De speelse ernst van Alain Resnais: We hebben nog niet alles gezien

mei 2, 2017   //   by Ivo De Kock   //   actueel, Algemeen, portret, regisseur  //  No Comments

ALAIN RESNAIS

“Ik maak films als een knutselaar die met betekenissen en beelden bezig is zonder aan vorige films te denken,” zei Alain Resnais tijdens het jongste Festival van Cannes, “ik tracht nooit in herhaling te vallen, dus wanneer ik had gezien dat er iets in Vous n’avez encore rien vu zat dat een testament kon lijken dan had ik de film nooit gemaakt”. De ondertussen 90-jarige Franse cineast wil niet alleen van geen ophouden weten (na zijn door de media als afscheidsfilm voorgestelde nieuwste werk sleutelt hij aan het scenario van de komedie Aimer, boire et chanter, vanzelfsprekend “iets compleet anders”), hij weigert ook om zich te laten opsluiten in een ‘verklarend’ vakje.

VOUS N’AVEZ ENCORE RIEN VU

Uiteraard is Vous n’avez encore rien vu geen eindpunt, samenvatting of toelichting van zijn oeuvre. “Met mijn acteurs probeer ik een laboratorium-ervaring te creëren,” stelt Resnais, “een beetje zoals men chemische producten mengt zonder te weten wat er gaat gebeuren. Het resultaat is dat men fragmenten van leven, emoties en herinneringen ontdekt waarvan men het bestaan zelfs niet vermoedde”. De knutselaar is ook een tovenaar maar dan een die ruimte laat voor het toeval. Testament klinkt bij een kunstwerk verdacht veel als een geplande boodschap en daar wil Resnais niet van weten: “François Truffaut zei ‘ik heb veel dingen te tonen maar weinig zaken te zeggen’. Dat is een uitspraak die ik graag overneem”.

De Fransen zijn, dat weten we, geen verhalenvertellers. Zelfs de hele ‘Comédie Humaine’ van Balzac onderscheidt zich eerder door de fijne karaktertekening dan door een krachtige verhaallijn. De Franse cinema is allesbehalve rijk aan sterke, van begin tot eind een publiek in de ban houdende verhalen. Wat dat betreft is Alain Resnais een typisch Franse regisseur. Zijn films vertellen geen verhalen, ook al draaien ze rond verbeelding en geheugen.

L’ANNEE DERNIERE A MARIENBAD

Toch is hij tegelijk ook een bijzonder a-typische Franse filmmaker. Een einzelgänger die steeds een outsider is gebleven in de Franse filmwereld. Zijn uit 1959 daterend Hiroshima mon amour groeide wel uit tot een referentiewerk van de Nouvelle Vague maar toch werd Resnais nooit opgenomen in de ‘groep’ rond Rohmer, Truffaut en Godard. Terwijl ook de scheldterm ‘cinéma de papa’ (de oubollige klassieke Franse cinema waarmee de Nouvelle Vague-cineasten afrekenden) niet op zijn werk kon gekleefd worden.

Zeker na het wonderlijke extremisme van L’année dernière à Marienbad, een werk dat zijn beloftes (“De film die u gaat zien kan uw gewoontes verstoren”) waarmaakte. Resnais stond zowat overal buiten, werd door zijn landgenoten lang beschouwd als een ‘vreemd lichaam’, en het duurde 20 jaar voor hij – met het (omwille van de theorieën van Henri Laborit) omstreden Mon Oncle d’Amériquede status van filmkunstenaar verwierf.

HIROSHIMA MON AMOUR

Een status die gepaard ging met grijze haren bij ‘de oude meester’ maar niet met een consensus onder filmliefhebbers. Ook na La vie est un roman, L’amour à mort, Mélo, Smoking/No Smoking, On connait la chanson, Pas sur la bouche, Coeurs en Les herbes folles blijft Resnais de meningen verdelen. Bij Vous n’avez encore rien vu stonden opnieuw twee kampen lijnrecht tegenover elkaar. Zij die Resnais uitspuwen als een ‘intellectueel filmmaker’ (vanwege de theatrale taal, literaire bronnen en ernstige thema’s) en zij die in de wolken zijn omwille van het opgevoerde speelse spektakel dat tegelijk een meditatie is over leven, dood en creatie.

Zelf was Resnais steeds een cineast van contradicties. Zo is hij overduidelijk iemand met een heel eigen filmisch universum maar toch beschouwt hij zich niet als een auteur. Films maken doe je volgens Resnais immers samen met scenaristen, musici en acteurs. “Je moet aannemen wat elkeen je geeft” klinkt het. En “de regisseur moet niet proberen geheimen te doorprikken maar in tegendeel de persoonlijkheid beschermen van de mensen waarmee hij werkt”.

ON CONNAIT LA CHANSON

Een houding die je meer verwacht bij iemand van de Hollywoodschool dan bij een avantgarde filmmaker. Het is geen toeval dat Resnais altijd tegendraads leek. Hij roeide tegen de stroom door voor ‘nouveau roman’ films zoals L’année dernière à Marienbad (met schrijver Alain Robbe-Grillet) en het “drama over de gelukscrisis” Muriel ou le temps d’un retour (met scenarist Jean Cayrol) de studio in te duiken op een ogenblik dat Nouvelle Vague cineasten de straat optrokken om realistische films te maken. Terwijl hij het persoonlijke, romantische Je t’aime, je t’aime draaide op een moment dat politiek engagement vereist was.

De films zelf fungeren eveneens via tegenstellingen. Ze vloeien voort uit enerzijds een poging om de wereld beter te begrijpen en anderzijds het besef dat dit eigenlijk onmogelijk is. Terwijl ze denk- en kijkstereotiepen trachten te doorbreken maar toch constructies blijven. “Ik geloof niet dat je een publiek in een filmzaal kan houden zonder beroep te doen op een of andere vorm van orde” benadrukt Resnais.

LES HERBES FOLLES

Hij kiest voor een spel van aantrekken en afstoten: “Ik gebruik identificatie en vervreemding door elkaar, je kan via de montage een beweging tussen beide creëren. Het is mijn droom om de kijker afwisselend bij de film te betrekken en hem nadien opnieuw afstand te laten nemen, hem het ene moment dichtbij te halen, om hem vervolgens op het beeld zelf en op de constructie te wijzen. Ik wil dat hij aan beide aspecten plezier kan beleven”.

Er ontstaat in het werk van Resnais dan ook een spanning tussen een soort Brechtiaanse vervreemding en een vorm van klassiek entertainment. Tussen een ludieke en speelse stijl en een donkere, barokke toon. “Die tweedeling was niet mijn doelstelling,” zei Resnais naar aanleiding van Vous n’avez encore rien vu , “maar ik wil ze wel aanvaarden. In de barokke kunst waarmee ik vertrouwd ben, met name muziek en beeldhouwkunst, is er altijd een verontrustend element aanwezig”.

JE T’AIME, JE T’AIME

Heel vaak gaat het om elementen uit de realiteit die een kunstmatig universum, verbonden met fantasie én herinnering, verstoren. Alsof de buitenwereld in de wereld van Resnais binnendringt. Een wereld die overduidelijk een theatrale constructie is. “Ik zoek in mijn films steevast een theatrale taal,” bekent Resnais, “een muzikale dialoog die acteurs uitnodigt om zich te verwijderen van het realisme van de dagelijkse werkelijkheid en uit te komen bij een vervormde realiteit”.

Wat de films van Resnais wonderlijk, magisch, vernieuwend en complex maakt. Extreem, uitbundig en ingewikkeld. Maar “ik heb nooit bewust getracht om moeilijke films te maken”. Zijn imago van intellectueel filmmaker speelt Resnais echter parten. Of liever, het zorgt ervoor dat toeschouwers de neiging hebben verkrampt naar zijn films te kijken. Volgens scenarist Jean Gruault “hebben mensen schrik om naar een Resnaisfilm te gaan kijken. Ze trekken er gespannen naartoe, alsof ze naar een misviering gaan, en reageren vanuit een minderwaardigheidscomplex”.

COEURS

Resnais wordt veel te ernstig benaderd en daardoor mist men de humor die aanwezig is. Zeker in Providence, Mon Oncle d’Amérique, La vie est un roman, Smoking/No Smoking, On connait la chanson, Pas sur la bouche, Coeurs en Les herbes folles. En Vous n’avez encore rien vu mag dan wel Jean Cocteau’s idee illustreren dat kunst de dood aan het werk toont; Resnais maakt er een spektakel van dat eerder frivool dan macaber is.

Resnais ziet film als een theatraal medium dat toelaat om thema’s zoals tijd, geheugen, verbeelding, dood en liefde te combineren met vreugde en plezier. Voor hem is het ‘plezier van het beeld’ cruciaal. Net zoals Cocteau stelt hij zich maar een vraag bij creatie: “Is dit opwindend voor de ziel?” In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt wil Resnais geen idee uitdrukken maar vorm geven aan emoties.

LES HERBES FOLLES

“Ik blijf trouw aan (surrealist) André Breton voor wie het imaginaire leven deel uitmaakte van het reële leven,” aldus Resnais, “als er een met het leven verbonden waarheid bestaat die je van buitenaf kan zien, dan zit er ook een waarheid en echtheid in het leven dat aanwezig is in ieder van ons. Film kan dat inwendige leven evoceren maar de moeilijkheid is een beeld te creëren dat de kijker onbewust en bijna ondanks zichzelf emotioneel raakt”. Het verklaart waarom Resnais de formule van de koning van het melodrama, Douglas Sirk, toepast: “Men maakt geen films over dingen, maar wel films met dingen”. Waarbij ‘dingen’ staat voor emoties, ideeën en personages.

De jonge Alain Resnais kampte met een fragiele gezondheid die hem veel thuis hield en gevoelens van eenzaamheid, een zwak voor fantasie en een passie voor beeldverhalen bezorgde. Een droom om acteur te worden kwam niet uit maar een levenslange fascinatie voor toneel en respect voor acteurs bleef. Daarom benadrukt hij de theatrale aspecten van film en hecht hij veel belang aan stemgeluiden. Daarom ook pakte hij tijdens de persconferentie van Vous n’avez encore rien vu uit met een sterke liefdesverklaring: “Ik wil de enorme affectie die ik heb voor deze 15 acteurs in het bijzonder en voor het theater en de cinema in het algemeen benadrukken”.

VOUS N’AVEZ ENCORE RIEN VU

Toch verzet Resnais zich tegen “een vooroordeel dat opduikt in interviews met acteurs en regisseurs, de tegenstelling die er zou bestaan tussen toneel en film. Alsof theater een nobele kunst was en film iets bijkomstig. Het verschil is dat, net als bij een trapeze-artiest in het circus, men bij toneel steeds het gevoel heeft dat men iemand op zijn gezicht kan zien gaan. Je kan wijzen op dergelijke verschillen, maar je kan ook praten over de zaken die theater en film dichter bij elkaar brengen. Zo kan je op het toneel een scène niet herbeginnen wanneer iets fout liep, je moet doorgaan, maar in de bioscoop kan je evenmin vragen een scène te herbekijken. Vanaf mijn eerste film koos ik voor een theatrale stijl zonder pejoratieve bijklank, heel direct en authentiek”.

Die keuze vloeit voort uit het feit dat voor Resnais de film-vorm primeert op de boodschap en niet beschouwd wordt als een ondersteunende omkadering maar als een volwaardig expressiemiddel, als onderdeel van het discours. De opvatting dat nieuwe ideeën enkel kunnen ontstaan uit nieuwe vormen, impliceert een nood aan vernieuwing. Daardoor worden de films van Resnais vaak als moeilijk ervaren.

VOUS N’AVEZ ENCORE RIEN VU

“Waarom doet Resnais er toch alles aan om het publiek af te schrikken” kloeg een journalist na de première van het op twee toneelstukken van Jean Anouilh gebaseerde Vous n’avez encore rien vu in Cannes. Het verhaal is opnieuw geen echt verhaal: dramaturg Antoine d’Anthac nodigt zijn voormalige acteurs uit om na zijn dood te oordelen over de opvoering van ‘hun’ Eurydice door een modern gezelschap. Wanneer ze video-opnamen bekijken geraken de acteurs in de ban van hun herinneringen en door die plotse bezetenheid veranderen ze in hun personages.

Resnais creëert een gelaagdheid (hij laat acteurs zoals Michel Robin, Anne Consigny, Michel Piccoli, Hippolyte Girardot en Lambert Wilson zichzelf spelen in een huis dat oogt als een theaterdecor én introduceert een film in de film via opnamen van een opvoering), speelt met ideeën over creatieve malaise en artistiek nalatenschap, introduceert thema’s uit de Griekse mythologie (via het liefdesverhaal van Orpheus en Eurydice) en ensceneert een terugkeer uit de dood. Toch werd het geen zwaarmoedige en oerernstige film maar eerder een vrolijk spektakel, een speelse meditatie over leven en dood. Op smaak gebracht met een snuifje melancholie en een portie poëtisch-realisme.

VOUS N’AVEZ ENCORE RIEN VU

Kortom, ernstig maar met een knipoog. Zoals de filmtitel, een terloopse uitspraak van Resnais tijdens de montage (“we hebben nog niets gezien vandaag”) die bleef hangen en op filmdozen belandde. “Langzaam legden we de link met bespiegelingen zoals ‘wat weten we eigenlijk van wat er zich op aarde afspeelt, wat er in ons gebeurt’ en ‘we zijn niet in staat ultra-violet te zien, laat staan infra-rood; wat ons niet belet om oordelen te vellen’,” zegt Resnais, “maar ook: wisten we wat ons allemaal te wachten staat, dan zouden we zeggen ‘vous n’avez encore rien vu’. Elke toeschouwer mag zijn eigen betekenis geven aan de titel. Eigenlijk is die de mascotte van de film”. Het zou ook de lijfspreuk kunnen worden van Alain Resnais, een cineast waarvan we inderdaad nog niet alles gezien hebben.

IVO DE KOCK

(Artikel verschenen in STREVEN, december 2012)

ALAIN RESNAIS

Leave a comment