Met een pastiche van jaren 60 actiefilmposters waarschuwt de poster van The American ons dat de tweede film van de Nederlandse regisseur-topfotograaf Anton Corbijn (Control) niet zomaar een actiethriller voor de jaren 10 is. Nee, deze verfilming van Martin Booths ‘A very private gentleman’ is een tijdloos existentieel drama. Jason Bourne op Antonioniwijze met een snuifje Leone.
Filmmaker Bart Layton balanceerde al op de scheidingslijn tussen fictie en realiteit met de ‘documentaire’ The Imposter en herhaalt dit met de ‘heistfilm’ American Animals. .Een verdwijningszaak en een kunstroof worden belicht met hetzelfde procédé – een mengeling van interviews en nagespeelde gebeurtenissen – en blijven zo fascineren. En intrigeren.
De jaren 70 waren de jaren van de ‘rock movies’ met vooral festivalfilms (genre Woodstock) en rock musicals (genre Tommy) maar het was de nostalgische coming-of-age prent American Graffiti die de muziekfilm heroriënteerde en de soundtrack als songcompilatie in de markt zette. In sociaal en politiek bewogen tijden bracht George Lucas een melancholische ode aan de (verloren) onschuld.
Na oer-Britse stedelijke claustrofobe drama’s (Red Road en Fish Tank) en een mistig highlandmelodrama (Wuthering Heights) pakt Andrea Arnold uit met een roadmovie over jongeren die klem zitten tussen hun Hollywooddroom en de Amerikaanse realiteit: American Honey. Opnieuw een uit twee woorden bestaande filmtitel met een knipoog. De gelijknamige song van de Amerikaanse country groep Lady Antebellum idealiseert immers jeugdherinneringen terwijl Arnolds film een veel rauwer beeld van jeugd en opgroeien schetst.
Humor en pijn zijn de ingrediënten waarmee de briljante opening van American Hustle de toon zet. Na de aankondiging “Some of this actually happened” volgen we 5 lange minuten hoe een met overgewicht en kaalheid kampende Irving Rosenfeld zijn kapsel goed tracht te leggen met lijm, haarstukjes en een kam. Hilarisch maar door de duur van de scène ook intriest.
In het begin van de jaren dertig worstelden de filmmakers van ‘Poverty Row’ (de locatie in L.A. waar de kleinere filmstudio’s zich bevonden) met zware problemen: ze moesten het doen zonder het geld, de vedetten en de faciliteiten van de majors. Het dwong hen om inventief en origineel te blijven. Soms resulteerde het ook in smakeloze gimmicks, maar Frank Capra besloot sensatie en inhoud te combineren door in te spelen op de actualiteit. Samen met Robert Riskin schreef hij in 1932 het script van een krachtig sociaal drama: American Madness. Dit eerste product van de tandem Capra-Riskin speelde wel èrg kort op de bal. De grote depressie die volgde op de krach van 1929 was immers nog brandend actueel toen Capra dit verhaal van een bankcrisis losliet op het publiek. De film werd geen commercieel succes maar inspireerde wel de politieke discussies i.v.m. de economische crisis.
“Mijn opzet was door personages aan beide zijden te vermenselijken een proces van verzoening op te starten” zei Nate Parker in Deauville. Hoe moeilijk en noodzakelijk dat is bleek nogmaals toen de Amerikaanse pers in Venetië zijn urgent drama American Skin aan de schandpaal van het identiteitsdenken nagelde.
Met zijn hybride concert en Broadwayshow ‘American Utopia’ serveerde Talking Heads-frontman David Byrne in 2019 een levendig muzikaal tegengif tegen polarisatie. ‘Live’ op de New Yorkse planken. Het werd een uitbundige viering van diversiteit en dat politieke aspect van de intrigerende performance zette Spike Lee anno 2020 gretig in de verf met zijn musical ‘David Byrne’s American Utopia’. Een oproep tot denken en dansen, precies wat we in deze turbulente tijden nodig hebben, die ons nu bereikt via Blu-ray en streaming. Te combineren met David Byrne’s & Maira Kalmans strip en Blu-rays van zowel die andere unieke concertfilm ‘Stop Making Sense’ als Byrne’s hilarisch regiedebuut ‘True Stories’. Een ‘Once In A Lifetime’ ervaring die draait rond een vraag: worden we dommer bij het opgroeien?
“Mijn opzet bij cinema is niet mensen te entertainen maar hen te provoceren en tot nadenken aan te zetten” zegt Michael Haneke nog voor hij in Cannes zijn tweede Gouden Palm ontvangt. Zo kennen we de Oostenrijkse cineast. Zelfzeker, koel en lichtjes hautain. Maar Amour is wel verrassend warm en teder. Is de nieuwe Haneke gearriveerd?
“Dit kan het verhaal van iedereen zijn,” zegt Xavier Dolan, “van iedereen die al verliefd is geweest. Ik heb niets uitgevonden, ik praat erover omdat ik gedreven wordt door een dwingende drang”. De nu 21-jarige Canadese scenarist-regisseur verbaasde Cannes in ‘09 met het psychodrama J’ai tué ma mère en keerde dit jaar terug met de liefdesfantasie Les Amours Imaginaires. Een dartel en gestileerd werk dat als erfgenaam van Truffauts Jules et Jim een aanstekelijk gevoel van absolute verliefdheid creëert.