“Ik ben heel erg tegen labels” benadrukte Joel Schumacher maar bij de dood van de Amerikaanse regisseur van The Lost Boys, Falling Down en Phone Booth regende het labels. “De eerste openlijke homoseksuele cineast van zijn generatie.” “Hollywood showman.” “Specialist van slechte hitfilms.” “Ontdekker van acteertalent.” “Kitsch meester.” De ondertoon bij dit alles: Schumacher was geen al te best filmmaker. Dat was een gevolg van zijn Batman & Robin fiasco. Jammer, want wanneer Schumacher één label verdient dan is dat “onderschat outsider.”
“There were giants in the industry. Now it is an era of midgets and conglomerates” zei Otto Preminger (1906-1986) aan het einde van zijn carrière. Zelf was hij een reus, een genie zoals de Franse en Amerikaanse aanhangers van de auteurtheorie benadrukten. Zijn films (The Man With the Golden Arm en Exodus o.m.) zagen we als tiener op televisie en later in het Brusselse filmmuseum. Zijn overlijden in 1986 – net voor hij zijn Julius en Ethel Rosenberg film Open Question kon opstarten waar we naar uitkeken – leidde tot eerste artikelen over de Oostenrijks-Amerikaanse cineast. Een essay in het Belgische De Nieuwe Filmgids, een necrologie in het Nederlandse Skoop. Twee filmtijdschriften die ondertussen verdwenen zijn. De uitgebreide auteurstudie in het met het Antwerpse Filmhuis verbonden Filmgids ontsluiten we hierbij.
“In Hollywood is iedereen een expert,” zei de Amerikaanse filmmaker John Frankenheimer, “een expert in montage alleszins. Ze kunnen niet regisseren, niet schrijven, niet acteren maar ze denken wel allemaal dat ze kunnen monteren.” Films maken was voor de regisseur van The Manchurian Candidate, French Connection II en Ronin een constante strijd om controle en zelfstandigheid. Een gevecht ook om “er voor te zorgen dat de regisseur de belangrijkste factor in het creatieproces blijft.”
“De films van Truffaut moet je bekijken én lezen” zei romancier en scenarist Jean-Marc Roberts, “in de 19de eeuw was François ongetwijfeld schrijver geworden.” Maar hij leefde in de 20ste eeuw en verwierf een cultstatus als filmmaker. Als een jager op beelden en woorden die samen met een filmpersonage afscheid nam: “vrouwen zijn magisch, daarom wou ik tovenaar worden.” Negen van zijn wonderlijke films (her)ontek je bij Eyelet.
“Het scherm was zijn leven” schreef Eric Rohmer bij het overlijden van Nouvelle Vague cineast François Truffaut in 1984. Zelf vond de Franse criticus en filmmaker dat cinema hem had gered en zag hij zich als “een man van gevoelens”. Emoties die tot leven komen in de negen films die bij Eyelet te (her)ontdekken zijn.
‘De trajecten van het verlangen’ titelde een van de Max Ophüls retrospectieven ter ere van een vooral door filmmakers aanbeden auteur. De in Duitsland geboren cineast zag ‘emoties’ en ‘beweging’ als basiselementen van cinema en cirkelde rond vrouwen en liefde in stijlvolle melodrama’s zoals The Reckless Moment, La Ronde en magnum opus Lola Montès.
De Amerikaanse scenarist, regisseur en romanschrijver Richard Brooks (1912-1992) – een generatiegenoot van gereputeerde filmmakers zoals Don Siegel, Elia Kazan, Nicholas Ray en Sam Fuller – was net als zij adolescent tijdens de Grote Depressie.
Met Richard Brooks (1912-1992) verdween één van de laatste vertegenwoordigers van de generatie scenarist-regisseurs die tijdens Hollywoods glorieperiode de status van hun voorgangers John Ford, Raoul Walsh, Howard Hawks verzilverden. We hadden het voorrecht hem de regisseur van Blackboard Jungle, Cat on a hot tin roof, Elmer Gantry en Looking for Mr. Goodbar te ontmoeten tijdens het Filmfestival van Deauville in 1986, toen hij ondanks een moeilijke productie (Fever Pitch) nog droomde van nieuwe projecten die er uiteindelijk nooit zouden komen.
“Alles is toevallig gebeurd,” bleef Ivan Passer herhalen, “ik wou eigenlijk geen regisseur worden.” De bescheiden filmmaker speelde samen met zijn vriend Milos Forman een toonaangevende rol bij de Tsjechische Nouvelle Vague en tekende met Cutter’s Way voor een Amerikaans absoluut meesterwerk maar werd nooit een veelfimer. Door de omstandigheden.
Met een oeuvre van meer dan veertig films was Mauro Bolognini een markante Italiaanse filmmaker van de jaren 50 tot de jaren 80. Vaak denigrerend omschreven als een matige leerling van Pasolini en een Visconti-du-pauvre is deze stilist en meester van de literaire adaptatie aan een herontdekking toe. Enkele Franse dvd verdelers zorgen daarvoor.