The Hitchcock Touch. Deel 6: Secret Agent

feb 18, 2018   //   by Ivo De Kock   //   actueel, drama, Hitchcock, portret, regisseur, thriller  //  No Comments

SECRET AGENT

Filmtitels kunnen bij Alfred Hitchcock alles (Suspicion) of niets (North by Northwest) zeggen. Ze kunnen ook bijdragen tot de verwarring. Met variaties op een thema: Secret Agent (1936), Sabotage (1936, gebaseerd op The Secret Agent van Joseph Conrad !) en Saboteur (1942). Hitchcock had daar zelf weinig problemen mee. Hij schaamde zich evenmin om films te hermaken: zo kreeg zijn Britse film The man who knew too much een gelijknamige Amerikaanse remake en werd The thirty-nine steps omgevormd tot North by Northwest. De basisgegevens en dramatische principes blijven in zijn ogen immers steeds dezelfde, enkel de vormgeving wordt aangepast. Originaliteit is voor Hitchcock van ondergeschikt belang, alles draait om creativiteit.

SECRET AGENT

Toch is het werk van Alfred Hitchcock niet volledig vrijblijvend. Zijn politieke standpunten en commentaar op de tijdsgeest spreken uit èzijn films. Die traceren zo een belangrijk stuk van de 20ste eeuw. Hitchcock was in de jaren dertig een tegenstander van het nazisme, propageerde tijdens de oorlog het interventionisme en toonde zich achteraf als genaturaliseerde Amerikaan overtuigd anti-communist. Maar Hitchcock hield van ambigu‘ personages, had een natuurlijke afkeer van autoriteiten en zag samenlevingen als repressieve gemeenschappen. De schijnbare rechtlijnigheid van zijn liberaal humanisme werd door een metafysische filter omgezet in complexe verhalen. Waardoor Hitchcock vaak onbegrip oogstte bij zijn tijdgenoten.

Verwijzingen naar de gebeurtenissen in Duitsland vinden we vrij vroeg in het werk van Hitchcock: er is een link tussen Duitsland en de slechteriken van Number Seventeen (1932) en The man who knew too much (1934). Explicieter wordt het wanneer spionage de katalysator van de verhalen wordt in films als The Thirty-nine steps (1935), Secret Agent (1936), Sabotage (1936) en The Lady Vanishes (1938). Films waa èrin alleen de protagonisten niét lijken te dromen: zij beseffen reeds dat harmonie en controle illusoir zijn geworden. Anderen willen de nachtmerrie, de machtsexplosie van een autoritair regime, blijkbaar niet zien. Vooral omdat het vertrouwd ogende vaak voor de meeste dreiging zorgt (want niet meteen als Het Kwaad herkenbaar).

SECRET AGENT

In Amerika aangekomen pleit Hitchcock met Foreign Correspondent (1940) meteen voor de Amerikaanse oorlogsdeelname. Maar snel duikt de interne vijand op in Saboteur (1942). Spionage is bij Hitchcock een activiteit van schijn en bedrog in een chaotische wereld, een familiezaak waarbij men steeds door de eigen leden verraden wordt. Hitchcock legt ook een link tussen spionage, moraliteit en liefde: in zijn spionageverhalen worden het karakter, de emoties en de relaties van mensen op de proef gesteld. Het zijn tevens metaforen voor cinema, voor een wereld waarin acteren en voyeurisme essentieel zijn.

Toen Alfred Hitchcock aan Secret Agent begon had hij met The thirty-nine steps net een kassucces gerealiseerd. Hollywood wenkte en Hitchcock wou zijn prestige verhogen door zijn script te baseren op het werk van een gereputeerde schrijver. Twee kortverhalen van Somerset Maugham (‘The Traitor’ en ‘The Hairless Mexican’), met als centrale figuur de spion Richard Ashenden, dienden als vertrekbasis voor scenarist Charles Bennett en dialoogschrijver Jesse Lasky Jr.. Maar zoals gebruikelijk was Secret Agent en bijzonder losse adaptatie van het basismateriaal.

SECRET AGENT

Eén van de bekommernissen van Alfred Hitchcock was de Zwitserse setting dramatisch te gebruiken in de film. “Ik stelde mij de vraag,” zei Hitchcock aan Peter Bogdanovich, “Wat typeert Zwitserland ? Meren, Alpen, uitkijkpunten, melkchocolade. Die dingen hebben we er dan ook ingebracht. Filmmakers moeten de ‘achtergrond’ gebruiken en dramatiseren. Zoals ik met Frenzy deed, waar de markt een eigen karakter kreeg en bijdroeg tot de ontknoping.” Hitchcock beperkt zich in Secret Agent dan ook niet tot het schetsen van het typerende kader (bergen, folkoristische dansen,). Het berglandschap staat centraal in een moord die zowat het scharnier van de film vormt, en het hoofdkwartier van de spionnen is gevestigd in een chocoladefabriek.

Centrale figuur van Secret Agent is een schrijver die in 1916 onder een schuilnaam naar Zwitserland trekt om er een Duitse spion uit te schakelen. Ashenden krijgt van zijn Britse opdrachtgevers twee assistenten: Elsa, die de rol van zijn echtgenote speelt, en ‘de generaal’, een dubbelspion annex professionele moordenaar. Het trio vermoordt echter een verkeerde man en moet in een trein op weg naar Turkije, te midden vijandige soldaten, de finale confrontatie aangaan.

SECRET AGENT

Opmerkelijk aan Secret Agent is dat Hitchcock zijn talent als maker van ‘stomme’ films een aantal keren aanwendt. In de openingscne zien we hoe mensen in een kleine kamer een lijkkist groeten. Achteraf gedraagt een eenarmige man zich ongepast: hij steekt een sigaret aan met een van de kaarsen en wo èrstelt met de kist die hij wil wegzetten. Het deksel verschuift en we merken dat er niemand in zit. In de volgende scène zorgt een dialoog voor een cynisch tegengewicht: op de vraag of hij van zijn land houdt zegt Ashenden (die verondersteld wordt de betreurde dode te zijn) “I ought to. I just died for it.

Een scène in Zwitserland onthult op even minimale wijze dat de chocoladefabriek in handen van de spionnen is: een man koopt een stuk chocolade in de winkel, werpt de chocolade weg en leest een boodschap op de wikkel. Even later zullen, omwille van het lawaai, de betrokkenen ook zonder gesproken woorden moeten communiceren in de fabriek (een waakzame blik Žn een via de band getransporteerd papiertje zijn hier cruciaal).

SECRET AGENT

Probleem is dat de spionagewereld een wereld van schijn is. De ‘hairless mexican’ die Ashenden assisteert heeft krulhaar, is géén Mexicaan en evenmin een generaal. Ashenden zelf is geen spion en Elsa is zijn vrouw niet. Een organist die eentoning lijkt te spelen in ee èn kerk blijkt dood. En de man die (op aansporen van de echte spion) verdacht wordt is onschuldig terwijl de sympathieke playboy Marvin de echte spion blijkt te zijn.

In deze schijnwereld is het voor de betrokkenen onmogelijk om onschuldig te blijven. De confrontatie met de krachten van het kwaad comprimiteert hen. Zo worden de helden meegesleept in de moord op een onschuldige. Het is de generaal die de man in de afgrond duwt maar de afkeer van Elsa (die na het gebeuren de handen voor het gelaat slaat) en de afstandname van Ashenden (die symbolisch de daad via een verrekijker van een uitkijkplatform bekijkt) kunnen niet beletten dat ze bezoedeld zijn door de moord.

SECRET AGENT

Net als in Blackmail, en later in Shadow of a Doubt en Strangers on a Train, toont Hitchcock dat de verleiding van én het gevaar voor corruptie van het individu groot zijn. De ware schuldigen zijn de manipulatoren achter de schermen. De almachtige en mysterieuze ‘R’ (een leider van de Secret Service die sigaren rookt in de s èauna) trekt in Secret Agent aan de touwtjes. Hij veroordeelt Ashenden tot de dood (door zijn begrafenis te ensceneren) en zijn (s)pion tracht heel de film door zijn leven terug te krijgen en zijn rol kwijt te spelen.

De opgedrongen rol bezorgt de held een onpersoonlijke identiteit, legt een rem op zijn moraliteit en verhindert het uiten van zijn gevoelens. Zolang Ashenden en Elsa gevangen zitten in het spionageverhaal blijven ze blind voor elkaars schuld- en liefdegevoelens. Een emotionele communicatiestoornis, zoals in Vertigo, die pas doorbroken wordt door het toeval. Een combinatie van een treinongeval en de nonchalance van de generaal, zorgt voor de dood van de twee gewetenloze figuren. Waarna Ashenden en Elsa met hun geweten ook hun vrijheid terugvinden en eindelijk een écht koppel kunnen worden.

SECRET AGENT

Het traumatische aspect van de moord wordt door Hitchcock magistraal weergegeven. In een briljante parallelmontage volgen zowel de generaal en Ashenden die met hun van niets bewuste slachtoffer de bergen intrekken, en Elsa die met de echtgenote van de man in de hotelkamer achterblijft. Het groeiende ongemak van Ashenden met het idee van de moord valt samen met de toenemende onrust bij de hond van het slachtoffer. Ashenden supportert vanop afstand voor het slachtoffer, het dier krabt verwoed aan de deur, Ashenden reageert ontzet op het ‘verdwijnen’ van de man, de hond huilt om zijn baas. Machteloosheid en pijn vinden een echo in lethargie en schuldgevoel. En de gruwel van moord (zelfs als zou het om een ‘schuldige’ gaan) wordt voelbaar. Het spel is uit.

SECRET AGENT

De held van Secret Agent is eigenlijk een onbekwame en onwillige spion. Hij doet zijn job met tegenzin, flatert en laat zich drijven door de gebeurtenissen. Een logisch gevolg van de kloof die er bestaat tussen zijn persoonlijkheid en zijn rol, tussen zijn gevoelens en zijn verplichtingen. Dramatisch klopte dit perfect, maar het bleek wel de identificatie van de kijkers met de personages te bemoeilijken. Het publiek haakte af. Alfred Hitchcock besefte dat hij iets te ver gegaan was. Door de protagonisten medeplichtig te maken aan een moord én doordat “de film het verhaal was van een man die iets niét wou doen. Je kan niet supporteren voor een held die geen held wil zijn.” Een verontrustende film is nooit populair.

IVO DE KOCK

(Artikel verschenen in Film & Televisie)

 

SECRET AGENT: reg. Alfred Hitchcock. sce. Charles Bennett naar Somerset Maugham. fot. Bernard Knowles. muz. Louis Levy. mon. Charles Frend. pro. Michael Balcon & Ivor Montagu voor Gaumont British. act. Madeleine Carroll (Elsa Carrington), John Gielgud (Ashenden), Peter Lorre (de generaal), Robert Young (Marvin), Lili Palmer (Lili), Percy Marmont (Mr. Caypor), enz. G.B., 1936, 85 min., z/w. dis. Prime Time Video.

SECRET AGENT

Leave a comment