Mark Verkerks De Wilde Stad: Urban legends van de stadsjungle

Vijf jaar na de spectaculaire natuurdocumentaire De Nieuwe Wildernis, waar hij zijn camera’s richtte op een weinig gekend natuurgebied vlak bij Amsterdam, werkt Mark Verkerk met De Wilde Stad aan zijn reputatie van opvolger van Bert Haanstra. Een visueel fraaie en speelse documentaire over het ongetemde dierenrijk in de urban jungle Amsterdam.

“Grote natuur in een klein land” is de baseline van Gouden Kalf winnaar De Nieuwe Wildernis (Mark Verkerk & Ruben Smit, Nl, 2013, 102′, extra’s Blu-ray: making of, dis. EMS Films). Het is eigenlijk de rode draad door de trilogie die de Nederlandse documentairemaker Mark Verkerk verder zette met Holland: Natuur in de delta (2015) en De Wilde Stad (2018). Zonder het adembenemende niveau van de eerste film te halen.

Verkerk wil een soort verrassingseffect creëren. De eerste twee documentaires focussen op een ‘ongekende wereld’, ‘Nederland zoals je het nooit zag’: het natuurgebied van de Oostvaardersplassen (De Nieuwe Wildernis) en de delta (Holland: Natuur in de delta) lijken een ver afgelegen wereld met duizenden ganzen, ontelbare watervogels, wolken van vlinders, wilde paarden en zeearenden.
Die ‘ongekende wereld’ situeert zich in De Wilde Stad in de betonnen jungle van toeristische trekpleister Amsterdam. De filmmakers willen aantonen dat de straten, tunnels, waterwegen en gebouwen van de stad plekken zijn waar wilde dieren, planten en bomen zich best thuis voelen. Ook al ontsnappen ze aan onze aandacht. Zelfs wanneer we verder kijken dan ‘de 9 straatjes’ of Eye.

Het opzet van deze natuurdocumentaire is dan ook om ons anders te doen kijken naar de stad, een ‘Amsterdam zoals je het nog nooit zag’ in beeld te brengen. Een ‘wild’ Amsterdam, met wilde dieren (patatmeeuwen, vinexvossen,…) en een stad die volgens de promotekst “de natuur niet verdringt of vervangt maar de natuur is.”
Daar waar veel natuurfilms ervoor kiezen om hun structuur te enten op de vier seizoenen volgt De Wilde Stad de topografie van de stad. ‘Dat is een bewuste keuze”, stelt producent en co-regisseur Ignas Van Schaick, “we hebben ervoor gekozen om dat niet in complete cycli van geboorte tot sterven weer te geven. Vanuit de 400 uur beeldmateriaal die we hebben gedraaid, moesten we binnen de lijn van de film keuzes maken.”

Die rijkdom aan materiaal leverde naast De Wilde Stad – de film ook ‘De Wilde Stad – het boek’ (Uitgeverij Bas Lubberhuizen/EMS Films, Amsterdam, 2018, 192 pag.) op. Een fraai (op groot formaat) uitgegeven kijk- en leesboek met teksten van stadsecologen Remco Daalder en Geert Timmermans dat gedragen wordt door sublieme foto’s van Frans Lemmens en Marjolijn Van Steeden. Zoals de ondertitel ‘Ongeziene natuur’ aangeeft wil het boek net als de film er voor zorgen dat “het ongeziene gezien wordt.”

Duiven, ratten, spreeuwen, reigers, meerkoeten, bijen, slechtvalken, halsbankparkieten, “aan deze inwoners van onze steden gaan we vaak onoplettend voorbij” schrijven de fotografen in hun voorwoord, “toen we twee jaar geleden aan ‘De wilde stad’ begonnen, kregen we al snel door dat ook voor ons (n.v.d.a. fotografen die gewend zijn goed te kijken), een bijna ongeziene wereld openging. (…) Het project was voor ons een grote ontdekking. Nooit meer lopen we door een stad als voorheen. Vroeger gingen we aan deze natuur voorbij, nu zien en horen we overal stadse beesten. (…) Meer weten over natuur is verrijkend. En daarvoor hoef je niet op safari in een ver land, je hoeft er eigenlijk niet eens de stad voor uit.”
Dit lijvig werk is meer dan een programmaboekje bij de film. Je krijgt immers heel wat boeiende achtergrondinformatie aangereikt via een bijdrage over ‘Natuurreservaat Amsterdam’ (dertig soorten zoogdieren, honderdvijftig verschillende soorten broedende vogels, zestig soorten vissen), een leuk stuk over ‘De stad als snackbar’, een ode aan de duif en de rat, een focus op de meerkoetennesten en een sterk hoofdstuk gewijd aan ‘de verovering van Amsterdam’ (“de populairste vogel van Amsterdam is een allochtoon: de halsbandparkiet”).

Al deze ‘personages’ duiken ook op in de film De Wilde Stad. Alleen hebben de makers er voor gekozen om geen didactische maar een speelse, avontuurlijke natuurdocumentaire te maken. De voice-over met tonnen achtergrondinformatie wordt vervangen door een gids die ons meeneemt voor een alternatieve stadstrip. Waarbij de Hop On, Hop Off bus vervangen wordt door een camera die ons laat kijken door de ogen van een heel speciale gids: een kat. Filmkater Abatutu (bekend van de Annie M.G. Schmidt film Wiplala) struint door de stad en becommentarieert de Amsterdamse dieren- en plantenwereld.
De mens is op de achtergrond aanwezig. Via gekende Amsterdase straatevenementen (Koningsdag, Gay Pride) en als voorbijganger die voor een lekker banket zorgt. Maar Abatutu heeft vooral oog voor de natuur en zijn mededieren. We zien zo naast de opvallende blauwe reigers die visresten van de markt naar binnen werken ook heel wat vaak onopgemerkte dieren die als een urban legend in beeld worden gebracht. Een duif die de metro neemt, rode kreeften die voor het Amstelhotel langswandelen, slechtvalken, spechten, padden,… .

Volgens Ignas van Schaick komen de verhalen echt uit de stad: “De urban legends ontstonden door de verhalen die we hebben gehoord. De rivierkreeften bij het Amstelhotel stonden al op de Facebookpagina van het Amstel. Zij vinden ook regelmatig kreeften in de filters op hun terras. De duif in de metro komt in de film dankzij tips van de metrobestuurders, die dat op hun camera zien voordat ze de deuren sluiten. De specht op de lantarenpaal was weer een tip van de bewoner van de Mercatorstraat, enzovoorts.”
De makers van De Wilde Stad spelen daarbij een beetje vals. Zo zijn de kreeften verzameld en hun is tocht geënsceneerd. Minder spectaculair maar interessanter zijn de ‘voedselgestuurde biotopen’ die getoond worden. De makers laten zien hoe dieren profiteren van afval maar zelf ook voedsel voor andere soorten worden. Dat levert indrukwekkende beelden op: een slechtvalk die jaagt op duiven, meerkoetjongen die gegrepen worden door meeuwen.

De verhaallijn van De Wilde Stad is wat kunstmatig en de commentaar van de ‘koning van de asfaltjungle’ blijft te veel aan de oppervlakte (om maar te zwijgen van het antropomorfisme) maar visueel is dit beslist een voltreffer terwijl het verfrissend is om met andere ogen naar Amsterdam te kijken. En naar het vermogen van dieren om te overleven door zich aan te passen aan een stad die gebouwd lijkt tegen de natuur. Zeker wanneer, zoals ecologie verwachten, de stad in de toekomst het dominante ecosysteem wordt is deze luchtige natuurdocumentaire interessant kijkvoer.
IVO DE KOCK
DE WILDE STAD: regie: Mark Verkerk & Ignas van Schaick; Nl, 2018, 86′; met: Martijn Fischer; FILM: *** / EXTRA’S: 0; distributie: EMS Films.
