Dossier Masters of Horror. Deel 9: Seizoen 2, Geesten, gruwel & grimmige gedachten.

aug 11, 2019   //   by Ivo De Kock   //   actueel, dvd, genre, horror, thema  //  No Comments
The Washingtonians

In zijn tweede seizoen werd de tv-serie MASTERS OF HORROR radicaler en grimmiger. Zowel ‘oude meesters’ (Carpenter, Dante e.a.) als ‘nieuw bloed’ (o.a. Rob Schmidt) verleggen grenzen met afleveringen die gruwelijk én grappig, bloederig én kritisch, zijn. Na de eerste 8 (FM 577) volgen 5 griezelfilms getekend Stuart Gordon, Tom Holland, Brad Anderson, Peter Medak en Norio Tsuruta.

Dream Cruise

“De gouden regel van horror is dat het kijkers met hun intiemste angsten moet confronteren” stelt MASTERS OF HORROR-initiatiefnemer Mick Garris, “elke cineast doorbreekt taboes op zijn manier”. In seizoen 2 van de baanbrekende serie gebeurt dat met politieke satire, gemene geestenverhalen, psychologische gruwel en grimmige `gore’. “In The Black Cat toont Stuart Gordon hoe Edgar Poe bij zijn kat een oog uitrukt,” aldus Garris, “wat voor mij als vegetariër helemáál onuitstaanbaar is. Het is nooit anders geweest. In 1931 shockeerde de eerste Frankenstein van James Whale. Kijkers wendden het hoofd af bij de aanblik van het monster en waren ontzet over de tirade ‘Nu weet ik wat het is om God te zijn!’. Deze als lasterlijk beschouwde uitspraak werd uit de kopieën verwijderd en kon nooit gerestaureerd worden”.

Van de laatste MOH-worp zijn 3 van de 5 films straffe kost: The Washingtonians, The Black Cat en de absolute topper in gruwel Sounds Like. De overige twee zijn traditionele ghost stories die boeien omdat totaal verschillende (maar even gemene) geesten er angsten uitdrukken die verbonden zijn met respectievelijk de Japanse (Dream Cruise) en de Amerikaanse (We All Scream for Ice Cream) cultuur. The Washingtonians van Peter Medak (The Krays, Romeo is Bleeding) start als een variatie op het behekste huis thema. Een koppel met kind ontdekt in de kelder van een geërfd huis een geschilderd portret van president George Washington. De bevreemdende sfeer wordt angstaanjagend wanneer uit een manuscript blijkt dat de grondlegger van de VS een kannibaal was. De toon verandert in zwarte humor, politieke provocatie en bloederige gruwel. De Washingtonians, bepoederde kannibalen met pruiken die het imago van George Washington bewaken, symboliseren de politieke monster die volgens een radiostem in de openingsscène de waarheid manipuleren. Waardoor “niets is wat het lijkt”.

The Black Cat


Dat merken de helden wanneer ze `uitgenodigd worden op een kannibalistische schranspartij. Als gast en… gerecht! “Het gaat over George Bush,” aldus Medak, “we wilden gewoon een parodie maken”. Een parodie in macabere comic-strip – tweedegraads gruwel met humor en surrealistische gore – waarin Bush de plaats van Washington inneemt op het eendollarbiljet (“Ze verwisselden de George’s” ). “Het opzet was niet in volle ernst te beweren dat de vader van de natie mensenvlees at,” benadrukt Garris, “maar te impliceren dat een andere George W, Bush m.n., onze institutionele rechten en vrijheden kannibaliseert. We refereren aan de verrotting van de maatschappij van binnenuit door een president die stilzwijgen eist”.

The Black Cat van Stuart Gordon (Re-Animator, Edmond) is minder cerebraal en grappig, de Edgar Poe-adaptatie is veeleer verontrustend en visceraal. “Het gaat over waanzin” zegt Garris n.a.v. het verhaal van een man die geobsedeerd raakt door zijn kat wanneer hij inspiratieloos blijkt bij zijn schrijfpogingen en door de ziekte van zijn vrouw in alcoholisme wegzakt. “Ik wilde Poe’s leven en zijn verhaal mixen” geeft Gordon aan. Poe leefde in armoede, leed aan drankzucht en zijn vrouw kampte met tbc. Feiten die Gordon presenteert als voedingsbodem voor horror, terwijl hij ons onderdompelt in de op hol geslagen verbeelding van een verteller. “De bedoeling was het er te laten uitzien als een oude film, met vale kleuren, totdat het bloederig wordt,” stelt Gordon, “af en toe doorprikken
we het zwart-wit met levendige kleuren”. De gele kanarie, de groene ogen van de kat en het vuurrood bloed springen uit dit nachtmerrieverhaal. Net zoals de splatter-effecten: het uitgeprikte oog van de kat (het taboe dat rust op geweld tegen dieren wordt brutaal doorbroken) en de bijl die het hoofd van de geliefde klieft. Waanzinnige gruwel die omslaat in een liefdesverhaal met happy ending.

Sounds Like

Minder verontrustend, maar ook minder meeslepend, zijn de ghost stories van de reeks. We All Scream for Ice Cream van Tom Holland (Fright Night, Child’s Play) draait om Buster de clown, een gestoorde ijscoman die terugkeert voor zijn ultieme wraak. “Deze film gaat over kinderzonden die je achtervolgen” zegt scenarist David Schow. Een clown/ijscoman die zich op zijn gemak voelt bij kinderen, sterft na een gemene grap van enkele tieners. Jaren later keert hij terug als bevroren ijscoman om de nu volwassen schuldigen te straffen. “Je leeft mee met de lieve ijscoman en je begrijpt waarom hij wraak neemt,” stelt Holland, “de kinderen wisten niet wat ze deden maar ze moeten betalen. Dat leidt tot boeiend moreel balanceren”. Probleem is dat Buster eindigt als een kwaadaardige clown die al even weinig sympathiek is als zijn slachtoffers. Bovendien zijn de gruwelmomenten (slachtoffers smelten als ijsjes) nooit beangstigend. Nochtans beseft Schow dat “het belangrijkste bij het vertellen van een eng verhaal is dat je een sfeer van onbehagen creëert”. Die ontbreekt en ook met de personageopbouw loopt het fout. Hoewel Holland weet “dat horror draait om psychologie en personages. Met de angst van het personage spelen is enger dat iemand die iemand anders in stukken hakt”.

Alleen moet je wel personages, angstgevoelens en een unheimliche sfeer hebben. Hier moeten we het stellen met karikaturen, schrikeffecten en belichtingstrucs. Waardoor het geestverhaal niet werkt. In dat subgenre zijn Amerikanen geen meesters. Daarom was het een leuk idee om de Japanner Norio Tsuruta (Ringu 0: Básudei, Premonition) in eigen land Dream Cruise te laten draaien. Een in Tokyo werkende Amerikaanse advocaat wordt door zijn grootste cliënt, op wiens vrouw hij verliefd is, uitgenodigd voor een pleziertochtje met zijn yacht. Jack moet zijn panische waterangst overwinnen en krijgt af te rekenen met de moorddadige plannen van de bedrogen echtgenoot en (uit het verleden) terugkerende geesten. “Japanners hebben geen besef van wat de duivel is, geesten zijn voor ons veel enger” stelt Tsuruta. De cineast legt daarbij de vinger op culturele verschillen die leiden tot ander soort horror. Bij Japanse horror is het gebruikelijk dat hèt bovennatuurlijke aanwezig is, een geest zweeft als een vage schim rond personages die zich in het midden bevinden. “Eerst denk je dat er niets aan de hand is,” verduidelijkt de cineast, “maar wanneer je het beseft, zit van angst te trillen”. Terwijl bij Hollywood horror de moordenaar recht voor je neus doodt. Alsof de man met de grote bijl zegt: “Kijk ho eng ik ben’. Bij Japanse horror zit de angst meer in de randjes verscholen”.

The Washingtonians

Mick Garris onderstreept dat “de Amerikaanse cultuur zeer christelijk is. Veel van de angsten én de moraal zijn gebaseerd op de bijbel. In Japan is dat heel anders. Je hebt shintoïsme, boeddhisme en elementen uit het christendom. Maar de geschiedenis gaat duizenden jaren terug en de culturele maatstaven zijn dan ook heel anders”. Acteur Ryo Ishibashi legt de link met de kijkervaring in het donker: “Amerikanen lachen en gillen, ze hebben plezier uit het diepste van hun hart. Ze worden deel van het scherm. Japanse horror gaat meer over wraak en menselijke gevoelens, voelt een beetje als klam zweet aan”. Een gevolg is ook dat waar Amerikaanse horror opgebouwd moet worden, “Japanse horror uit het niets kan verschijnen” aldus production designer Iwao Saito.

Dream Cruise is boeiend maar niet beklijvend. Een heel verschil met Sounds Like, zowat het meest verontrustende en origineelste stukje psychologische horror van seizoen 2. Brad Anderson (Session 9, The Machinist) maakt visueel en auditief duidelijk wat er zich in iemands hoofd afspeelt. De protagonist wordt omwille van zijn enorm gevoelig gehoor belast met het afluisteren en evalueren van tele support-werkers. Die gave wordt een vloek wanneer hij na de dood van zijn zoontje gek wordt van verdriet. Volgens Garris gaat het “over onderdrukte droevigheid die in waanzin omslaat”, acteur Chris Bauer stelt dat “alle doodsangst en geweld het gevolg zijn van emotionele pijn” en Anderson ziet zijn held “afdalen in zijn eigen inwendige waanzin”. De onverwerkte rouwgevoelens terroriseren Larry, de geluiden die hij altijd al scherp kan waarnemen dringen zijn hoofd binnen (gefluister, gebrom van vliegen,…) en veranderen in een lawaai dat hem verslindt. Extreme gruwel die Larry tot radicale (Van Gogh-)oplossingen drijft. Maar de stilte bevrijdt hem niet van de waanzin. “De dingen die me beangstigen zijn die waardoor je je gezonde verstand, je mentale stabiliteit, verliest” stelt Anderson. Sounds Like is niet alleen een zeer krachtig humaan verhaal, het is ook puike cinema. Anderson gebruikt extreme close-ups om het visuele equivalent van Larry’s (te) goede gehoor weer te geven en bouwt de gruwel ook auditief op. “Dit verhaal is meer geluid- dan beeldgedreven,” zegt hij, “sound design wordt vaak verwaarloosd maar hier laat ik zien hoe geluid niet alleen het verhaal kan helpen vertellen maar ook het personage kan beïnvloeden”.

We All Scream for Ice Cream

Seizoen 2 van de MASTERS OF HORROR leverde meesterwerkjes op: The Screwfly Solution, Pelts, Pro-Life, Right to Die, The Washingtonians en Sounds Like. Wat doet verlangen naar meer. Volgens Mick Garris besloot betaalzender Showtime om geen derde seizoen meer uit te zenden maar schoot filmstudio Lionsgate ter hulp. De reeks zou naar NBC verhuizen. Dat publieke netwerk kondigde voor zomer 08 de horrorreeks Fear Itself aan. Een vervolg op de MASTERS, geproduceerd door Mick Garris en zijn kompanen Andrew Dean en Keith Addis. Vraag blijft of de vaste meesters (Dante, Argento & Carpenter) en de cineasten met wie Garris al praatte (Craven, Cronenberg & Zombie) willen meewerken aan een reeks die op NBC meer in de greep van censuur zit. “Het uitgangspunt was een 1-uur ‘show’ gebaseerd op totale creatieve vrijheid” zei Garris n.a.v. seizoen 1. Benieuwd of die droom in leven blijft.

IVO DE KOCK

(Artikel verschenen in FILMMAGIE, n° 580, december 2007)


MASTERS OF HORROR VOL XI: DREAM CRUISE van Norio Tsuruta; USA 2007; 59′; met Daniel Gillies, Yoshino Kimura; FILM: * / EXTRA’S *** (documentaires ‘Behind Tokyo Cruising’ & ‘Fantasy Film Fest Classic: Larry Cohen’); THE BLACK CAT van Stuart Gordon; USA 2007; 58′; met Jeffrey Combs, Elyse Levesque; FILM: **** / EXTRA’S: *** (documentaires ‘The Teil Tale Cat’, ‘Bringing down the axe’ & ‘Flashback Dreams in the Witch-house behind the scenes’);
MASTERS OF HORROR VOL XII: WE ALL SCREAM FOR ICE CREAM van Tom Holland; USA 2007; 57′; met William Forsythe, Lee Tergesen: FILM: * / EXTRA’S: ** (documentaires ‘Sweet Revenge’ & Meltdown); SOUNDS LIKE van Brad Anderson; USA 2006; 58′; met Chris Beuer. Laura Margolis; FILM: **** / EXTRA’S: *** (documentaires ‘Cacaphony of Sounds’ & ‘Aural Madness’); THE WASHINGTONIANS van Peter Medak; USA 2007; 57′; met Jonathon Schaech, Saul Rubinek; FILM: **** / EXTRA’S: ** (documentaires ‘Feast on this’ & Wigs, teeth and powder; bloopers); alle films beeldformaat 16:9; dis. Three Lines Pictures.

We All Scream for Ice Cream

Leave a comment