BAFTA-winnaar Theeb: Naji Abu Nowars poëtische bedoeïenenwestern
Naji Abu Nowars debuut Theeb verdween snel uit onze bioscopen maar tijdens de BAFTA Awards 2016 viel de film wel in de prijzen. Theeb werd bekroond in de categorie ‘outstanding debut by a British director, writer or producer’. Een leuk visitekaartje voor de filmmaker, een stimulans voor de filmliefhebber om Theeb te (her)ontdekken op dvd.
De Brits-Jordaanse cineast Naji Abu Nowar debuteert sterk met de bedoeïenenwestern Theeb, een coming-of-age verhaal dat meer focust op personages en sfeer dan op actie. Adembenemend in beeld gebracht en met verve vertolkt door niet-professionele, lokale acteurs.
Er gaat een troostende schoonheid uit van open ruimtes. Maar ook dreigend gevaar. Theeb is net zoals Lawrence of Arabia een spectaculair epos dat de schijnbare oneindigheid van een woestijn in beeld brengt en tegen die achtergrond een intiem verhaal vertelt.
Maar alhoewel Theeb visueel herinnert aan David Leans film uit 1962 – beiden zijn opgenomen in de Jordaanse Wadi Rum woestijn – is het geen moderne T.E. Lawrence verfilming. Regisseur Naji Abu Nowar en scenarist Bassel Ghandour trachten immers niet enkel te kijken door de ogen van de jonge, inheemse protagonist maar ook door die van de bedoeïenengemeenschap.
Daardoor wordt het nooit een westerse, ‘exotische’ film ook al blijft bijtende kritiek op het imperialisme achterwege. Maar in een zomer overheerst door blockbusters en stripverfilmingen is een film die een moreel verhaal vertelt via levensechte personages op zich al behoorlijk verfrissend.
Een wereld in verandering
Theeb speelt zich af anno 1916 ergens in het Arabische schiereiland op het moment dat het Ottomaanse Rijk afbrokkelt en het verre Europa in een (wereld)oorlog verwikkeld is. De jonge Theeb (Jacir Eid Al-Hwietat) verliest zijn vader en rekent op zijn oudere broer Hussein (Hussein Salameh Al-Sweilhiyeen) voor raad en steun.
Hussein leert Theeb spoorzoeken, jagen en water vinden maar ook de normen en waarden van de bedoeïenen. Dit leerproces wordt door regisseur Naji Abu Nowar rustig geritmeerd terwijl cameraman Wolgang Thaler via een afwisseling van breedbeeldopnamen en medium shots de nadruk legt op de relatie tussen de bedoeïenen en hun natuurlijke omgeving. Het feit dat de protagonisten vertolkt worden door lokale amateurs (de broers zijn in het echt leven neven) versterkt de authenticiteit.
Dit mede door de muziek van Jerry Lane hypnotische portret van een dagelijks leven in harmonie met de natuur wordt plots verstoord wanneer Hmoud, Theebs oudste broer en de nieuw sjeik van de stam na de dood van hun vader, vreemde geluiden hoort in de duisternis.
Een tocht door de woestijn
Die blijken afkomstig van verdwaalde vreemdelingen, een Britse officier (Jack Fox) en zijn begeleider (Marji Audeh). De toon verandert en dat wordt visueel aangekondigd door het plots uit beeld verdwijnen en even plots weer opduiken (mét de onverwachte bezoekers) van Hmoud.
Het is duidelijk dat deze ‘gasten’ het bestaan van de bedoeïenen zal verstoren. Maar door hun tradities voelen de stamleden zich verplicht in te gaan op de vraag van de Brit om hen op de zware tocht richting een verafgelegen waterbron te gidsen.
Hussein is de aangeduide vrijwilliger, de jonge Theeb mag niet mee maar volgt zijn broer toch heimelijk. Wanneer Theeb ontdekt wordt moet hij wel verder meereizen omdat Edward geobsedeerd is door zijn (geheime) missie en van geen terugkeer wil weten. Voor Theeb start een nieuwe fase van zijn leerproces.
Maar al snel verandert de toon opnieuw. Een brutale bende overvalt het gezelschap en na een chaotisch gevecht blijft Theeb alleen over. Verplicht om snel in de praktijk overlevingstechnieken te leren en een alliantie aan te gaan met een duistere figuur.
De kracht van een kind
Theeb is een subjectief verteld coming-of-age verhaal dat de wereld toont vanuit het perspectief en via de emoties van een versneld opgroeiend kind. Doordat gefocust wordt op de overlevingskracht van een jongere (en de schoonheid van zijn cultuur) blijft de politiek-economische context buiten beeld.
De geschiedenis wordt zo naar de achtergrond verwezen. De impact van de Britse imperialisten op de Arabische wereld ontgaat Theeb en de kijker krijgt hier ook geen inzichten aangereikt. Laat staan dat parallellen worden getrokken met de rol van het hedendaagse imperialisme.
Dat is jammer maar belet niet dat Theeb een erg verdienstelijke film is. Vooral omdat het een even krachtige als eerlijke ode is aan de bedoeïenencultuur. Een hommage ook aan hun orale traditie, de gesproken overlevering die geëvoceerd wordt via poëtische teksten.
De filmmakers vertrokken van het idee een bedoeïenenwestern te draaien maar ontwikkelden hun scenario na gesprekken met de bedoeïenen en niet vanuit een puur cinefiele liefde voor de cinema van hun idool, de Italiaanse specialist van spaghettiwesterns Sergio Leone (van A Fistful of dollars tot Once upon a time in the West).
Een moreel dilemma
Aan de basis van Theeb ligt een universeel moreel dilemma. Met name de vraag hoe een relatie evolueert wanneer iemand (in casu een onschuldig kind) alleen achterblijft met zijn grootste vijand en diens hulp nodig heeft om te overleven.
De verdienste van de filmmakers is dat ze bij het aansnijden van dit dilemma vermijden om de typisch westerse verstrengeling van de begrippen vreemdeling en vijand te maken. Ze verankeren daarentegen het drama in de bedoeïenencultuur.
Alles begint met het onthaal dat de Britse militair krijgt. De vreemdeling wordt door de bedoeïenenstam geholpen, ongeacht zijn plannen en motieven. “Volgens bedoeïenenwetten moet een vreemdeling die in je tent bescherming komt vragen effectief helpen,” zegt Naji Abu Nowar in zijn ‘director’s statement’, “het is de heilige plicht van een gastheer om zijn gast te beschermen, ongeacht de omstandigheden”.
De cineast benadrukt dat “de reputatie van iemand bepaald wordt door wat hij daarbij doet. Hoe onmogelijker de situatie, hoe meer respect hij krijgt voor het respecteren van die wet”. Daarbij speelt de omgeving een rol: “in de woestijn moet je kunnen rekenen op de hulp van vreemdelingen om te overleven. Het terrein is te ruw, water en voedsel zijn te schaars, voor zelfzuchtig gedrag. Mensen moeten elkaar helpen om elkaars bestaan te verzekeren”.
Een sterke wolf
De parallel met het heden en de dramatische vluchtelingencrisis is duidelijk. De onvoorwaardelijke opvang die vreemdelingen van de bedoeïenen krijgen contrasteert fel met de onverschilligheid en vijandigheid waarop hedendaagse vluchtelingen stoten. Gastvrijheid en bescherming zijn met geen vergrootglas meer te bekennen.
De filmmakers brengen deze boodschap op weinig nadrukkelijke wijze. Ze belichten vooral wat we van de bedoeïenencultuur kunnen leren: het streven om ‘de ander’ te begrijpen en omhelzen. Het avontuur van Theeb is vooral een verrijkende beproeving.
Zijn naam betekent ‘wolf’ en om te overleven moet hij die naam waard blijken door zowel loyaal (tegenover zijn stam) en krachtig (met lef en vindingrijkheid) te zijn. Theeb verliest zijn kinderlijke onschuld maar eindigt als een gerespecteerd volwassene die in de voetsporen van zijn vader treedt.
Een poëtisch epos
Theeb opent met een (in voice-over verteld) melodieus, metaforisch gedicht van bedoeïenendichter Mdallah Al-Manajah dat tegelijk een overlevering (een verhaal van een vader voor zijn zoon) als een herinnering (van Theeb) is. Dat ze de toon voor een verhaal dat geen actiespektakel is maar een poëtisch epos.
Intrigerend, fascinerend en inspirerend. Maar vooral ook respectvol t.o.v. de bedoeïenen die zelf optreden als vertolkers (Naji Abu Nowar ziet af van sterren en professionals) én minder clichématig in beeld komen dan in Arabische soap opera’s en westerse actiefilms. Theeb is een kleine, fijne film.
IVO DE KOCK
(Artikel verschenen bij DeWereldMorgen.be, 4 augustus 2015; link: Theeb)




