Jean-Pierre & Luc Dardenne: “Mensen die erbuiten vallen plaatsen we middenin.”

De Belgische broers Dardenne lossen met hun groepsportret van tienermoeders Jeunes mères hun immersieve stijl maar blijven focussen op mensen in de marge.
Klagen doen Jean-Pierre en Luc Dardenne niet nu ze met hun mozaïekfilm Jeunes mères voor de negende keer een Cannes prijs (beste scenario ditmaal) veroverden. Maar ze antwoorden pijlsnel in koor “de promotie!” op onze vraag wat nu het meest slopend is. “Films maken is best vermoeiend,” zegt Jean-Pierre ons in Brussel, “maar al die non-stop interview sessies vreten véél energie.” Volgens Luc omdat “interviews ons verplichten na te denken over dingen die intuïtief en via interactie met acteurs ontstonden. Uit jezelf treden en keuzes analyseren is behoorlijk inspannend.”

Want wat moet je met de vraag waarom ouderschap blijft terugkeren als thema. “Omdat het fascinerend is hoe sterk het lot van een generatie bepaald wordt door de vorige generatie,” stelt Jean-Pierre, “wij houden van personages die vechten tegen die predestinatie.” Van personages die worstelen met ouderschap. “Het begin van het leven wordt gezien als iets mooi,” aldus Luc, “maar het is niet gemakkelijk. Verantwoordelijkheid en een band met je kind voelen krijg je niet zomaar mee. Je kan er hulp voor gebruiken.” Dat is vertrouwd terrein. “Iemand die opgesloten is geraakt er bij ons uit dankzij anderen,” vult Jean-Pierre aan, “daarom blijven ontmoetingen belangrijk.” De broers kijken naar de wereld door de ogen van hun personages en al is die blik behoorlijk politiek, de focus blijft op mensen liggen. “Mensen die erbuiten vallen plaatsen we middenin” vat Luc samen.
Rosetta, Le Fils, L’Enfant, Le Gamin au vélo, … Jean-Pierre en Luc Dardenne jongleren doorgaans niet met meervoudige protagonisten en verhaallijnen. Ook het idee van een in een opvangtehuis wonende jonge moeder die geen band voelt met haar baby leek die weg op te gaan. Maar “het bezoek aan een Luiks moeder- en kindhuis deblokkeerde ons,” bekent Jean-Pierre, “de ondanks de moeilijke omstandigheden warme sfeer liet ons niet los. Het samenleven van een groep jonge moeders inspireerde om een film te maken met meerdere personages.” Daarbij dachten de scenarist-regisseurs volgens Luc “aan Kenji Mizoguchi’s Street of Shame, het portret van een groep sekswerkers met verschillende achtergronden, omwille van de combinatie van het individuele en het collectieve. En ook omwille van de dramatische structuur. We vroegen ons af hoe we tien minuten bij een personage konden blijven om dan weg te gaan en later terug te keren.”

Het opvangtehuis werd de spil in het scenario, een plek waar de levens van de tieners Jessica, Perla, Julie, Ariane en Naïma kruisen. In tijden van harteloze besparingen is dat volgens Jean-Pierre een politiek statement. “Maar alhoewel dergelijke plekken maatschappelijk belangrijk zijn mocht het tehuis geen hoofdpersonage worden.” Elk meisje moest vooral haar eigen strijd krijgen. “We begonnen met het schrijven van vijf afgeronde verhalen,” stelt Luc, “daarna zochten we manieren om deze te verbinden.” Ontmoetingmomenten en -punten, zoals de wasmachine, waren daarbij belangrijk. “Maar we wisten aanvankelijk niet goed wat er in het tehuis zou gebeuren,” geeft Luc toe, “alleen dat er hulp zou zijn. Van personeel en lotgenoten.”
“Dat we voor een radicaal nieuwe aanpak kozen heeft alles te maken met de sfeer in het tehuis,” benadrukt Jean-Pierre, “we zagen hoe het fragiele bestaan van jonge moeders er werd gekoesterd, hoe die plek ook iets vreugdevol had. Door de onderlinge solidariteit en verbondenheid, door de aanwezigheid van al die baby’s en de ongelooflijkje zachtheid en tederheid van psychologen en opvoeders.” Daarom besloten de broers het collectief centraal te plaatsen. En hoop te introduceren. “We wilden een hoopvol traject schetsen van vijf jonge vrouwen, hoe fragiel hun toestand ook blijft,” aldus Luc, “de vijf verhalen dienden naar het licht te gaan. Geen triomfantelijk slot, wel iets fragiel maar positief.” Jean-Pierre hield eraan dat de jonge moeders “weigeren de speelbal van het lot te zijn. Voor ons was het cruciaal dat ze er uit geraken. Fictie kan mogelijkheden aanreiken. Niet enkel om te dromen maar reële uitwegen waardoor je het leven anders kan bekijken.”

Als voormalige documentairemakers bleven de Dardennes, met hun camera die als getuige stukjes leven capteert, lang dicht bij véritécinema. Jeunes mères is nog altijd een film zonder opsmuk. Met locatieopnamen en natuurlijk licht, zonder om sentiment smekende muziek. Maar vernieuwingsdrang zorgde voor een stijlbreuk. Het signatuur Dardenne shot – een opname van het achterhoofd van een beweeglijk personages – wordt al in de nerveuze bushalte openingsscène verlaten. “Door meteen de camera los te maken van een geïsoleerd individu geven we visueel aan dat er anderen bij betrokken zijn,” zegt Luc, “baby’s, verwanten, andere jonge vrouwen en zorgpersoneel. De mogelijkheid bestaat dat iemand in het beeldkader opduikt om te helpen Dat creëert emoties. De tederheid tussen moeder en kind, de empathie van de psychologe, de solidariteit onder de tieners. De zachtheid tussen lichamen en gezichten. Er waren telkens minstens twee personages in beeld. De moeders met hun kinderen, de jonge moeder met een opvoedster, met een partner of de eigen moeder.”
Door die grotere afstand verdwijnt de intense onderdompeling en het gevoel van nabijheid. Maar de vertrouwde urgentie, authenticiteit en spanning blijven omdat de kijker alles samen met de personages ontdekt en geen morele parabel geserveerd krijgt. Vertrouwd maar anders dus en daar blijken tijdens het interview de broers zelf nog mee te worstelen. “We houden ervan om de personages van heel dichtbij te filmen, dat is niet veranderd,” zegt Luc wanneer we polsen naar hun evolutie, “we willen de gezichten en handen van personages zien.” Maar voor Jean-Pierre is het “ditmaal wel minder gespannen. De personages kunnen meer ademen binnen het kader.” Waarop Luc preciseert: “Bij Rosetta en Le Fils zaten we dichter bij de personages maar ook in Le gamin au vélo met zijn ietwat ruimer kader bleven we op de huid van het personage kleven. En al neemt Jeunes mères meer afstand, het is niet dat we plots als meesters van het verhaal de personages manipuleren. Wat blijft is dat we niet meer weten dan de personages, dat we samen met hen dingen ontdekken.”

Zoals de actrices ook geen pop toegestopt kregen maar moesten leren omgaan met echte baby’s op de set (33 werden er gecast voor vijf rollen). “We wisten dat dit praktische problemen ging opleveren maar hun aanwezigheid in scènes was cruciaal,” aldus Luc, “het feit dat de actrices moesten waken over het welzijn van de baby’s droeg bij aan de film. Het vergrootte de authenticiteit en zorgde voor interactie tussen actrices en kinderen.” Coaches leerden de actrices omgaan met baby’s. “Niet te zeer, want het gevoel moest blijven dat dit nieuw is voor de personages, maar voldoende om de veiligheid te garanderen,” verduidelijkt Jean-Pierre, “daardoor ontstond er een band. Wanneer Julie haar kind afzet in de crèche kijkt die baby ook naar haar wanneer ze weggaat. Dat kan je als regisseur niet bereiken want een baby luistert natuurlijk niet naar regieaanwijzingen.”
Die waarachtigheid vormt samen met de respectvolle menselijkheid van de Dardennes de kracht van Jeunes mères. Een teder groepsportret dat weigert moeders in de marge te duwen en alle hoop te laten varen. “Zonder cinema waren we misschien heel depressief geworden” zegt Jean-Pierre wanneer we afscheid nemen. “We kijken naar de wereld en weerspiegelen wat we daar zien en voelen in ons werk,” vult Luc aan, “onze personages zijn meer dan louter slachtoffer, ze vechten tegen uitsluiting en schreeuwen ‘ik wil leven, ik eis mijn vrijheid op’. We willen graag geloven dat die roep om steun gehoord wordt.”
IVO DE KOCK
