronde en magnum opus Lola Montès.
De Amerikaanse scenarist, regisseur en romanschrijver Richard Brooks (1912-1992) – een generatiegenoot van gereputeerde filmmakers zoals Don Siegel, Elia Kazan, Nicholas Ray en Sam Fuller – was net als zij adolescent tijdens de Grote Depressie.