All the President’s Men: Balanceren tussen paranoia en vertrouwen

apr 21, 2026   //   by Ivo De Kock   //   Algemeen, drama, politieke film, regisseur, thema  //  Reacties uitgeschakeld voor All the President’s Men: Balanceren tussen paranoia en vertrouwen
All the President’s Men

In 1976 uitgebracht onder de slogan “Het meest verwoestende detectiveverhaal van deze eeuw” groeide All the President’s Men uit tot een van markantste Amerikaanse ‘journalistiek’-films en een schoolvoorbeeld van politieke paranoia cinema. Heel erg seventies, maar 50 jaar later blijkt Alan J. Pakula’s klassieker nog altijd relevant én urgent.

“Dankzij jullie staan we onder grote druk,” zegt Washington Post hoofdredacteur Ben Bradlee (Jason Robards) wanneer onderzoeksjournalisten Bob Woodward (Robert Redford) en Carl Bernstein (Dustin Hoffman) hem thuis opzoeken met bewijzen omtrent de betrokkenheid van president Richard Nixons team bij een inbraak anno 1972 in de kantoren van de Democratische Partij, “er staat niet veel op het spel. Alleen de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid en de toekomst van dit land. Dat is niet zo belangrijk maar als het weer mis gaat, word ik boos.”

The Wild Bunch

Niet zo belangrijk? Natuurlijk wèl, want alhoewel in All the President’s Men deze uitspraak haast achteloos passeert bewees voor regisseur Alan J. Pakula (1928-1998)en medebezieler Robert Redford de Watergate affaire hoe kwetsbaar de Amerikaanse democratie blijft. Ze lieten scenarist William Goldman het uitgeschreven feitenrelaas van de journalisten omvormen tot een waarschuwingsverhaal, een film noir in kleur. Want alhoewel “de meesten van ons leven in een veilige wereld, we moeten niet vechten voor onze waarden en vrijheid” voelde Pakula dat dit kon veranderen.

Afscheid van de droomfabriek

Wanneer eind jaren zestig in Hollywood het studiosysteem instort grijpen gevestigde filmmakers de kans om extreme films te maken die breken met het artificiële karakter van de Amerikaanse cinema. Mokerslagen als Bonnie and Clyde (Arthur Penn), The Killing of Sister George (Robert Aldrich) en The Wild Bunch (Sam Peckinpah). Gesterkt door het commerciële succes van Dennis Hoppers roadmovie Easy Rider tracht een stuurloos geworden filmindustrie te cashen door in te spelen op jeugdcultuur en dichter bij de realiteit aanleunende projecten te lanceren.

Panic in Needle Park

Dat opent deuren voor jonge filmmakers zoals William Friedkin (The French Connection), Hal Ashby (Harold & Maude), Robert Altman (McCabe & Ms Miller), Jerry Schatzberg (Panic in Needle Park), George Romero (Night of the Living Dead), Terrence Malick (Badlands), Francis Ford Coppola (The Rain People) en Bob Rafelson (Five Easy Pieces). New Hollywood is geboren.

Zo start een vruchtbare periode met energieke, gedurfde en intelligente films die ergens over gaan. Films die durven mythes ontluisteren en Amerikaanse archetypes ondergraven. Die drang naar subversiviteit is verbonden met het rebelse gevoel van woede en wantrouwen dat leeft bij jongeren. Cineasten laten zich inspireren door het realisme van Europese collega’s van wie ze tevens aandacht voor marginale personages en seksualiteit overnemen. Morele oordelen maken plaats voor een kritische blik getekend door de impact van de Vietnamoorlog en de politieke moorden van de jaren zestig.

All the President’s Men

Het Watergate syndroom

ln deze turbulente tijden worden illusies snel desillusies. New Hollywood kent een euforische periode (jaren 1967-1971) en een vol teleurstellingen (1972-1979). Kantelmoment is de publicatie in 1971 van de Pentagon Papers (Steven Spielberg situeert in die context zijn All the President’s Men prequel The Post) waaruit blijkt dat de regering Nixon het Amerikaanse publiek misleidde omtrent Vietnam. Verbijstering wordt ontgoocheling en woede wanneer daarna ook het Watergate schandaal losbarst.

Nixon moet in 1974 aftreden maar dat belet niet dat scepsis en wantrouwen groeien bij de bevolking. Film is een spiegel van de samenleving en reveleert verwarring, pessimisme, geweld, woede en verbittering. Uitvergroot tot karikatuur in de “I’m mad as hell and I’m not going to take this anymore” uitbarsting van de gekke-maar-populaire TV-presentator Howard Beale (Peter Finch) in Sidney Lumets Network.

The Parallax View

De wereld is een gekkenhuis (One Flew Over the Cuckoo’s Nest), moord (Nashville, Taxi Driver, The Domino Principle) en extreem geweld (Rollerball, The Last House on the Left) worden vertrouwd, samenzweringen blijken schering en inslag (The Parallax View, Three Days of the Condor, Chinatown, Capricorn One) terwijl waanzin (Bring Me the Head of Alfredo Garcia) en paranoia (The Conversation) wijzen op een diepere, collectieve malaise.

Paranoia cinema

Het waren gouden tijden voor een nieuw, subgenre, de politieke paranoia thriller. Gevoed door een explosieve cocktail van angst, woede en wantrouwen schetsen donkere verhalen een sinistere wereld vol gevaren een geheimen. De Amerikaanse droom, traditioneel verbonden met het idee van een maakbare wereld en individuele vrijheid, slaat om in de Amerikaanse nachtmerrie. Het gevoel leeft dat de wereld onleesbaar is geworden, verwarring overheerst en geheime machten leugens spuien en burgers manipuleren.

The Parallax View

Confusion is control” valt in Alan J. Pakula’s The Parallax View en de seventies paranoia cinema droeg ongetwijfeld zelf ook bij aan de verwarring waar de films op wezen. Maar de huidige Amerikaanse “flood the zone” politiek maakt duidelijk dat die paranoia meer was dan fantasierijk doemdenken. Alleen groeide in de jaren zeventig de nood aan een goed gevoel en ook dat vertaalde zich in cinema.

Jaws bevat een doofpotoperatie (commerciële belangen primeren op veiligheid voor badgasten) maar lanceert blockbuster entertainment terwijl de ‘nieuwe hoop’ van Stars Wars in 1977 het einde van New Hollywood aankondigt. Michael Cimino’s megalomaan bevonden western Heaven’s Gate liet conglomeraten toe de macht te grijpen in Hollywood. Terwijl met Ronald Reagan tijdens de jaren tachtig naast optimisme ook narcisme en consumptiecultuur gingen overheersen.

All the President’s Men

Rol van de pers

Alan J. Pakula zou ook dan films blijven maken over paranoia, bedrog en corruptie: Rollover, Presumed Innocent, The Pelican Brief, The Devil’s Own. Maar op zijn best was hij in de jaren zeventig met zijn paranoia trilogie Klute (1971), The Parallax View (1974) en All the President’s Men (1976). Respectievelijk een intimistisch vrouwenportret dat misdaad in de hogere kringen situeert, een thriller die illustreert hoe totalitair denken zich kan verschuilen achter patriotisme en een journalistieke speurtocht die Amerika’s schaduwzijde blootlegt.

All the President’s Men dompelt ons onder in een wereld uit evenwicht. Een samenleving gehavend door conflicten tussen vernieuwers en behoudsgezinden, aangetast door corruptie en door trauma’s. Pakula’s metafoor is ontluisterend: de leugens van Nixon zijn die van een maatschappij die haar imago zuiver wil maar niet kan houden.

All the President’s Men

In dat somber beeld duikt wèl een lichtpuntje op. Journalisten Woodward en Bernstein vinden voldoende bewijzen om het Watergate-schandaal te doen exploderen en de betrokkenen te ontmaskeren. Daarbij worden twee mythes versterkt: die van de rol van de pers als tegenmacht en die van de verplichte onkreukbaarheid van politici. Geen verbittering hier maar hoop en vertrouwen in zowel morele individuen als een idealistische pers.

Woord en beeld

Pakula balanceert zijn emotioneel optimisme met een klinische benadering van het onderzoek. De historiek van de speurtocht en de werkwijze van de journalisten worden systematisch en gedetailleerd uiteengezet. Hoe moeilijk hun opdracht is blijkt op visuele wijze. Een berg kaartjes waar de journalisten in de Library of Congres moeten doorgaan illustreert de uitdaging. Eén camerabeweging benadrukt hoe schijnbaar onbetekenend de actoren zijn. De camera stijgt langzaam in de hoge koepel en toont de journalisten vanuit vogelperspectief, als nietige figuren in een immense ruimte.

The Parallax View

All the President’s Mean beweegt tussen paranoia en hoop, met protagonisten die constant zwalpen tussen wantrouwen en vertrouwen. Als onderzoeksjournalisten zijn ze van nature wantrouwig. “Al die mooie nette huizen, het is moeilijk te geloven dat ze iets verbergen” is een betekenisvolle oprisping tijdens een avondlijke wandeling door donkere straten. Toch moeten ze Deep Throat, een anoniem blijvende tipgever (schaduwfiguur in een duistere garage) vertrouwen en bevestiging zoeken bij onwillige getuige. Wat tot een cruciaal misverstand leidt.

Met dat vertrouwen worstelen ze, net als hoofdredacteur Bradlee (“Ik haat het om iemand te vertrouwen”). In hun gedrevenheid willen ze wel eens te snel gaan én vergeten dat het ontdekken van de waarheid verbonden is met het interpreteren van feiten en het ordenen van gegevens. Nochtans geven ze vroeg in de film zèlf het belang van de invalshoek aan via het paranoïde verhaal van een man die de weg vraagt. Wil hij praten of is hij echt verloren gelopen?

Alan J. Pakula

De schaduw van de realiteit

Daar waar All the President’s Men een realistisch drama blijft gebaseerd op waargebeurde feiten is tegenhanger The Parallax View een barokke fabel geïnspireerd door het JFK-moordmysterie. De twee samenzweringsthrillers zijn elkaars tegenpolen. In The Parallax View stuit een onderzoeker op een web van macht en chaos waardoor elke controle hem ontglipt en hij gedoemd is te mislukken. In All the President’s Men ontmaskeren en vernietigen de journalisten de samenzweerders. Pessimisme versus optimisme. Falen vs. succes.

Klute

Dit onderscheid wordt visueel onderstreept. De zegevierende journalisten evolueren in een wereld zonder schaduwen (helder verlichte redactielokalen) en bewegen zich soms in het donker (de garage waar de informant “follow the money” meegeeft). Hun tegenhanger, de ambitieuze maar stuntelende journalist die eerder toevallig op een donkere onderwereld en een nieuw soort macht stuit, beweegt zich constant tussen schaduw en licht.

Yin en yang, twee tegenpolen die perfect de complexiteit van een tijdsgewricht weerspiegelen. En die nog altijd staan als een huis. The Parallax View blijft de ultieme seventies paranoia thriller, All the President’s Men wordt nog altijd in een adem genoemd met journalistiek-klassiekers als The Front Page, Ace in the Hole, Sweet Smell of Success, The Killing Fields, The Insider, Zodiac en Spotlight.

All the President’s Men was een commercieel succes en won vier Oscars maar blijft ook na 50 jaar vooral steengoed. Als karakterstudie, als analyse van journalistieke procedures én als tijdsbeeld. Nu de media onder vuur liggen, fake news en A.I. verwarring stichten en miljonairs hun invloed laten gelden (Jeff Bezos kortwiekte The Washington Post) is morele cinema zoals die van Alan J. Pakula uitzonderlijker én noodzakelijker dan ooit. Onovertroffen en onmisbare cinema.

IVO DE KOCK

ALL THE PRESIDENT’S MEN van Alan J. Pakula. Verenigde Staten, 1976, 138’. Met Dustin Hoffman, Robert Redford, Jason Robards, Jack Warden, Martin Balsam, Hal Holbrook, Jane Alexander. Scenario William Goldman naar Carl Bernstein & Bob Woodward. Fotografie Gordon Willis. Montage Robert L. Wolfe. Muziek David Shire. Productie Walter Koblenz. Dvd & Bluray Warner.

All the President’s Men