Roberto Minervini. Filmmaker in de buik van het beest

Voor Anora regisseur Sean Baker is Roberto Minervini een inspiratiebron. De in Italië geboren filmmaker van The Other Side en The Damned maakt karakter gedreven films, humanistische cinema met een focus op mensen in de marge. Daaar herkent Baker zich in. Ook hij focust op wie in de schaduw van de Amerikaanse Droom leeft. Baker geniet (Oscar)erkenning geniet maar voor het grote publiek blijft Minervini onbekend. Gewaardeerd in kunstmiddens, dat wel. Na de Viennale (2018) eert ook Bozar Minervini via een Close-Up retrospectieve. Dat wordt een van de filmevenementen van 2027!
Op het programma: zowel de minimalistische Texas trilogie The Passage (2011), Low Tide (2012) en Stop the Pounding Heart (2013) als karakter gedreven documentaires als The Other Side (2015) en What You Gonna Do When the World’s on Fire? (2018) én het anti-oorlogsdrama The Damned (2025).
Géén Hollywood mainstream voer maar stuk voor stuk intense en empathische portretten die balanceren tussen fictie en documentaire. Politieke en profetische films waarmee Roberto Minervini (°1970) zich ontpopte als chroniqueur van de onderklasse in het Amerikaanse Zuiden.

“I love America more than any other country in this world, and, exactly for this reason,
I insist on the right to criticize her perpetually.”
James Baldwin
Roberto Minervini groeide op in Fermo, een klein stadje aan de Italiaanse Adriatische kust, en werd geboren als filmmaker in megalopolis New York City. Door dramatisch toeval. Na een verblijf in Spanje was hij eind 2000 in Amerika beland om er te werken als IT-er. Maar 9/11 vernietigde de kantoren van zijn werkgever in de Twin Towers. Minervini ontsnapte aan de dood (hij was die dag afwezig) en besloot de 18 maanden vergoedingspremie uitgereikt door de overheid in te zetten voor een soort hergeboorte.
Minervini volgde een opleiding aan de New School, zette artistieke projecten op en testte met kortfilms zijn cinematografisch talent. Hij had meteen de smaak te pakken en begon aan een reeks artisanale, lowbudget films die elementen van fictie en documentaire mixen. Gemaakt met het oog van een (Italiaanse) outsider en vooral ook een groot hart voor Amerika. Resultaat is een oeuvre van zes films, van debuut The Passage tot The Damned, waarmee Minervini zich tot een van de belangrijkste hedendaagse Amerikaanse filmmakers kroonde.

Een ander land
Een cineast die de schaduwzijde van de Amerikaanse droom niet schuwt. Integendeel, Minervini brengt steevast een ‘ander Amerika’ in beeld. Zeker in The Other Side, dat de vinger legde op de onderstroom die a.h.w. het ‘succes’ van Donald Trump aankondigde, maar ook in metaforische drama’s (The Damned) en portretten van ‘vergeten’ burgers (The Passage, Low Tide, Stop the Pounding Heart, What You Gonna Do When the World’s on Fire?).
Het tegenstrijdige karakter van Amerika fascineert Minervini. Al is de scheidingslijn tussen liefde en afkeer soms. “Amerika is een grotendeels economisch verscheurd land, pathologisch angstig en inherent racistisch,” benadrukt de filmmaker, “met burgers gehersenspoeld door misleidende misdaadcijfers, denkbeeldige nationale bedreigingen en de eeuwige angst voor het verlies van individuele vrijheid. Een land dat tolerantie ziet als verdraagzaamheid, niet als rechtvaardigheid. Soms vraag ik me af waarom ik Europa verlaten heb.”
Hoe stevig de tweede ambtsperiode van Donald Trump binnenkomt bij Roberto Minervini merken wanneer we via Zoom praten met de cineast. Over zijn carrière maar ook over leven “in the belly of the beast”, in de buik van het beest. En over hoe de impact daarvan voor een carrièrewending zorgt.

Verwant met Sean Baker
The Florida Project en Anora regisseur Sean Baker ziet jou als “een ondergewaardeerd filmmaker én een lichtend voorbeeld.” Hij vertelde ons dat The Other Side inspiratie opleverde voor Red Rocket “omdat Minervini focust op in de marge levende mensen, mensen die vergeten worden door politici en weggezet waren als deplorables, betreurenswaardige figuren. Net als hij reageer ik op het feit dat het verhaal van sommige mensen en gemeenschappen nooit verteld wordt in film of op televisie.” Voel je ook verwantschap?
Roberto Minervini: “Ja, Sean Baker is iemand die zijn eigen film lexicon heeft ontwikkeld. Zijn aandacht gaat niet enkel uit naar mensen die in de marge van de maatschappij leven, hij blijft zich ook bewust zelf in de marge van de filmwereld bewegen. Die drang om outsider te blijven en mensen die niet gehoord worden een stem te geven hebben we gemeen.
Het is voor ons een paradoxale gedachte dat je de rand van de samenleving vanuit de mainstream in beeld kan brengen. Zo’n neerbuigende aanpak is niet te verzoenen met waarheid en authenticiteit. We weigeren de realiteit te gebruiken voor entertainment- en winstdoeleinden en vertellen bewust verhalen over de schaduw van de Amerikaanse droom vanuit de rand van het systeem.”

Dat levert een morele blik op. Maar ook de nood om kleinschalig te werken. Je kiest steevast voor een beperkt budget en een klein team.
“Er zijn verschillende redenen om bij voorkeur met een kleine crew te werken. Zo vragen mijn onderwerpen erom. Maar film is ook een heel opdringerige machine met een stevige impact. We dringen binnen in de persoonlijke ruimte van mensen en het gevaar bestaat dat we daarbij levens verstoren.
Ook al omdat door de techniciteit van het medium er een hiërarchie tussen filmmaker en onderwerp dreigt te ontstaan. Dat vermijden we door te werken met kleine teams waar iedereen elkaar moet helpen en verschillende taken dient te verrichten. Wat teamgeest stimuleert en helpt om een gemeenschap van filmmakers en personages te ontwikkelen waarin iedereen gelijk is en zichzelf kan zijn.”
Wat niet belet dat je je eigen persoonlijkheid, verleden en kijk op de wereld meebrengt naar de plaats waar je naartoe gaat. Toen ik vorig jaar met mijn familie tijdens een Napels trip de voetbalwedstrijd Napoli – Internationale ging kijken viel me op hoe passioneel de kloof tussen Noord en Zuid er beleefd wordt. De tranen die vloeiden na de zege van Napels waren tranen van vreugde en opgekropte frustratie. Je groeide op in Fermo, het midden van Italië, maar je bent natuurlijk vertrouwd met deze tegenstelling. En met de impact van locatie op overtuigingen en emoties. Motiveerde dat je om als filmmaker vanuit New York te begeven naar het Amerikaanse Zuiden, een heel andere wereld die met achterdocht naar de wereldstad kijkt?
“Als voetbalfan hou ik bijzonder van je Napolitaanse folktale. Ik ben heel gevoelig voor de emoties die opborrelen in plekken zoals het Stadio Diego Armando Maradona. Wat me blijft fascineren is dat er iets religieus kleeft aan clubliefde. Je wordt vaak fan om irrationele redenen en die passie geraakt verstrengeld met je identiteit waardoor de emoties hevig kunnen zijn. Zelf ben ik fan van een ploeg uit het Noorden die ik niet bij naam kan noemen omdat het Juventus is. Maar ik weet heel goed wat er leeft bij de fans in het arme Zuiden. Hun wantrouwen t.o.v. dat ‘andere’ Italië.
Ik leef nu in New York maar ik woonde voordien in Texas waar ik als outsider geconfronteerd werd met de grote kloof tussen beide werelden. Als kunstenaar en filmmaker ben ik geïnteresseerd in het historische, politieke en structurele aspect van die clash. Er is een enorme discrepantie op economisch, sociaal en cultureel vlak. Het gevolg is dat mensen elkaar niet meer begrijpen, ook al delen ze als Amerikanen dezelfde waarden.
Wat je aanraakt gaat naar het hart van mijn cinema. Ik kan mensen aan het woord laten waarmee ik niet noodzakelijk waarden deel omdat mijn interesse uitgaat naar de vraag waarom ze zo passioneel aan bepaalde dingen hechten. Wat speelt er op het vlak van hun conditionering en gemeenschap? Aan welke waarden hechten ze? Waarom vertolken ze bepaalde standpunten? Met welke gevolgen?
Ik maak de films die ik maak omdat ik me heel bewust ben van de socio-economische, geografische en culturele verschillen tussen mensen en regio’s. Ze zichtbaar maken en open staan voor mensen is een stap richting begrip en empathie.”

Dat maakt dat je eigenlijk meer observator en luisteraar bent dan verhalenverteller.
“Films maken is een leerproces. Het bevat twee componenten die elkaar overlappen. Een menselijke en een professionele. Om een betere kunstenaar te zijn moet ik een betere mens worden en om een beter mens te worden moet ik een betere kunstenaar zijn. Beide zaken voeden elkaar en bepalen wie ik ben. Ervaringen vormen mij. Wanneer de camera draait maar ook zonder camera.
Films als The Other Side stelden me in staat mezelf te bevragen maar ook te peilen naar de dingen die dreigden Amerika te verdelen en verscheuren. Daarbij ontdekte ik dingen zoals gebrek aan vertrouwen, de afkeer van mensen die anders zijn en de onderstroom van angst. Ondertussen zijn we tien jaar verder en zien we hoe de verscheurdheid Amerika van binnenuit vernietigd heeft.
Door wat film me leerde kan ik met een meer kritische insteek kijken naar wat momenteel speelt in de V.S.. Vanuit het besef dat het allemaal zomaar niet uit het niets komt. Cinema is voor mij een leerproces dat mij als mens verrijkt. Precies omdat ik naar anderen wil luisteren en niet zozeer sta te popelen om mijn eigen verhaal te vertellen.”
De signalen waren er. J.D. Vance schreef in Hillbilly Elegy over de armoede, achterstelling en paranoia die hij nu schaamteloos exploiteert en jij legde in The Other Side de vinger op xenofobie, homofobie, de trots op traditionele familiewaarden en het wantrouwen tegenover centraal gezag. Hoe confronterend is het dat dit nu zo genormaliseerd lijkt?
“Het is moeilijk en pijnlijk om te praten over de nieuwe politieke realiteit. Ik weet ook niet waar eerst te beginnen. De manier waarop Amerika veranderd is tegenover tien jaar geleden toen ik bepaalde onderwerpen begon te bestuderen in films als The Other Side en What You Gonna Do When the World’s on Fire? is angstaanjagend. Wat marginaal was is mainstream geworden.
Pers en sociale media zorgden er mee voor dat randopinies evolueerden tot ‘gewone’ standpunten. Wat voorheen als radicaal gold wordt nu afgeschilderd als algemeen aanvaard terwijl de uitspattingen van extremisten worden goedgepraat. Het is choquerend dat zaken die vroeger als obscuur werden gezien, zoals de noodzaak om ons te beschermen tegen andere Amerikanen, nu stilzwijgend worden geaccepteerd.
Tien, vijftien jaar geleden werd dit nog beschouwd als waanzin, zouden mensen gemarginaliseerd en hun job verloren zijn omwille van dergelijke standpunten. Terwijl het de grondslag is van de huidige politiek. Die haat en aversie tegenover elkaar maakt het makkelijk om racisme, homofobie en misogynie te integreren in stellingnamen.
De systematische verspreiding daarvan is verbonden met een diepgaande angst voor alles, met inbegrip van elkaar. Ik voelde die zaken ontkiemen maar om te merken hoezeer Amerikanen vandaag de dag geregeerd en gedomineerd worden door angst is choquerend. Zeker gezien Trump daar ongegeneerd op inspeelt.”

Trumps totale onvoorspelbaarheid, het ontbreken van elk moreel bewustzijn en de escalatie van alle conflicten versterkt een ander soort angst. Verbonden met een haast berustend doemdenken. Alsof men verstijfd van de angst in de koplampen van een aanstormende tientonner kijkt.
“Angst groeit. Er komt niets goed voort uit angst, angst creëert enkel nog meer angst. Zoals dood dood genereert en geweld geweld. Doordat het oorverdovend stil blijft op de internationale scène kan Donald Trump rustig zijn gang blijven gaan. Zoals er ook genocides en landinvasies gebeuren die zonder gevolgen blijven. De internationale geopolitieke scène kijkt toe en schuift elke verantwoordelijkheid van zich af. Dat helpt niet.”
“De toestand is gevaarlijk en explosief” zei je me vorig jaar in Brussel n.a.v. The Damned. Had je gedacht dat het zo zou ontsporen? Toegegeven, ik niet.
“Als Amerikaan, als iemand die in the belly of the beast leeft, zou ik ‘ja’ en ‘neen’ antwoorden. Nee, omdat ik hoopte dat het niet zou gebeuren. Ja, omdat ik onheilspellende signalen zag in het christelijk extremisme dat de V.S. steeds sterker in zijn greep kreeg. Dat gedachtengoed draait om de uitsluiting van anderen. Er leeft ook een white supremacy gedachte, een ideologie gebaseerd op het idee van superioriteit, die met alle gruwelijke gevolgen de relatie tussen de V.S. en Israël bepaalt.
Opnieuw: angst! De angst om macht te verliezen leidt tot haat gedreven door racisme en misogynie. Ik geloof niet in het idee dat onze president gestoord, dementerend of seniel is. Het bewustzijn en de helderheid van Trump en zijn omgeving is groter dan velen denken. Er zit strategie en structuur achter zijn ogenschijnlijk ongecontroleerd optreden. Dat maakt deze nieuwe golf van het superioriteit denken ook zo gevaarlijk. De verbetenheid en de genadeloosheid van het hele optreden, het totaal negeren van wetten en democratische principes, verontrust me sterk.”

Je nam je voor om als filmmaker niet mee te gaan in de polarisatie en geen propagandistische reactie-films te maken maar bij je eigen humanistische aanpak te blijven. Is dat nog je visie?
“Ja, al zal mijn nieuw project toch anders zijn. Geografisch zeker want ik werk momenteel aan mijn eerste Italiaanse film. Een fictiefilm met sterk autobiografische elementen en een documentaire inslag. Het gaat over de teloorgang van een gemeenschap, de toename van klassentegenstellingen en de realiteit die schuilt achter clichés verbonden met een regio. Tegelijk portretteert het via intieme, alledaagse verhalen het leven van mensen die zoals ik uit een arbeidersgezin in Midden Italië komen.
Mensen die hun welvaart, veiligheidsgevoel en daarmee ook hun gemeenschapsgevoel hebben zien verdwijnen. Waardoor een microkosmos desintegreert. Dat reconstrueren helpt me om mijn menselijkheid te bewaren en mijn hart open te houden. Door terug te keren naar het verleden en in mijn eigen herinneringen te duiken kan ik belangrijke emoties en ideeën evoceren. Dat is en blijft de essentie van mijn humane cinema. Ik was gewoon toe aan zelfreflectie, de nood om ditmaal een verhaal vanuit mezelf te vertellen ligt aan de basis van deze film.”
Een persoonlijke film dus. Zoals je eerste film, The Passage, dat was. Een roadmovie die opent met een vrouw in een MRI machine en sluit met diezelfde vrouw in een auto waarmee ze samen met twee reisgezellen op zoek gaat naar verbinding en aanvaarding van een aangekondigde dood.
“Het verhaal is geïnspireerd door het terminale kanker verdict dat mijn schoonmoeder te verwerken kreeg. Mijn vrouw en ik zijn toen bij haar gaan wonen. Hoe ze omging met de situatie, de manier waarop ze zocht naar zingeving en bleef vechten maakte indruk en inspireerde me om er mee aan de slag te gaan. Ik vertrok van de realiteit om een verhaal te maken maar paste dingen aan.
In The Passage is de vrouw Spaans terwijl ze in het echt Chinees was en dus andere overtuigingen en tradities bezat. Maar haar gevecht met leven en dood weerspiegelt de strijd van mijn schoonmoeder. Eigenlijk ontwikkelde ik haar alter ego om afstand te creëren en de onvermijdelijke aftakeling grotendeels buiten beeld te houden.
The Passage werd uitgebracht na haar dood en was een manier om naar mezelf en de mensen rond mij te kijken. Door dat nu weer te doen sluit ik inderdaad aan bij The Passage en wordt een cirkel gesloten.”

De trip is ook een zoektocht. Naar wat?
“Naar vrede met zichzelf. Als stervende vrouw vindt Ana een reden om in leven te blijven in een gemeenschap, in verbondenheid en menselijkheid. Eigenlijk ontdekt ze een vaccin voor de eenzaamheid. Dankzij toevallig ontmoette lifters en geitenboeren. Ook voor mij waren die ontmoetingen verrijkend omdat ik ze me het belang van behoren tot een gemeenschap deden inzien.
Ik leerde tevens de Carlson familie goed kennen en betrok deze geitenboeren later ook bij Stop the Pounding Heart. Ze werden vrienden met wie ik nog altijd contact heb. Tijdens het maken van The Passage ging ik beseffen dat, zoals Ana zin zoekt door dicht bij mensen te zijn, ik zelf ook zocht naar de zin van mijn carrière door banden te smeden met mensen. Het drong tot me door dat de ervaring van films maken en de ervaring van leven elkaar overlappen.”
Je spreekt over eenzaamheid. Dat en het onvermogen om te communiceren tussen moeder en zoon is de onderstroom van je tweede film Low Tide.
“Toen mijn vader me na de première van Low Tide tijdens het filmfestival van Venetië vroeg of de film autobiografisch was ontkende ik omdat ik niet wou dat hij het als een kritiek zou zien. Maar ik wist dat hij het wist. Low Tide was een reflectie over mijn eigen leven. Door The Passage begreep ik het belang van gemeenschap en dat zette me aan tot zelfonderzoek. Zo ging ik beseffen dat bij het opgroeien mijn familie niet voelde als een gemeenschap. Het gevoel van zekerheid en veiligheid ontbrak.
Vanuit dat idee vond ik een gebroken familie. Toen drong het niet door maar terugkijkend besef ik dat elk ontstaansproces weerspiegelt waar ik op dat moment mee bezig ben in mijn leven. Low Tide vloeit voort uit bedenkingen die opborrelden na The Passage. Wat als je geen gemeenschap kan vinden? Wat als de gemeenschap die je veilig moet doen voelen eigenlijk stuk is? Wat als je niet oud bent maar jong en volop aan het leren bent?“

Over familie gesproken, je vast filmteam moet zowat een tweede familie zijn geworden.
“Ik zou monteur Marie-Hélène Dozo probleemloos een zus kunnen noemen. Alle projecten die we samen deden hebben zowel een familiaal als artistiek karakter. Leven en dood, pijn en vreugde, alle diepe emoties die mensen doormaken ervaren we samen via de films en nemen we mee naar huis. Mensen waarmee je zulke zaken deelt blijven dicht bij jou staan, ook wanneer een film afgewerkt is. Ze blijven familie.
Marie-Hélène heb ik leren kennen door samen te werken aan films maar onze vriendschap gaat verder dan dat. Hoezeer ik werk en privé ook scheid, ze blijft constant aanwezig in mijn bestaan. Daar profiteren mijn films ook van want hoe meer we elkaar kennen, hoe beter we een film kunnen maken. Omdat we beiden voelen, weten waar we naar toe werken. Haast zonder woorden. Dus ja, Marie-Hélène maakt deel uit van mijn nieuwe familie, out there in the world, en zij voelt als een zus voor mij.”

Met Marie-Hélène Dozo, die ook vaste monteur voor de broers Dardenne is, maar ook productiefirma Michigan Films (The Damned) en kunstencentrum Bozar, waar vorig jaar The Damned werd voorgesteld en je bent uitgenodigd voor een Close-Up (die wegens ziekte op het laatste moment verschoven is naar juni 2027), zijn Brussel en België je ondertussen al vertrouwd. Voel je je er thuis?
“Ja, maar niet alleen omdat ik er al veel tijd heb doorgebracht. Mensen moeten vaak lachen wanneer ik over België praat maar is iets dat me erg aanspreekt in het land het volk. De discretie van de mensen, het respecteren van elkaars ruimte en integriteit, de vriendelijkheid die blijft, ongeacht of het nu al dan niet weer eens regent.
Het valt me ook telkens op hoe ze elkaar laten uitspreken en een agressief ‘jij, jij, jij’ toontje vermijden. Dat geeft, ook als outsider, een gevoel van veiligheid. Het ‘hier voel ik me niet aangevallen en in de verdediging gedrukt’ gevoel. Althans, zo voel ik het na al die jaren aan. Zeker in Brussel, een stad waar ik me, net als in London en New York, heel comfortabel voel.”

Het slotdeel van je Texas trilogie, Stop the Pounding Heart, was cruciaal in je carrière omdat de film je via Cannes internationale erkenning opleverde en zich onderscheidde via je stijl en aanpak. Werken met natuurlijk licht, energieke camerabeelden met nadrukkelijke close-ups, een dunne lijn tussen fictie en documentaire en niet met oordelen beladen portretten van mensen en hun gemeenschap. Hier de fanatiek religieuze Bible Belt.
“Stop the Pounding Heart werd inderdaad een mijlpaal. Het is de film waarmee ik artistiek volwassen werd en mijn aanpak definitief vorm nam. Ik was gaan beseffen dat ik geen interesse had in verhalen met een vooraf vastgelegd begin en einde maar dat mijn films vorm moesten krijgen via ontmoetingen, via interactie met crew en cast. Daarom ging ik voor het eerst volledig vertrouwen op mijn intuïtie en liet ik me leiden door de verschillende gemeenschappen om via hen het verhaal en de betekenis ervan te vinden.
Ik liet ze in tijd en ruimte duiken om er daarna als filmmaker zingeving in te ontdekken. De film speelt in ruraal Texas en volgt twee families, de streng katholieke Carsons die een geitenboerderij runnen en de Trichells die actief zijn in het rodeo circuit, om die werelden uiteindelijk samen te brengen. Aanvankelijk wisselde ik de opnamen tussen beide families en vertelde hen wat ik ‘aan de andere kant’ zou doen. Maar uiteindelijk besloot ik de twee, en in het bijzonder Sara en Colby, samen te brengen en zo dynamiek te creëren.

Dat kon enkel omdat ik iedereens vertrouwen genoot. Op heel natuurlijke wijze ontstonden zo spanningen, interacties. Tussen katholicisme en baptisme, tussen zachtheid en kracht, het fysieke en het spirituele. Dat vormde ook de personages. Alles groeide dus organisch en de scène aan het einde van de film waar Sara en haar moeder praten over hun onzekerheden en overtuigingen is ook op de laatste opnamedag gedraaid. Dat kon niet anders.
Tijdens het voorbereiden van Stop the Pounding Heart heb ik vaak gedacht: wat als ik het hele proces van begin tot einde niet controleer? Wel, ik begon de opnamen met het voornemen het proces gewoon dag na dag te vertrouwen en te zien waar we zouden uitkomen. Dat was beangstigend omdat ik niet wist wat ik deed. Maar ik begreep wel waarom ik deze aanpak gekozen had en zette door.
Voor Marie-Hélène Dozo en mij was het de moeilijkste te monteren film want er was veel beeldmateriaal en amper een narratieve houvast. Stop the Pounding Heart is echt in de montagekamer geboren. Door dingen uit te testen ontdekten we wat werkte en wat niet.
Dat intuïtieve aspect zorgt er ook voor dat de scheiding tussen documentaire en fictie dun lijkt en de film op een niet gekunstelde manier gestileerd oogt. De eindscène waar je naar verwijst heeft wat van een poëtisch gebed van moeder en dochter. Hoe geschreven of geïmproviseerd was dat?
“Toen de film in 2013 uitkwam waren dat de vragen. Waarom is het zo gestileerd wanneer het een documentaire is? Zijn de actrices gestuurd door de regisseur in dat krachtig moment? Gaat het om fictie of een document? Feit is dat niets uitgeschreven of vastgelegd is. Alles is geïmproviseerd.
Stop the Pounding Heart was mijn eerste digitaal opgenomen film en ik besloot een van de troeven ervan uit te spelen: de lengte van de take zodat er iets magisch kan gebeuren. We werkten met takes van 20 minuten en lieten de camera gewoon lopen zonder ‘actie’ of ‘cut’ te roepen. We vervingen de cartridge, klapten met de handen en deden door. Urenlang.
Dat had gevolgen. Ik merkte dat hoe langer wij met de camera aanwezig waren, hoe minder mensen er aandacht aan gingen schenken. Het was of onze aanwezigheid als filmmakers verdampte of zelfs dat we opgingen in de plek en gemeenschap waar we waren. Zo kon ik heel intieme momenten zoals die tussen moeder en dochter observeren. Door die heel lange takes gingen we ook op in situaties die als een biecht aanvoelden.
De camera vereeuwigt zulke momenten, legt iets vast dat het geheugen niet kan bewaren. Voordien wist ik eigenlijk niet waar ik mee bezig was maar Stop the Pounding Heart deed me de kracht van de camera beseffen. Het werd me duidelijk dat ik als filmmaker gedeelde ervaringen en herinneringen kon vastleggen dankzij de camera en mijn discrete aanpak. De lengte van de takes maakte het bovendien mogelijk een gesprek vast te leggen en tegelijk ook esthetische beelden te creëren.”

Stop the Pounding Heart bewijst dat schoonheid en authenticiteit samen kunnen gaan. Veranderde dat besef je benadering van het documentaire genre in The Other Side en What You Gonna Do When the World’s on Fire?
“Absoluut. Ik stelde me de vraag: kan ik dat vereeuwigen via lange takes ook in andere, complexe, documentaires toepassen? Gedeelde herinneringen én iconische beelden ontwikkelen van mensen met wie ik zonder de camera zelfs geen minuut zou doorbrengen. Kan ik die mensen ‘aan de andere kant’ van de camera benaderen zonder ze te beoordelen of hun geheime ruimte te verstoren?
In The Other Side zocht ik een marginale, vergeten gemeenschap op die buitenstaanders met een zeker wantrouwen bejegenden maar toch gezien en gehoord wilde worden. Ik deel weinig met hen, we behoren niet tot dezelfde cultuur, maar ik wil hun ruimte respecteren en hun integriteit bewaken. Dat maakte ik hen van bij de start duidelijk. Wil je je woede fysiek of via woorden uiten, doe maar, ik waak over je expressie, ik sta tot je dienst.
Dat vloeide voort uit mijn ervaring en mijn intuïtie. Er waren momenten dat ik tegen mijn crew zei ‘ik kan dit niet meer aan, ik kan niet om met de hardheid, met de pijn, met het geweld. Dan herinnerden ze me aan mijn ‘je moet een open hart hebben om een open geest te bewaren’ devies.”
Omdat je, tijdens de opnamen maar ook bij de montage, de mensen voor je camera wilde respecteren zag je af van eigen opinies en duiding.
“Bij The Other Side en What You Gonna Do When the World’s on Fire? was het complex omdat ik als outsider bezig was met wat ik wel of niet kon opnemen in de film. Dat ging niet uit van mijn eigen oordeel maar vanuit de integriteit van de gemeenschap. De vraag was ‘is dit representatief voor wie ze zijn?’ Hoe trouw stemt het overeen met hun identiteit? Kan ik hiervoor hun goedkeuring krijgen? Voor mij zijn niet enkel artistieke keuzes belangrijk bij een film. Sommige scènes haalden de eindmontage van The Other Side niet omdat ze te heftig waren.”

Te hard, te ontluisterend of te controversieel?
“Ik wil niet dat mijn films een bron van conflict worden. Ze zijn het resultaat van een proces waarin harmonie heerst. Ik ben trots op het feit dat ik met veel respect films maak waarin ik verhalen vertel van mensen die heel anders zijn, met wie ik weinig gemeen heb. Zeker bij The Other Side verschilde ik veel van hen en speelde er ook een zeker wantrouwen. Maar het wederzijds respect was groot. Met een film en beslissingen die haat, conflict en disharmonie creëren zou ik niet kunnen leven.”
Je voelt verantwoordelijkheid voor je onderwerp, je personages.
“Het is mijn morele plicht om de juiste boodschap de wereld in te sturen. Ik heb de verantwoordelijkheid om met het publiek een ervaring te delen die trouw en respectvol is t.o.v. het leven van de personages. Ik moet me ook op mijn gemak voelen wanneer een publiek spreek over mijn films en personages. Een boodschap meegeven is niet mijn taak als filmmaker. Wanneer ik begin met het beoordelen van mijn personages en hun wereld ga ik beter preken. Ik ben geen preker, ik ben maar een filmmaker die beelden en impressies deelt met zijn publiek.”
“Roberto came into the bar as a human being, without a camera” zegt Judy Hill tijdens een nabespreking van What You Gonna Do When the World’s on Fire? in het New Yorkse Lincoln Center. Je presenteert je eerst als mens en dan pas als filmmaker.
“Een jaar voor de opnamen van What You Gonna Do When the World’s on Fire?begonnen voerde ik al lange gesprekken met kroegbazin Judy Hill. Van mens tot mens. Zonder camera. Zij stelde me ook voor aan verschillende mensen die uiteindelijk zouden meewerken aan de film. Zoals New Black Panther Party aanvoerder Krystal Muhammad of de chief van de Mardi Gras Indians.
Pas een maand voor de draaiperiode vroeg ik Judy of ze haar verhaal voor de camera wou vertellen. Ik zei haar dat onze relatie veranderde met de aanwezigheid van een camera tijdens de gesprekken maar dat ik wou dat ze zichzelf bleef. De camera zou een document, een herinnering opleveren maar niet ingrijpen. Zoals ik haar getuigenis ook nooit zou manipuleren. Judy aanvaardde en haar optreden was energiek, intens en authentiek.”
De broers Ronaldo en Titus, die van hun moeder maar tot de hoek van de straat mogen omdat verderop een schietpartij plaatsvond, zijn ongelooflijk wanneer ze chill op straat rondhangen terwijl de oudste aan de jongste uitlegt hoe de wereld in elkaar zit.
“Ik kende hen al een tijd, betrok hun moeder bij het gesprek om hen te overtuigen mee te werken en liet ze voor de camera gewoon zichzelf zijn. Het gaat om het creëren van een veilige ruimte waarin dingen tot leven kunnen komen. Voor de Black Panther was een langer kennismakingsproces nodig, we moesten leren co-existeren en elkaar vertrouwen in het proces.

Wat zette je aan om het What You Gonna Do When the World’s on Fire? te starten?
“Toen Alton Sterling, een Afro-Amerikaanse straatverkoper van CD’s, in 2016 door politieagenten werd doodgeschoten in Baton Rouge (Louisiana) leidde dat tot nationale protesten tegen politiegeweld waardoor de Black Lives Matter beweging een extra impuls kreeg. De terechte woede zette me aan het denken over hoe weinig ik als witte man afweet van het dagelijkse leven van Afro-Amerikanen en over de impact van racisme en politiegeweld.
Daarom wou ik via film de zwarte gemeenschap een stem geven. Vanuit hun blik zowel sociale ongelijkheid als het ermee verbonden racisme belichten, ingaan op de erfenis van slavernij en gentrificatie. In zoomen op het verlangen naar gerechtigheid. What You Gonna Do When the World’s on Fire? moest een document worden waarin de betrokkenen zich konden herkennen en waarmee ze zich wilden identificeren.
Dat was het opzet. Ik besefte hoe stevig de uitdaging was. Want ik moest vermijden om hen te betuttelen of in een slachtofferrol te duwen, voorkomen dat ik mijn point of view ging opdringen en mij als almachtige regisseur te gaan gedragen.
Eigenlijk maakt Judy duidelijk waar het op stond toen ik haar vroeg of zij haar verhaal wou doen voor de camera. ‘Ja, ik wil spreken wanneer jij wil luisteren’ was het antwoord. Want ‘filmmakers die naar ons komen willen van ons enkel het beeld schetsen dat ze zelf voor ogen hebben’. Dat deed me nog meer beseffen dat ik mezelf en mijn middelen ten dienste moest stellen van de vijf mensen, de personages die aan de toog hun verhaal vertellen.”

Het is straf hoe emotioneel en intiem de verhalen zijn die je in deze in stijlrijk zwart-wit geschoten film vol uitgekiende shots vangt. Hoe ben je daar in geslaagd?
“Anderen kunnen daarover misschien meer zeggen dan ikzelf maar ik werk heel gefocust, absorbeer constant alles wat mensen zeggen en zie meteen verbanden. Dat helpt wanneer ik met monteur Marie-Hélène Dozo alles moet samenbrengen. Maar tijdens de opnamen vermijd ik interactie, ga ik mensen nooit coachen of regisseren waardoor ze zich comfortabel blijven voelen en hun emoties blootgeven.”
Door soms zelf de camera vast te nemen ben je anders wel erg aanwezig. En met de camera dicht op de personages creëer je een urgente visuele stijl.
“Die stijl ontstond met Low Tide omdat ik inzag dat ik dicht bij de personages moest komen. Ik begon de jongen langs achter te benaderen, dan van opzij en tenslotte frontaal. Dat is erg gewelddadig omdat je de veiligheidszone van iemand penetreert. Met een beweeglijke camera was dat alsof je een wild dier benaderde. Heel voorzichtig om te vermijden dat het beest reageert. Omdat ik toen de camera hanteerde was het ook een manier om mijn relatie met het personage te onderzoeken. In al mijn latere films trachtte ik ook dicht bij de mensen te blijven zonder te opdringerig te worden.”
Hoe vaak hanteer je de camera zelf?
“De helft van de tijd meestal. Al zijn er films waarin ik haast alles zelf draaide. En wanneer ik zelf de camera opereer ben ik van heel dichtbij aan het observeren. Ik ben dus een constante aanwezigheid. Het is een heel intense werkwijze. Maar ik hou ervan om zo te werken, ik ben ook graag op een set. Zeker wanneer ik kan werken met geweldige mensen die dingen met me delen waardoor ikzelf verander. Films maken kan zo ongelooflijk verrijkend zijn.”

Wat is het minst aangename aspect van films maken? De financiering? De interviews achteraf?
“Nee, ik vind het leuk om zoals nu met jou over films te praten. Het minst aangename? Ik vind alles wel leuk aan het hele proces. Misschien het ontvangen van prijzen wel het minst leuke. Niemand wil me geloven wanneer ik dit zeg maar het is wel zo. Omdat het zo voorspelbaar is. Al de rest is minder voorspelbaar. Het ontstaan van films zit vol verrassingen en ontdekkingen, vol magische momenten ook. Dat is zo stimulerend. Prijzen zijn dat minder. Ze hebben niets te doen met mijn werk, ze zijn het gevolg van mijn werk “
What You Gonna Do When the World’s on Fire? oogt tijdloos. Het ‘nu’ is 2017 maar het had evengoed 1964 of 1994 kunnen zijn.
“Er is een dualiteit verbonden met tijd in die film. Er is een tijdloos aspect dat voortvloeit uit de esthetische keuzes en de taal van de mensen terwijl de interventies van de personages ook verbonden zijn aan herinneringen aan individuen uit het verleden. Aan de andere kant is er ook een precieze situering in de tijd.
Met het doden van Alton Sterling, de gevolgen van gentrificatie op Amerikaanse gemeenschappen en het geweld waar Afro-Amerikanen mee geconfronteerd worden in Louisiana en daarbuiten. Dus ja, het is een tijdloze wereld maar tegelijk ook een heel gewelddadige waarin de families leven. Dat was vroeger zo en nu nog altijd. Die boodschap wil ik meegeven.”

Ook The Damned, waar een legereenheid in de winter van 1862 westwaarts trekt, overstijgt het tijdsgewricht.
“The Damned kijkt met een hedendaagse bril terug op de Amerikaanse Burgeroorlog. Het idee ontstond na de bestorming van het Amerikaanse Capitool in Washington op 6 januari 2021. In die terugkeer van brute fysieke kracht op het politieke toneel waar achteraf hogere idealen aan werden verbonden zag ik parallellen met de Amerikaanse Burgeroorlog.
Een conflict dat startte om puur economische redenen en het opzet om van Amerika een supermacht te maken die kon concurreren met Europa. Pas achteraf werden er hogere idealen zoals de afschaffing van slavernij aan verbonden. Terwijl het gewoon ging over het ontwikkelen van een dominante economische natie.”
Je werkt met veel close-ups én met een contrast tussen de personages en een onscherp gehouden achtergrond. Je handelsmerk.
“Maar in The Damned verwijderden Marie-Hélène en ik wel elke camerabeweging. Het ontbreken van panning en tilting opnamen doet de film klassiek ogen. Door de achtergrond ondoordringbaar en out of focus te houden vermijd ik dat de schoonheid van het landschap afleidt. Een schoonheid die in Amerikaanse films te vaak gebruikt wordt om de brutaliteit van oorlog te verzachten.”
Ik wou een ‘goed tegen kwaad’ dichotomie absoluut vermijden. Het is tragisch dat we als kijker van oorlogsfilms of nieuwsberichten een kant kiezen en het verwonden of doden van ‘de anderen’ toejuichen. Supporteren voor uitroeiing is schandelijk. Oorlog voorstellen als een sportwedstrijd waar je supportert voor de eliminatie van ‘tegenstanders’ is verschrikkelijk. Door te vermijden dat er een identificeerbare vijand in beeld komt wordt het ook onmogelijk om personages een heldenstatuut te geven.”
“Het creëren van vijandsbeelden, het herleiden van conflicten tot een strijd tussen helden en schurken is een politieke tool gebruikt door tirannieke regimes. Dat zien we nu in de V.S. waar dagelijks antihelden worden gecreëerd zodat Trump een held kan zijn. In The Damned is er geen vijand, de vijand is de oorlog zelf.”

Een man tuurt in een sneeuwbui vredevol naar de hemel. Staat dat wonderlijke slotbeeld van The Damned symbool voor een gevoel van vrede en harmonie in een chaotisch universum?
“Ja, en het kwam organisch tot stand. Na lange opnamen in de sneeuw waren we gestopt, de camera stond af en ik wandelde weg van de set toen ik twee uitgeputte acteurs in de sneeuw zag stilstaan en in de lucht kijken. Het was 28 april 2022, de laatste draaidag van twee slopende maanden terwijl het in de bergen van Montana hard sneeuwde.”
“De acteurs beseften dat ze dit gebied gingen verlaten. Helemaal op zichzelf, buiten de film, genoten ze van een vredig moment in harmonie met de natuur. Ik benaderde hen, zette de camera aan en filmde het moment in stilte. Tot een van hen zei ‘Het is zo stil, op het geluid van een mens die communiceert met de natuur na’.”
Het levert een van de meest poëtische beelden getekend Roberto Minervini op. Maar volgens zijn monteur zag de regisseur het niet onmiddellijk als een afsluitend beeld.
Marie-Hélène Dozo: “Ik vond dat meteen een héél straf beeld toen ik de rushes zag. Ik zei Roberto Minervini onmiddellijk dat dit mijn ideale eindbeeld voor The Damned was. Tot zijn verbazing want hij wou meer afsluiten met de verwoesting van het kamp. Roberto zei, ‘dat is mooi maar wat komt er daarna?’.”
“Maar voor mij was afsluiten met een gezicht dat in contact komt met de natuur juist perfect. Tegelijk abstract en poëtisch. We hebben snel besloten om op deze haast tijdloze manier te eindigen. Van daaruit zijn we net als bij Stop the Pounding Heart begonnen om de opbouw naar het slot toe te structureren. Daar ben ik heel blij mee want het blijven ongelooflijke beelden.”
IVO DE KOCK
New York, 4 mei 2026
Brussel, 12 mei 2026

ROBERTO MINERVINI OP DVD:
THE OTHER SIDE van Roberto Minervini. Italië-Frankrijk 2015, 92’. Met Mark Kelly, Lisa Allen, James Lee Miller. Scenario Roberto Minervini, Denise Ping Lee & Diego Romero. Fotografie Diego Romero Suarez-Llanos. Montage Marie-Hélène Dozo. Geluid Bernat Fortiana Chico, Ingrid Simon & Thomas Gauder. Productie Roberto Minervini, Paolo Benzi & Dario Zonca. Extra’s: boekje. Dvd Distributie Shellac..
WHAT YOU GONNA DO WHEN THE WORLD’S ON FIRE? van Roberto Minervini. Italië-Frankrijk-Verenigde Staten 2018, 123’. Met Judy Hill, Dorothy Hill, Michael Nelson, Ronaldo King, Titus Turner, Ashlei King, Kevin Goodman. Scenario Roberto Minervini. Fotografie Diego Romero Suarez-Llanos. Montage Marie-Hélène Dozo. Geluid Ingrid Simon. Productie
Roberto Minervini, Thomas Ordonneau, Gianluca Guzzo. Dvd Distributie Shellac & Grand Film.
THE DAMNED (I DANNATI) van Roberto Minervini. België-Italië-Frankrijk-Verenigde Staten-Canada 2024, 89’. Met René W. Solomon, Jeremiah Knupp, Cuyler Ballenger, Duncan Vezain, Noah Carlson, Timothy Carlson. Scenario Roberto Minervini. Fotografie Carlos Alfonso Corral. Montage Marie-Hélène Dozo. Production Design Denise Ping Lee. Productie Roberto Minervini, Denise Ping Lee, Paolo Benzi & Paolo Del Brocco. Distributie Imagine.. Dvd distributie Blaq Out.
ROBERTO MINERVINI ONLINE:
te streamen via www.dafilms.com
