De wonderlijke jaren van de Vlaamse Film

mrt 19, 2016   //   by Ivo De Kock   //   actueel, Belgische cinema, nieuws, thema  //  Reacties uitgeschakeld voor De wonderlijke jaren van de Vlaamse Film
0010-1340117677tbcb_still_10_Veerle_bikini

THE BROKEN CIRCLE BREAKDOWN: Een Vlaamse hit

De Vlaamse film is (schreven we anno 2013) hot. Wie daaraan nog mocht twijfelen werpt best een blik op het ellenlange ‘wordt verwacht’ lijstje van de volgende maanden. Daarop prijken onder meer Marina (Stijn Coninx), De Behandeling (Hans Herbots), Kampioen zijn blijft plezant! (Johan Gevers), Flying Home (Dominique Deruddere), Los Flamencos (Daniel Limbo), Image (Adil El Arbi & Bilall Fallah), 82 dagen in april (Bart Van den Bempt), Het Vonnis (Jan Verheyen), I’m the same, I’m another (Caroline Strubbe), Brabanconne (Vincent Bal), Halfweg (Geoffrey Enthoven) en Allez Eddy! (Gert Embrechts).

Het was ooit anders. Toen Marc Holthof en Marc Ruyters in 1980 een dun boekje uitgaven over ‘Het wonderlijke jaar van de Vlaamse film’ was de aanleiding de release van amper vier (4!) films. Naast publiekstrekker De Witte (Robbe de Hert) ging het om de ondertussen in de vergetelheid gesukkelde films Slachtvee (Patrick Conrad), De Proefkonijnen (Guide Henderickx) en Hellegat (Patrick Lebon). Het ‘evenement’ ging ongemerkt voorbij en alles bleef bij het oude. De Vlaamse film zou nog lang worstelen met een oubollig imago (met een gelijkheidsteken tussen Vlaamse cinema en boerenfilms), een negatieve perceptie (publieksonvriendelijke films en wereldvreemde cineasten) en het ontbreken van een industrie.

Pas na de eeuwwisseling veranderden zowel het beeld als de werkelijkheid. Het succes van de thriller De Zaak Alzheimer van Erik Van Looy werkte aanstekelijk. Films zoals Ben X, De hel van Tanger, Loft, De Helaasheid der dingen, Hasta la Vista en Rundskop deden het goed in de zalen en oogsten ook waardering in het buitenland. Filmmakers zoals Fien Troch (Een ander zijn geluk, Unspoken, Kid), Koen Mortier (Ex Drummer), Nicolas Provost (The Invader), Peter Brosens en Jessica Woodworth (Khadak, Altiplano, La cinquième saison) en Gust Van den Berghe (En waar de sterre bleef stille staan, Blue Bird) werden op handen gedragen in het festivalcircuit.

BlueBird02

BLUE BIRD: Gust Van den Berghe

Tegelijk veranderde het imago van de Vlaamse film. Die werd niet langer als minderwaardig maar wel als hip, leuk, vertrouwd en publieksvriendelijk beschouwd. De Vlaamse film was voor het publiek plots ‘van ons’, de kloof tussen ‘kunstenaar’ en publiek bleek verdwenen. Langzaam ontstond ook de indruk dat het goed ging met de Vlaamse film, wat zorgde voor fierheid bij het publiek, goodwill bij de pers en enthousiasme bij filmmakers. Iedereen wou mee in het positief verhaal. De lang uitgespuwde Vlaamse film was hot en dat viel zelfs buiten de grenzen op.

Tijdens het jongste Filmfestival van Cannes ging het vaktijdschrift Screen International in een dossier over de Belgische cinema op zoek naar het geheim van de Vlaamse film (met haar “toenemend prominente plaats op het wereldtoneel via hot films en talent that can travel”). De positieve vibe werd er verbonden met “de krachtige combinatie van overheidssteun en creatief talent. De namen van regisseur Michael Roskam en acteur Matthias Schoenaerts zouden niet bekend zijn op het internationale toneel zonder de locale steun die hun carrière op gang trok”.

0024-Rundskop2_HR

RUNDSKOP: Michael Roskam

Ook onze Noorderburen blijken serieus onder de indruk. “Met jaloezie kijken Nederlandse filmmakers naar de Zuiderburen,” lezen we in De Filmkrant van juni, “Hoe doen ze het toch? Waar blijven de Nederlandse Helaasheid der dingen en Rundskop? Maken Vlamingen inderdaad andere films dan Nederlanders?” Over deze en andere vragen breken producenten, cineasten, cameralui en scenaristen zich het hoofd in de Filmkrant-bijdrage ‘Het verdriet van Nederland’. Leidraad: het is geen toeval dat het goed gaat met de Vlaamse film en de selectie van Alex van Warmerdams Borgman voor de jongste editie van het Filmfestival van Cannes kan amper verbergen dat het Vlaamse succesverhaal stof tot nadenken biedt.

In Vlaanderen is niet iedereen blij met de heersende hoera-sfeer. Kringen rond de ‘gedumpte generatie’ Harry Kümel – Robbe de Hert merken bitter op dat critici en overheid de jonge generatie positivo’s gebruiken om de oude, koppige en klagende knarren definitief op een zijspoor te parkeren. En dat zowel marketeers als financiers goed varen bij een industrie die termen als ‘pr’ en ‘tax shelter’ hoger inschat dan ‘auteur’ en ‘cinefiel’. Daar is beslist iets van al valt er ook veel te zeggen voor de visie dat (Vlaamse) film juist bewijst tegelijk business, entertainment en kunst te kunnen zijn.

Over een ding is er wèl overeenstemming; het feit dat het goed gaat met de Vlaamse film en dat de toekomst er rooskleurig uitziet omdat er continuïteit in de productie is onstaan. “Talenten zoals Felix Van Groeningen, Fien Troch, Geoffrey Enthoven, het duo Peter Brosens en Jessica Woodworth, Nic Balthazar, Gust van den Berghe en Patrice Toye hebben allemaal verschillende films kunnen maken” benadrukt Screen International. Met dank aan oude (productiesubsidies), nieuwe (toelage voor internationale releases) en ondertussen vertrouwde (tax-shelter) maatregelen stelt het vakblad. Maar ook dankzij de boost die de eigen filmindustrie krijgt van grote internationale (en gedeeltelijk in België opgenomen) projecten zoals het WikiLeaks drama The Fifth Estate (Bill Condon) en Nymphomania van Lars von Trier.

FE-0004-01043R Daniel Brühl (left) and Benedict Cumberbatch star as Daniel Domscheit-Berg and Julian Assange, respectively, in DreamWorks Pictures’ “The Fifth Estate.” A dramatic thriller based on true events, “The Fifth Estate” reveals the quest to expose the deceptions and corruptions of power that turned an Internet upstart into the 21st century’s most fiercely debated organization. Ph: Frank Connor ©DreamWorks II Distribution Co., LLC. All Rights Reserved.

THE FIFTH ESTATE: Met dank aan de Tax Shelter

Toch is het succes van de Vlaamse cinema geen eenvoudig oorzaak-gevolg verhaal. Logisch, want (ondersteunende) systemen kunnen alleen gunstig zijn wanneer ze inhaken op een bestaande dynamiek. En op het vlak van imago en perceptie van de Vlaamse film is er heel wat wederzijdse beïnvloeding. Zo sterk dat het een ‘kip of het ei’-verhaal wordt. Er bestaat dan ook geen eenduidige verklaring voor het succesverhaal. Wel een mix van factoren die elkaar versterken. Plus de link met een state of mind; een gedeeld gevoel.

Welke factoren spelen een rol? Vooreerst is er de sterke interne markt. Daar waar er in het wonderlijke jaar 1980 nog geen publiek was voor Vlaamse films – Amerikaanse cinema was de norm en zelfs Franse films werden met Engelse titels gepromoot – is de interesse in de recente wonderlijke jaren zodanig gegroeid dat er voldoende inkomsten gegenereerd worden om de financieringscarrousel draaiende te houden.

Het succes reikt ook verder dan de kerktoren. “De Vlaamse film is wereldcinema en vindt zijn distributieplek doorgaans bij uitstek in het internationale festivalcircuit,” zegt voormalig Filmfestival van Rotterdamprogrammator Erwin Houtenbrink in De Filmkrant, “dat komt omdat de Belgen film als uniek medium serieuzer nemen, projecten indienen die puur gericht zijn op de bioscoop”. Lees: omdat televisie niet de norm is.

Deep in a dream of you

I’M THE SAME I’M AN OTHER: Caroline Strubbe

De sterke eigen markt wordt aangevuld met een heel eigen systeem van productiesubsidies. Waarbij het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) duidelijke principes aanhoudt. Zo moeten puur commerciële films zoals Fritz en Freddy (Marc Punt), Bingo (Rudi Van den Bossche) en Kampioen zijn blijft plezant! (Johan Gevers) hun geld uit de markt halen. Terwijl het onderscheid dat gemaakt wordt tussen beginnende filmmakers en mensen die verder zijn er voor zorgt dat regisseurs gestimuleerd worden om door te gaan. Wat zorgt voor continuïteit.

Een andere cruciale factor is de tax shelter, een in 2003 opgericht fiscaal gunstregime bedoeld om investeringen aan te trekken. Aanleiding was de vaststelling dat zelfs internationaal gevierde films zoals C’est arrivé près de chez vous (Remy Belvaux, André Bonzel en Benoit Poelvoorde) en Rosetta (de broers Dardenne) onrendabel bleken. In een zoektocht naar een mechanisme om gelden te verzamelen voor het produceren van films in België oordeelde minister van Financiën Didier Reynders dat de tijd rijp was om investeerders “bescherming tegen belastingen” aan te bieden.

Het concept sloeg aan en de nationale filmindustrie plukte de eerste jaren de vruchten. Het aantal projecten steeg (met zowaar 375%!), de tewerkstelling (acteurs, regisseurs, technici,…) nam een vlucht (+ 23% in de periode 2004-2011) en de productiehuizen boerden goed. Het financieel bilan is dan ook positief: de tax shelter zorgde op tien jaar tijd voor een kapitaalsinjectie van 800 miljoen euro.

Toch is er ook een keerzijde: de tax shelter evolueerde tot een financieel product (met een absurd hoog rendement van 4,5 procent) terwijl er onvoldoende doorsijpelde tot het filmbudget doordat de bemiddelaars het verzamelde geld afroomden. Een eerste voorzichtige herziening is voor de zomer doorgevoerd en alhoewel de meningen verdeeld zijn wordt er geijverd voor verdere aanpassingen. Niemand wil het mechanisme echter afschaffen want iedereen is overtuigd van het heilzame effect van de tax shelter.

Door de rond de tax shelter ontstane heisa ontstond de indruk dat enkel financieel-economische factoren een rol speelden in het succesverhaal. Niets is minder waar. Ook het soort cinema dat gemaakt werd door een frisse, nieuwe filmgeneratie had zijn invloed. Screen International citeert Eyeworks-producent Peter Bouckaert die stelt dat het Vlaamse publiek niet plots ontdekte dat er ook Vlaamse films bestaan, “het is omdat we films maken die distinctief zijn, aansluiten bij onze identiteit en een eigen stijl hebben maar tegelijk ook onderhoudend zijn”.

Volgens regisseur Felix Van Groeningen (Steve + Sky, Dagen zonder lief, De helaasheid der dingen, The Broken Circle Breakdown) doken er “een aantal films op met een zekere frisheid, het besef groeide bij filmmakers dat het ook anders kon én het publiek begon in te zien dat niet alle Vlaamse films aan het clichébeeld van saaiheid en voorspelbaarheid beantwoorden”.

Niet dat er meteen een ‘school’ of een ‘golf’ ontstond. “Het opmerkelijke is dat er geen hechte groep filmmakers is opgestaan maar dat een aantal cineasten elk op een andere, heel eigen, manier films gingen maken en zo ‘hun’ publiek vonden” aldus Van Groeningen, “er ontstond een dynamiek die andere jongeren enthousiasmeert. Ik ben zelf ook op positieve wijze jaloers geweest op het succes van anderen. Dat pushte me om verder te werken aan mijn eigen manier van films maken”. Opmerkelijk was dat deze positieve vibe ook voor het publiek aanstekelijk werkte. De oudere generatie Vlaamse filmmakers stelde vast dat optimisme, energie en positivisme meer aanslaat dan kritiek, negativisme en zelfbeklag maar old habits die hard en de betrokkenen voelden zich Calimero-gewijs vooral ‘gedumpt’.

Autosave-File vom d-lab2/3 der AgfaPhoto GmbH

UNSPOKEN: Fien Troch

De kracht van de nieuwe Vlaamse film is niet enkel zijn frisheid maar ook de diversiteit, de grote verscheidenheid aan films en filmmakers. Van Zot van A (Jan Verheyen), Weekend aan Zee (Ilse Somers) en Brasserie Romantiek (Joël Vanhoebrouck) over The Broken Circle Breakdown tot Little Black Spiders (Patrice Toye), Offline (Peter Monsaert) en Kid (Fien Troch). “De Vlaamse film gaat van mega-arthouse naar veel-te-commercieel, films die op hun manier telkens een publiek vinden”, zegt Van Groeningen, “in tegenstelling tot buurland Nederland zijn er ook films die daartussen zitten en dat zijn nu net het soort films dat ik graag maak”.

De kracht van films zoals Rundskop en De Helaasheid der dingen is volgens hem “dat ze verankerd zijn in Vlaanderen maar tegelijk ook iets universeels hebben. Het allerbelangrijkste is dat het authentieke van hier in onze films zit. Niet de toeristische plaatjes maar de echtheid. We maken niet alleen Loft in Vlaanderen”. Dat bevestigt de Nederlanse scenarist Robert Alberdingk in De Filmkrant: “Een verhaal over levensvragen, over mensen die worstelen met het leven – zoals in Rundskop – dat vinden we in Nederland ongemakkelijk. Dat wordt meteen in de arthouse-hoek gedrukt, ook wat distributie en recensies betreft. Bij de Vlamingen vindt het grote publiek The Broken Circle Breakdown geweldig”.

LBJOF13

LITTLE BABY JESUS: Een fenomeen in Cannes

Onze Noorderburen prijzen ook de eigenzinnigheid van de Vlaamse film. Dat linken ze met de veel grotere drive van Vlaamse filmmakers die het gevoel geven dat ze hun film moesten maken, dat cinema niet zozeer leuk dan wel een levensnoodzaak is. “In Vlaanderen bestaat het vertrouwen dat een maker iets te vertellen heeft” benadrukt Alberdingk.

Het klopt dat deze eigenzinnigheid en gedrevenheid gekoesterd én gestimuleerd worden in Vlaanderen. Verschillende dingen komen hier samen. Beoordelingscommissies die niet selecteren via strikte, theoretische waardeoordelen maar kijken of een project interessant is. Een cinefiele cultuur waarin vorm (creatief gebruik van het medium) en experiment belangrijk zijn. Filmschoolstudenten die zich volledig moeten engageren (ook financieel) om hun eindwerken te kunnen maken.

Samenvattend kunnen we stellen dat het succes van de Vlaamse film inderdaad schatplichtig is aan het financieel-economische kader. Het subsidie- en beoordelingssysteem, de markt en de tax shelter. Maar het succes vloeit ook voort uit de positieve ingesteldheid die filmmakers, journalisten en publiek delen. Natuurlijk is dat succes ook verbonden met een visie die verscheidenheid, eigenzinnigheid en experiment koestert.

Cruciaal is echter dat de Vlaamse film origineel durft zijn, op een filmische manier verhalen vertelt zonder elitair te worden, geënt is op lokale culturen maar daar universele levensvragen aan koppelt. Die lef om creatief te zijn is verstrengeld met een bereidheid bij filmmakers zich telkens weer een essentiële vraag te stellen: welke verhalen willen we écht vertellen? En met de bereidheid van het publiek zich onder te dompelen in deze met passie vertelde verhalen. No guts, no glory.

IVO DE KOCK

(Artikel verschenen in STREVEN, oktober 2013)

0002-1340117614tbcb_still_02_terranda

THE BROKEN CIRCLE BREAKDOWN: Felix van Groeningen