Everything must go. Hoe eindigt ons verhaal?

jun 11, 2026   //   by Ivo De Kock   //   actueel, boek, sciencefiction  //  Reacties uitgeschakeld voor Everything must go. Hoe eindigt ons verhaal?
Dr. Strangelove

Het einde van de wereld was al een obsessie lang voor apocalyptisch filmspektakel die angst uitvergrootte. Twee studies schetsen hoe doemgedachten zich blijven vertalen in de verhalen die we vertellen.

“Zo gaat de wereld ten onder. Niet met een knal, maar met een zucht.” Een spectaculair rampspoed beeld in jaren vijftig stijl siert de cover van Everything Must Go maar in zijn onderzoek naar de obsessieve aandacht van populaire cultuur voor de Apocalyps gaat Dorian Lynskey uitgebreid in op T.S. Eliots visie dat het einde van de wereld niet noodzakelijk luidruchtig en dramatisch wordt. Volgens de journalist sluiten verhalen met ‘slecht nieuws’ over planeet, mens en beschaving aan bij collectieve onrustgevoelens die zachtjes onderhuids sudderen.

Het T.S. Eliot citaat opent Nevil Shute’s On the Beach, een boek uit 1957 dat focust op hoe mensen overleven met het besef van imminente dood in een post-apocalyptische wereld. Ook filmmaker Stanley Kramers adaptatie suggereert ‘the horror’ op fluistertoon. Dat wèrkt. Een periscoopbeeld van lege straten in San Francisco zegt alles over de gruwel, net als de zelfmoordpillen die zonder commentaar worden uitgedeeld of de eenzame vrouw die vanop strand tuurt naar de verdwijnende onderzeeër met haar geliefde. Onheilspellende verhalen maken indruk wanneer ze een tegelijk onbehaaglijk en melancholisch gevoel creëren.

On the beach

Lynskey erkent het recente fenomeen doomscrolling, “sociale media geven de indruk dat dingen slechter zijn dan ze zijn”, maar wijst er op dat angst voor vernietiging verre van nieuw is. Voor de prehistorische mens was het dagelijks bestaan een constante overlevingsstrijd en tot ver in de middeleeuwen bleef angst voor rampen voortleven. Gevoed door verhalen die het tijdstip én de concrete invulling van ‘het einde van de wereld’ voorspelden.

Via het laatste boek van het Nieuwe Testament, de Openbaring van Johannes, omhelsde het christendom dit doemdenken. Cruciaal daarbij: het concept van een lineaire tijd met een universum dat geschapen wordt, zich ontwikkelt en gedoemd is om ergens in de toekomst te verdwijnen. Ontstaan, ontwikkeling en vernietiging zijn permanent. In tegenstelling tot bij een cyclische tijdsopvatting. “Apocalyptische kunst is schuldplichtig aan de Bijbelse blauwdruk” aldus Lynskey. Zeker in de V.S. leeft de profetie van een door cataclysme gezuiverde wereld verder.

2012

In een hoofdstuk over gothic horror onderstreept hij dat ook goddeloze romantiek zoals Byrons gedicht Darkness en Mary Shelleys The Last Man invloed had op verhalen over het vergaan van de wereld. Weerspiegeld in de desintegratie van een samenleving én de toename van eenzaamheid. Het alleen-op-de-wereld gevoel dat film aanraakt in de openingsbeelden van I Am Legend en bij de futiele vader-zoon trektocht in John Hillcoats Cormac McCarthy-verfilming The Road.

Lynskey benadrukt dat voor McCarthy het einde van de wereld een metafoor is voor het einde van de roman. Minimale dialogen symboliseren een verarmde wereld. Hillcoat vertaalt dat door een toekomst te tonen waar het einde van de natuur ook het einde van politiek, kunst, dialogen en complexe relaties betekent. Wat rest zijn eenzame figuren in een landschap. Fragiele verdedigers van moraliteit, tederheid en menselijkheid.

Planet of the Apes

Voor Lynskey is de Apocalyps obsessie verbonden met een nood aan verhalen die zin geven aan ons bestaan door onrustgevoelens te kaderen. Tragische ficties die richting onafwendbare dood  denderen. Toch lucht weten hoe ons verhaal op aarde afloopt enigszins op. Tot dat besef kwam Lynskey toen hij wakkerschoot na een apocalyptische nachtmerrie waarin zijn eigen dood samenviel met die van de totale wereldbevolking.

Collectieve dood als tegengif voor de eenzaamheid van het sterven. Cinema als antidepressivum.  Schoolvoorbeeld is Lars von Triers Melancholia waar het einde van het verhaal ook het einde van de wereld is. De afloop van ons verhaal wordt bepaald door cataclysmen (natuurrampen, kometen, pandemieën), ontspoorde technologie (robots, computer, AI) en menselijk falen. Na de atoombom wordt de Apocalyps niet langer in de schoenen van God of het noodlot geschoven. In Planet of the Apes ontdekt Charlton Heston een stuk Vrijheidsbeeld en roept “You Maniacs, you blew it up”. Versta: het einde is mensenwerk.

The Road

Maar, “No survivors, no story”, wist Stephen King. “Het gaat niet om het einde van de wereld maar van een wereld,” aldus Lynskey, “op het ontstane blanco blad schrijven overlevenden hun verhaal.” Sommige van die verhalen vormen een subgenre dat volgens Stephen Lee Naish in Post-Catastrophe Film tussen cataclysme en dystopie beweegt en “kan gezien worden als sequel van de rampenfilm en prequel voor een postapocalyptisch verhaal.” De wereld-in-verandering van de post-catastrofefilm refereert volgens Naish niet zozeer aan de eeuwenoude angst-fascinatie dualiteit die Lynskey boeit maar eerder aan de hedendaagse realiteit getekend door 9/11 en dreiging van klimaatverandering. Mic drop? Nee, het laatste woord over ‘het einde’ is nog niet gezegd.

IVO DE KOCK

EVERYTHING MUST GO. WHY WE ARE OBSESSED WITH THE END OF THE WORLD / DORIAN LYNSKEY / 2025, PICADOR, LONDON / 500 PAGINA’S / €19,90.

POST-CATASTROPHE FILM. CINEMATIC VISIONS IN THE AFTERMATH OF DISASTER / STEPHEN LEE NAISH / 2026, INTELLECT, BRISTOL / 226 PAGINA’S  / €22,50.