Nicolas Roeg: Cinema als zintuiglijke ervaring

feb 15, 2026   //   by Ivo De Kock   //   actueel, Algemeen, portret, regisseur  //  Reacties uitgeschakeld voor Nicolas Roeg: Cinema als zintuiglijke ervaring
Bad Timing

Klassieke vertelstructuren vernietigen en cinema omtoveren in een zintuigelijke ervaring “helpt de puzzel van het leven oplossen” wist Nicolas Roeg.  Film Fest Gent duikt in zijn labyrintisch oeuvre.

“Je moet films voor de toekomst maken, dan volgt het publiek je ooit wel” schrijft de Britse filmmaker Nicolas Roeg (1928-2018) in The World Is Ever Changing, zijn bundel herinneringen en bespiegelingen. Is dat zo? Het Gentse filmfestival neemt de proef op de som en brengt enkele sleutelfilms van de ‘mad poet’ met de grillige carrière terug naar waar ze omwille van hun visuele kracht thuishoren: de bioscoop.

Nicolas Roeg

Doordat Roeg geen klassieke verhalenverteller was en cinema zag als een zintuigelijke ervaring bleef hij lang een outsider. Met films die bij hun release als ‘vreemd’ werden gezien. Zo orakelde Time Out “Er is bizar, en dan is er Bad Timing (1980)” en zag Roger Ebert The Man Who Fell To Earth (1976) als “een verzameling schetsen voor een meer afgeronde film die nooit gemaakt is.” Ook het imago van eigenzinnigheid bleef kleven. Zijn camerawerk oogstte lof van o.m. Roger Corman (The Masque of the Red Death) en John Schlesinger (Far From The Madding Crowd) maar Roeg botste met filmregisseurs die zoals François Truffaut (Fahrenheit 451) geen sterke persoonlijkheid naast zich duldden.

Nog moeilijker kreeg Roeg het als regisseur. Het duurde twee jaar voor Warner zijn psychedelische mix van seks en geweld Performance (1970) uitbracht, de Britse filmcensuur struikelde over de expliciete vrijscènes in Don’t Look Now (1973), de slotscène van The Man Who Fell to Earth werd in de VS geamputeerd, er werd driftig gesneden in Eureka (1983) en zowel bij Insignificance (1985), Castaway (1986), Track 29 (1988) als Cold Heaven (1991)schommelden de reacties tussen onbegrip en onverschilligheid. Enkel het visuele gedicht Walkabout (1971) en de guitige Roald Dahl adaptatie The Witches (1990) wekten geen aversie op. Roegs maverick reputatie creëerde een gespannen relatie met producenten die hem na sombere films als Two Deaths (1995) en Puffball (2007) definitief links lieten liggen. Het verbaasde de filmmaker niet: “Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik nog ooit een film zou maken” lezen we in in The World Is Ever Changing.

The Man Who Fell to Earth

Die mijmering over de grote liefde die leidde “tot een allesverslindende betovering: de cinema” bevat sleutels tot een werk dat bol staat van tijdsprongen, fragmentatie, identiteitsverwarring en visuele bravoure. Te beginnen met zijn leesadvies: “Het geheugen heeft geen continuity of time, dus wees zo vrij dit in willekeurige volgorde te lezen.” Verder stipt Roeg aan dat “film niet door taal maar door het beeld gedreven wordt” en het een magische en mysterieuze combinatie van werkelijkheid, kunst, wetenschap en het bovennatuurlijke is die “helpt om de puzzel van het leven op te lossen.” Films maken zag hij als het bereiden van een soep. Alle medewerkers voegen iets toe, maar “the taster of the soup is the director”. De auteur als chefkok.

Een die volgens tijdgenoten (te) graag in de soep spuwde. Zo wringen Roegs films doordat ze breken met traditionele vertelstructuren en de onzichtbare montage methode. Waar de klassieke narratieve aanpak de indruk wekt dat de kijker alles begrijpt en het werkelijke leven eenvoudig is, doorprikt Roeg die illusie om duidelijk te maken dat er geen makkelijk te vatten absolute waarheid bestaat. Niet toevallig worden onthullingen zoals bekentenissen tijdens een ondervraging (Bad Timing) en een rechtszaak (Eureka) op een cruciaal moment plots onderbroken. Terwijl  plotopbouw plaats maakt voor een bombardement van beelden zonder duiding en tijdsprongen zonder toelichting. Zo gaat Eureka van het midden naar het einde van het leven van de protagonist en zijn flashes in Don’t Look Now en Bad Timing verbonden met de emotionele, mentale toestand van zwalpende personages.

Don’t Look Now

Nicolas Roeg wil geen antwoorden opdringen maar vragen oproepen. Door af te stappen van de klassieke narratieve structuur en eenduidige verklaringen maakt hij het voor de kijker moeilijker. Maar ook boeiender want zijn associatieve stijl prikkelt onze fantasie. Elke film is een trip met één doel: de kijker de objectieve realiteit doen overstijgen en laten belanden in een subjectieve, irrationele wereld. Waar “Niets is wat het lijkt” zoals de om het verlies van zijn dochter rouwende Donald Sutherlnad vaststelt in het Venetiaanse labyrint van Don’t Look Now. Een psychodrama met occulte gebeurtenissen dat om onmacht en ontreddering draait.

In Roegs universum zijn personages steevast vreemdelingen in een vreemd land, gedesoriënteerde en ontwortelde individuen op zoek naar houvast en zingeving. De als cameraman en monteur opgeleide filmmaker vergroot die verwarring visueel uit via fotografie (deep focus opnamen, lichtcontrasten, expressief kleurgebruik) én montage. Vrije associatie van beelden (Performance is één visuele trip) en het simultaan vatten van gebeurtenissen door parallelmontage (rode vlekken in Don’t Look Now en een magische steen in Eureka verbinden shots) werden vertrouwde middelen met één doel. De kijker visueel onderdompelen in een emotionele realiteit. Een zintuigelijke ervaring aanreiken.

Eureka

The Man Who Fell to Earth, het verhaal van een buitenaardse bezoeker die rijkdom vergaart dankzij zijn technologische voorsprong maar eenzaam blijft in een vijandige wereld, steunt op een gefragmenteerde narratieve structuur, parallelmontage, visionaire beelden en contrasterende popmuziek. Roeg elimineert elke tijdsindicatie en tracht het vertrouwde op nieuwe wijze te laten zien door klassieke overgangen te verwijderen, flashforwards en flashbacks te mixen, de camera te bewegen en beelden terug te spoelen. Vervreemdingseffecten tonen hoe absurd en verstoord de normale wereld is.

De door David Bowie vertolkte alien probeert de aardse beschaving te vatten door televisie te kijken. Maar hoe meer schermen Newton aanschaft en hoe langer hij kijkt, hoe minder hij begrijpt en hoe suffer hij wordt. Om te eindigen bij berusting, aanpassing en een uitdovend leven. Strak gevat in het beeldkader zakt hij weg. Het einde van avonturier Gene Hackman in Eureka is brutaler. Een orgie van bloed en vuur. Maar Jack Mc Cann tekent zijn eigen doodvonnis door zijn zoektocht naar extase, zijn  persoonlijk goud, op te geven. “Ooit had ik het allemaal, nu heb ik enkel alles.” Ook hier rijkdom versus het rijke leven.

Track 29

Een aanwijzing dat het oeuvre van de cineast die zich geen politiek filmer acht toch een maatschappijkritische onderstroom bevat. Zeker The Man Who Fel to Earth oogt actueel door verwijzingen naar brainwashing, corporate controle en ecologische rampen. Maar het strafste blijft Roegs absolute meesterwerk Bad Timing, een bijtende kritiek op het patriarchaat gevat in een agressieve anti patriarchale film. Roeg pioniert in het ontleden van de male gaze via het tragische verhaal van Milena Flaherty (zijn echtgenote Theresa Russell) en haar amour fou. Ogenschijnlijk gaat het om een politieonderzoek, inspecteur Netusil (Harvey Keitel) legt haar vriend Alex Linden (Art Garfunkel) op de rooster wanneer Milena halfdood wordt aangetroffen, maar eigenlijk draait alles om de dynamiek van een koppel en de blik van mannen.

Linden is een perverse psychoanalist die als slechte leerling van Freud vrouwen wil conformeren aan zijn vrouwbeeld. Arrogantie, jaloezie, machtsmisbruik en seksuele chantage gaan daarbij samen. Roeg maakt duidelijk dat het koppel niet los gezien kan worden van de patriarchale structuur en een mannelijke samenlevingsvorm blijft. De blik is mannelijk, de vrouw een (lust)object. Tweemaal gebruikt Roeg crosscutting illustratief. Een passionele vrijscène wordt verbonden met Milena’s gruwelijke operatie en een ondervraging met de verkrachting van een in comateuze toestand verkerende Milena.

Insignificance

Bad Timing is naast een genadeloze anti-patriarchale film ook een eerbetoon aan ‘de vrouw’ en een poging de mannelijke blik in film te ontmantelen. Symbolisch is een nachtclubscène waar  we Linden als voyeur zien genieten van de sensueel in een vangnet rollende stripdanseres. Tot Milena het ‘spektakel’ onderbreekt door haar handen voor zijn ogen te brengen. Tegelijk draait Roeg zijn camera weg. De male gaze van zowel de protagonist als de film worden afgeblokt. Het geeft, uiteraard visueel, aan hoe resoluut bevrijdend rebels Roegs zintuiglijke cinema was/blijft.

IVO DE KOCK

Walkabout