The Hitchcock Touch. Deel 10: Rebecca

feb 13, 2018   //   by Ivo De Kock   //   actueel, drama, genre, Hitchcock, regisseur  //  No Comments

REBECCA

Alfred Hitchcock debuteerde in Hollywood met een vrij Britse film: Rebecca. En hij maakte meteen kennis met een erg bemoeizieke Amerikaanse producent: David O. Selznick. Resultaat was een berg memo’s (van de producent aan de regisseur), een tumultueuze draaiperiode, een film met thema’s die later nog in het Amerikaanse werk van Hitchcock zouden terugkeren en een verstoorde relatie tussen Selznick en Hitchcock.

REBECCA

Voor Hitchcock was de overgang van kleine Britse productiemaatschappijen, met relatief intimistische sets, naar een grote Hollywood studio, met in vergelijking immense accommodaties, een stap die aanpassing vroeg. De eerste indruk van Hitchcock was dat autoritaire Amerikaanse regisseurs wel voor de nodige spanning tijdens de opnames zorgden, maar dat daarvan op het scherm nog weinig te merken was. De lowkey benadering van Hitchcock, voor wie het belangrijkste werk tijdens de voorbereiding gebeurde, botste echter ook met zijn dominante producent. David O. Selznick was een gedreven man die zijn passie voor film vertaalde in een dictatoriaal optreden. De regisseur was in zijn ogen niet meer dan een vakman die vorm moest geven aan de visie van de producent. Die visie drukte Selznick uit in de memo’s waarmee hij zijn medewerkers bombardeerde.

Selznick kelderde bij Rebecca meteen Hitchcocks voornemen om de roman van Daphne du Maurier grondig aan te passen. De mogul maakte de regisseur duidelijk dat hij ‘het boek’ moest verfilmen en niet verminken zoals bij Jamaica Inn. Daar bleef het niet bij. Selznick stoorde zich aan de ‘trage’ werkwijze van Hitchcock. De regisseur bereidde elk shot grondig voor en volgde zijn schema nauwgezet waardoor de opnames over tijd gingen. Wat Selznick geld koste, maar het commercieel succes van de film zorgde ervoor dat de producent niet écht te klagen had.

REBECCA

Waar hij wél over bleef zeuren was Hitchcocks ‘montage met de camera’. Door enkel die beelden op te nemen die hij ook in de film wou zien (en bv. geen close-up te  filmen als hij die overbodig achtte), verhinderde Hitchcock een alternatieve montage achter zijn rug. Alfred Hitchcock maakte zo zijn films tijdens de voorbereiding (die grondig was om reserve-opnamen overbodig te maken) en op de set. Voor de monteur, en vooral voor de producent, was er zo geen manoevreerruimte meer. Dat hij door Hitchcock op zo’n intelligente wijze buitenspel was gezet, kon Selznick maar matig appreciëren. Hij ging dan ook vrij gewillig in op de veelvuldige vragen van de regisseur om tijdens zijn zevenjarig contract uitgeleend te worden aan andere studio’s. Uiteindelijk zou Hitchcock amper 3 films voor Selznick maken: deze Rebecca, later nog Spellbound en The Paradine Case.

Rebecca is een versie van het Assepoester-verhaal: een verlegen wees †en gezelschapsdame (Joan Fontaine) valt in het zonnige Monte Carlo voor de charmes van de flamboyante Maxim De Winter (Laurence Olivier). In het grijze Engeland geraakt ze verstrikt in het mysterie van Manderley (de residentie van de familie De Winter), het geheim van Rebecca (de eerste echtgenote van haar man) en de kuiperijen van de sinistere Mrs. Danvers (de huishoudster met een obsessie voor haar eerste bazin).

REBECCA

Het verhaal wordt dan ook snel de nachtmerrie van Assepoester. De heldin-zonder-naam (we vernemen nooit haar voor- of achternaam) voelt zich gedwongen in een rol (die van Mrs. De Winter) die haar niet past (wanneer ze een beeldje breekt of de telefoon opneemt reageert ze verschrikt, als iemand die niet op zijn plaats is). Aanvankelijk lijkt er vooral een klasse-verschil in het spel te zijn (ze heeft angst voor dingen die ze niet ‘gewoon’ is), maar er is meer aan de hand. Mrs. Danvers cultiveert een ideaalbeeld van Rebecca dat door de nieuwe Mrs. De Winter onbenaderbaar is. Zo veroorzaakt ze eerst communicatiestoornissen tussen het pas getrouwde koppel. Daarna tracht ze onze heldin tot zelfmoord te drijven.

De signalen van een schip dat de boot vindt waarmee Rebecca verging, breekt de hypnose. De ontdekking van Rebecca’s lijk doet Maxim bekennen dat hij zijn vrouw eigenlijk haatte en niet vereerde. Rebecca had immers wel “breeding, beauty and brains” maar geen “love and decency“. Getuige de manier waarop ze haar “exit” wou ensceneren: een zelfmoord (omwille van fatale kanker) voorgesteld als een moord (ze speelde in op de eergevoelens van haar man om hem in de rol van moordenaar te dwingen). Tijdens het proces komt dit aan het licht en Maxim wordt vrijgesproken. Omdat haar droombeeld in duigen valt en ze niet kan verdragen dat anderen gelukkig worden in haar wereld, steekt de huishoudster Manderley in brand.

REBECCA

Rebecca draait rond een morbide romantisch thema: de invloed die een overledene uitoefent op mensen die van haar gehouden hebben. Maxim De Winter verandert in een machteloos en willoos wezen, Mrs. Danvers in een obsessief en in het verleden levend iemand. De jonge heldin dreigt het slachtoffer te worden van haar depressieve man en haar boosaardige huishoudster. Met een retorische vraag tracht deze laatste haar tot de waanzin te drijven: “Do you think the dead come back and watch the living ?“.

Niet toevallig krijgen dromen een belangrijke plaats in Rebecca. De film opent met “Last night I dreamt I went to Manderley” en vertelt het verhaal via een aaneenschakeling van flash-backs, in de film zelf duiken verschillende nachtmerries op en Hitchcock verbindt bepaalde beelden via de droomlogica. Twee regelmatig terugkerende symbolische beelden zijn water en vuur. Vuur via de finale brand die de lesbische amour fou van de huishoudst her uitdrukt. En water als symbool van de dood (Rebecca) en het leven (de tweede Mrs. De Winter).

REBECCA

Eén van de eerste beelden van Rebecca is een roerloze Maxim die vanop de rotsen neerkijkt op de zee. Het bewegingsloze personage contrasteert fel met de woeste beweging van het water. Angst (de heldin die toekijkt) en fascinatie (Maxim die in de diepte staart) voor leegte ontmoeten elkaar in een bedriegelijk beeld (de heldin denkt een zelfmoordscène te zien). Het contrast tussen beweging en immobilisme fungeert als rode draad doorheen het verhaal. Mrs. Danvers is steeds statisch en emotieloos: ze verschijnt en verdwijnt plots, en is haast even immobiel als het huis. Ze is een nachtmerrieachtige aanwezigheid terwijl Rebecca een nachtmerrieachtige afwezigheid is.

REBECCA

Rebecca is alomtegenwoordig via objecten en getuigenissen, ze leeft voort in het kunstmatige Manderley dat haar slachtoffers mee in stand houden. De verwoesting van Manderley is meteen ook de vernietiging van het verleden en de loutering van het heden. De Hitchcock touch blijkt uit het feit dat hij de traumatische gebeurtenissen bij de dood van Rebecca niet toont maar laat vertellen door Maxim (tegelijk dader en slachtoffer) en illustreert door een camerabeweging langs locaties en objecten. En natuurlijk uit het feit dat hij in dit psychologisch verhaal suspense introduceert via een conflict van personages.

Rebecca is een gruwelijk sprookje met elementen die ook in het latere werk van Hitchcock zouden terugkeren. Er is natuurlijk een huis met ruimtes die niet betreden mogen worden en sleutels die van levensbelang zijn: Notorious, Psycho, … Er is de hypnotisch -e relatie tussen beul (Mrs. Danvers) en slachtoffer (de heldin): Under Capricorn, Strangers on a Train, Psycho, … Er is de problematische relatie met een dode of een lijk: Vertigo, Rope, The Trouble with Harry,…  Er zijn de buitensporige vernederingen die het onschuldige vrouwelijke hoofdpersonage moet ondergaan: Notorious, Dial M for Murder, The Birds, Marnie. Er is de abstrahering die de angst verhoogt en de stilering van het acteren die het contrast tussen een uitdrukkingsloos en een geëmotioneerd gelaat versterkt: Suspicion, Notorious, North by Northwest,

REBECCA

Waarom Alfred Hitchcock zo trouw blijft aan zijn thematiek en stijl, geeft hij in Rebecca aan via een verhaal van de heldin over haar vader. Als schilder beperkte die zich tot één onderwerp: een boom. “If you find one perfect thing, you have to stick to it” was zijn motto. Alfred Hitchcock zou het in Hollywood toepassen. De meester bleef zichzelf.

IVO DE KOCK

(Artikel verschenen in Film en Televisie)

REBECCA: reg. Alfred Hitchcock. sec. Robert E. Sherwood & Joan Harrison naar de roman van Daphne du Maurier. fot. Georges Barnes. muz. Franz Waxman. mon. James Newcom. pro. David O. Selznick voor Selznick International Pictures. act. Laurence Olivier (Maxim de Winter), Joan Fontaine (Mrs. de Winter), Judith Anderson (Mrs. Danvers), George Sanders (Jack Favell), Nigel Bruce (Giles Lacey), e.a..
U.S.A., 1940, 103 min. dis. ABC (import).

REBECCA

Leave a comment