Cannes 2013: Regenachtig Cannes, warm festival. Dromen en driften in het donker

aug 24, 2018   //   by Ivo De Kock   //   actueel, filmfestivals  //  No Comments

LA VIE D’ADELE

On a gagné!” titelde Les Inrockuptibles. De geschiedenis herhaalt zich, na een andermaal uitgeregend Filmfestival van Can­nes ging de Gouden Palm opnieuw naar een Franse productie. Na Amour in 2012 was dit jaar Abdellatif Kechiches La Vie d’Adèle – Chapitre 1 & 2 de verwachte en verhoopte winnaar. In de zalen gaf de barometer ‘stormachtig’ aan. Na enkele door metaforen en doemdenken overheerste edities stond Cannes dit jaar immers in het teken van dromen en driften, van emoties en verlangen. Van zingeving naar zintuiglijkheid, met die evolutie lijkt het tijdperk van de zinderende cinema ingezet.

L’INCONNU DU LAC

Claire Denis streelt met haar camera,” zei acteur Vincent Lindon n.a.v. Les Salauds, “het is alsof ze verliefd is op wat ze filmt. Ze wil haar vinger leggen op de poriën van je huid, op je lichaamsharen, op je ademhaling. Ze kiest voor een soort extreme nabijheid die zelfs geliefden elkaar vaak niet toekennen. Als acteur voel je je geliefd en gerespecteerd; elk wantrouwen valt daardoor weg”.

Lindon en Chiara Mastroianni in Les Salauds, Adèle Exarchopoulos en Léa Seydoux in La Vie d’Adèle – Chapitre 1 & 2, Bérénice Bejo en Tahar Rahim in Le Passé, Matt Damon en Michael Douglas in Behind the Candelabra, Marine Vacth in Jeune et jolie, Pierre Deladonchamps en Christophe Paou in L’Inconnu du Lac, Léa Seydoux en Tahar Rahim in Grand Central, Ryan Gosling en Kristin Scott Thomas in Only God Forgives; heel veel acteurs en actrices gaven zich letterlijk en/of figuurlijk bloot tijdens de 66ste editie van het Filmfestival van Cannes.

GRAND CENTRAL

In een festival dat in het teken stond van de zintuiglijkheid, van driften en verlangens, droegen acteurs de films, voor zover ze al niet het verhaal waren. Gedreven en gestuwd door de dromen die filmmakers met veel gevoel voor mise-en-scène – en soms zelfs dankzij een opmerkelijke schriftuur – in het donker op de kijkers loslieten. Niet toevallig want auteurs zijn thuis aan de Franse Rivièra; met dank aan een nationale cultuur die auteur-cinema koestert.

Dat benadrukten Franse cinefielen en journa­listen graag want de gemoederen laaiden de jongste maanden hoog op in een land waar aangekondigde en doorgevoerde overheidsmaat­regelen de nationale filmindustrie op zijn grond­vesten doen daveren. De vreugde was groot omdat voor het tweede jaar op rij een Franse film met de Gouden Palm aan de haal ging; nadat het ritme veeleer op eenmaal om de 21 jaar lag (Un homme et une femme in 1966, Sous le soleil de Satan in 1987 en Entre les murs in 2008).

ONLY GOD FORGIVES

Maar euforie bleef uit omdat de filmwereld vreest dat ‘haar’ overheid het wankele – maar o zo diverse en per-formante – ecosysteem genaamd ‘Franse cinema’ dreigt te vernietigen met allerlei aanpassingen. “Behoud wat goed is en waar de wereld ons om prijst,” klonk het in koor. Smekend en met een vurigheid die gereserveerd leek voor het Franse nationale voetbalelftal. Waardoor het “On a gagné!” meer uitdrukte dan trots en opluchting. Met name een snuifje frustratie en een tikkeltje woede.

Tussen treurnis en euforie

Na regen kwam zonneschijn op de Croisette maar de triomf van Kechiche camoufleerde amper het sinds begin 2013 heersende gevoel van malaise. Luidkeels wordt er geklaagd over de werkomstandigheden tijdens filmopnames, over de (volgens sommigen te hoge) salarissen van acteurs en over de catastrofale gevolgen van het eventueel wegvallen van de uitzonderings­situatie van cinema. Met een stabiel bioscoop­bezoek, een behoorlijk marktaandeel voor Franse films en internationale erkenning voor de kwaliteiten van de Franse cinema is de toestand nochtans verre van slecht.

Voorlopig volgens pessimisten. Ondanks de alomtegenwoordigheid van Franse filmproducties in Cannes. Met zes films in de Officiële Competitie (werk van Desplechin, des Pallières, Kechiche, Ozon, Polanski en Valeria Bruni Tedeschi), drie in de sectie Un Certain Regard (Denis, Guiraudie en Zlotowski) en nog enkele in de andere nevensecties. Maar vooral ook een reeks films die zonder Franse in­breng niet gerealiseerd hadden kunnen worden. Van Le Passé (Asghar Farhadi) en Only God Forgives (Nicolas Winding Refn) via Heli (Amat Escalante) en Grigris (Mahamat-Saleh Haroun) tot La Grande Bellezza (Paolo Sorrentino) en The Immigrant (James Gray).

BEHIND THE CANDELABRA

Al dient gezegd dat het beeld vertekend is doordat het ‘film als kunstvorm’ idee gekoesterd wordt door een festival dat auteurcinema graag een vitrine biedt. Cannes creëert met veel plezier een parallel universum dat zuurstof aanreikt aan het Franse film-ecosysteem. Wat niet belet dat in de reële wereld er interne (een collectieve arbeidsovereenkomst die ongunstig zou zijn voor kleine producties) en externe (Amerikaans-Europese overeenkomsten die beschermings­maatregelen op de helling zetten) gevaren dreigen.

Bovendien is er volgens Wild Bunch baas Vincent Maraval sprake van een recessie: de dvd-verkoop daalt, video on demand komt niet van de grond, illegale downloads knabbelen aan de inkomsten, zaaluitbaters zetten vooral in op snoepverkoop en televisiezenders programme­ren uitsluitend nog films omdat beheersover­eenkomsten hen ertoe verplichten. Overdreven focussen op financiering verziekte bovendien de mentaliteit: “In plaats van te zeggen ‘Ik ben blij, mijn film is goed’ stelt men ‘ik ben blij, mijn film is goed gefinancierd’. In dat proces verrijken sommige producenten, regisseurs en acteurs zich en heeft de film geen belang meer. Cinema moet een collectief avontuur blijven al beweren talloze technici dat ze niet meer het gevoel hebben een avontuur te delen; ze worden geconfronteerd met overbetaalde individuen die amper met hen spreken en lak hebben aan het welslagen van de film.”

BLOOD TIES

Toch is morrelen aan ‘l’exception culturelle‘ in naam van uitwassen bijzonder gevaarlijk in tijden dat weinigen nog durven, willen of kunnen gokken. “Er zijn er niet veel die nog 2 miljoen euro investeren in een film van Desplechin over de psychotherapie van een indiaan (Jimmy P.),” zegt Maraval, “zes miljoen in een hommage aan de Hollywood-films van de jaren 7o door Guillaume Canet (Blood Ties) of tien miljoen in een spectaculair intimistisch drama van James Gray (The Immigrant).” Laat staan dat kleinere projecten een kans krijgen. Ook al is de triomf van Kechiche een les. De Gouden Palm-winnaar draait economisch maar filmt vooral persoonlijk. “Hij is ultra-hedendaags,” stelt Maraval, “zijn observatievermogen is zo sterk dat je de indruk krijgt ‘live’ een verhaal te beleven, mensen te zien zoals ze zijn; dankzij de eerste liefdesgeschiedenis van een adolescente en de eerste emotionele kwetsuur.”

Verscheurde emoties

Openingsfilm en literaire adaptatie The Great Gatsby introduceerde de driehoeksrelatie als thema – in de klassieke vorm met een man en een minnaar die strijden om een vrouw – maar daar waar bij Baz Luhrmann de metafoor (en de clash tussen geld en liefde) nooit ver weg is, verbinden de Franse Cannesfilms het thema met passie en het zintuiglijke. Verscheurende emo­ties en autodestructieve driften verschijnen zo op het toneel. Dat resulteert in beklijvende films zoals Grand Central van Rebecca Zlotowski (Belle épine) waarin Léa Seydoux een proletari­sche vamp speelt die zowel haar toekomstige echtgenoot als haar minnaar doet tilt slaan. Karole combineert sensualiteit en mannelijk­heid, kordaatheid en intuïtiviteit.

GRAND CENTRAL

Ze werkt in een nucleaire centrale en woont samen met haar collega’s in een caravanpark bijna onder de reactorgebouwen. Haar geliefde Gary (Tahar Rahim), een ongeschoolde arbeider en een ongeleid projectiel op zoek naar een kader, flirt met radioactieve besmetting om in haar buurt te blijven. Waardoor hun relatie in het teken van gevaar staat en weerspiegeld wordt in het contrast tussen de vredige (maar door de centrale veranderde) natuur en de gevaarlijke menselijke, industriële activiteit.

De verdienste van Zlotowski is dat ze een onzichtbare dreiging – nucleaire besmetting én een gewelddadige explosie van emoties – tastbaar maakt en zowel de angsten als de driften op tragisch-dramati­sche wijze crescendo voert. Ze laat Seydoux haar personage zonder psychologische backstory opbouwen, zoals iemand zonder verleden en een met een toekomst die vorm krijgt door viriele vrouwelijkheid. Zo ontstaat een giftig (onmo­gelijk) liefdesverhaal tegen een achtergrond van vervreemding en klassenstrijd. Met personages die uitgebuit worden maar hun persoonlijkheid bewaren. En een verstrengeling van radioactieve en amoureuze besmetting.

THE GREAT GATSBY

Ook in Le Passé van Asghar Farhadi zijn er driehoeken die voor emotionele opschudding zorgen. Marie zit geklemd tussen haar bijna toekomstige ex-echtgenoot en haar nieuwe geliefde die zelf verscheurd blijft tussen zijn nieuwe geliefde en een echtgenote die in coma belandde na een zelfmoordpoging. “Mijn personage weerspiegelt Farhadi’s visie,” aldus Bérénice Bejo, “voor hem zijn het de vrouwen die de wereld doen vooruitgaan.” Zoals in About Elly en A Separation spelen verscheurende emoties en foute percepties een tragische rol maar Farhadi benadrukte dat “de complexe evenementen die voor conflicten zorgen ditmaal in het verleden liggen en niet in het heden. De waarheid ligt achter de personages en er is tijd overgegaan. Het enige wat overblijft, is de herinnering, een subjectieve visie gefilterd door emoties. De samenloop van gevoelens maakt de waarheid nog complexer en waziger.”

In Frangois Ozons Jeune et jolie zit scholiere Isabelle ook klem tussen (minstens) twee man­nen maar haar door verveling en egoïsme ge­dreven zoektocht weerspiegelt vooral een koele en wrede tijdgeest. Ozon schetst een personage dat in vuur en vlam staat maar toch zwijgzaam en afstandelijk blijft. “Klaag nooit en verklaar niets,” dat is haar motief. “Ze beleeft wat ze moet beleven,” zegt actrice Marine Vacth, “ze zoekt geen excuses, wil niet discussiëren omdat haar gedrag slechts haarzelf aangaat.”

Passie op drift

De Franse cineaste Katell Quillévéré (Un poison violent) tekent met Suzanne voor een naturalis­tisch sociaal melodrama dat draait rond een vu­rige antiheldin. De door Sara Forestier vertolkte jonge vrouw is een rebel without a cause die zich reflexmatig tegen een doorsneebestaan verzet en door radicale keuzes in de marge belandt. Als zwangere adolescente besluit ze haar baby te houden “omdat ze er zin in heeft” en wanneer ze dolverliefd wordt op een kleine crimineel laat ze haar kind, zus en vader in de steek.

SUZANNE

Na om­zwervingen en Bonnie & Clyde-avonturen wacht de gevangenis. Confronterend maar ook daarna blijkt ze – ondanks een verzoening met haar familie – niet in staat om zich te ‘conformeren’, om zich te ‘gedragen’ en een ‘normaal’ bestaan te leiden. Suzanne wordt gedreven door passie ­liefde en levenshonger – en blijft zich verzetten tegen het uitzichtloze bestaan van haar vader en zus, vertegenwoordigers van een vervreemde en machteloze klasse. Zelfs wanneer een tragedie voor schuldgevoelens zorgt.

Met de naturalistische fabel L’Inconnu du Lac serveerde Alain Guiraudie (Le roi de l’évasion) de culthit van het festival, een gay thriller met een hoog hypnotisch gehalte. Een film die tegelijk erg extreem (vol frontaal naakt en expliciete seks) en bijzonder eenvoudig is. Een beperkt aantal locaties (een meer met strand, bosjes en een parking) en alsmaar weerkerende situa­ties en personages. Een exclusief mannelijk universum dat vrouwen én de economische realiteit weert. Badend in zomers licht en een vakantiesfeer.

Leidraad is de driehoeksrelatie van de jonge levensgenieter Franck, zijn viriele en mysterieuze minnaar Michel en de melan­cholische dertiger Henri die Francks anker en Michels slachtoffer wordt. Een andere driehoek is die tussen drift, verlangen en gevaar. Wan­neer het lijk van een van de dragueurs opduikt, verschijnt een politie-inspecteur op het toneel maar diens onderzoek verstoort de dagelijkse routine amper. Het slachtoffer mag dan bekend zijn, niemand ligt wakker van zijn lot. Of van de ermee verbonden dreiging. Een homofobe serie­moordenaar remt de driften niet af. Gevaar blijkt verbonden met verlangen.

L’INCONNU DU LAC

De erotische passie bevat een tikkeltje angst, een vleugje liefde, een portie seks en een snuifje dood. La petite mort kan omslaan in een brutale slachtpartij. “Het is geen film over homoseksualiteit,” stelt acteur Pierre Deladonchamps, “het gaat over iets libertairs en utopisch, een uitnodiging om zich open te stellen voor alle verlangens.” Helaas werd dat staaltje uitgepuurde en zinderende cinema ge­weerd uit de competitie waardoor deze mijlpaal in de Franse cinema (het was lang wachten op de opvolger van Patrice Chéreau’s L’homme blessé en Jean Genets Chant d’amour) vrede moest nemen met een troostprijs.

Ook het brutaal sensuele Les Salauds van Claire Denis (White Material) bleek te verontrus­tend en te weinig afgelikt om voorgelegd te wor­den aan Spielbergs jury. Denis tovert het gegeven van ‘verboden geliefden’ om in een ongewoon`passie op drift’ -verhaal waarin een viriele macho en een ambivalente, gevaarlijke vrouw afwisselend sensueel en gewelddadig botsen. En wraak (Vincent Lindon wil zijn zus wreken) koud geserveerd wordt. Feminisme en vrouwen­cinema zijn termen die Denis de kast opjagen, maar deze hedendaagse en erg fysieke film (we kijken naar organisch ontwikkelende driften en niet naar didactische metaforen) is ook een ode aan de vrijheid van een vrouw. Een moeder gedreven door het verlangen om het overleven van haar kind te verzekeren.

Amerikaanse dromen en Europese trauma’s

Sinds de Nouvelle Vague cultiveren Franse filmmakers hun liefde-haatrelatie met de Amerikaanse cinema. Daardoor wordt vaak half-meewarig, half-afgunstig gereageerd wanneer cineasten in de VS gaan draaien. Dat mochten Guillaume Canet (Blood Ties) en Arnaud Des-plechin (Jimmy P.) ervaren. Hun ‘Amerikaanse’ films werden verdeeld onthaald. Canet (Les petits mouchoirs) koos voor een remake van Liens du sang (een drama uit 2008 waarin hij acteerde) en vooral een ode aan de seventies via het verhaal van de rivaliteit tussen een gangster en zijn broer die agent is.

JIMMY P.

Scenarist James Gray injecteert Amerikaanse sfeer en dramatiek terwijl acteurs Clive Owen, Marion Cotillard en Matthias Schoenaerts (die met weinig woorden psychotische brutaliteit en gevaarlijke passie uitstraalt) voor het melting pot gevoel zorgen. Desplechin (Un conte de Noël) adapteert het referentiewerk van de Franse etnoloog en psychoanalist Georges Devereux (Mathieu Amalric) en toont de relatie tussen een militair met indiaanse roots (Benicio Del Toro) en de man die diens tijdens WO II opgelopen trauma’s moet behandelen. Desplechin schiet fraaie vista’s maar concentreert zich vooral op een mentaal landschap, blootgelegd via intense dialogen. Langzaam krijgen we een kijk op een malaise, een persoonlijkheid en de werking van het geheugen. Niet alleen de link tussen het geestelijke en het fysieke maar ook de gaten in het geheugen komen zo in beeld. Terwijl de ene (traumatische) slachtpartij de andere blijkt te verbergen.

LE DERNIER DES INJUSTES

Er is een lijn die loopt van frontgevechten tijdens de Tweede Wereldoorlog naar de indiaanse genocide en de Holocaust. Daarmee zijn we terug in Frankrijk en bij de ma­gistrale documentaire Le Dernier des Injustes van Claude Lanzmann, de man van Shoah die ooit de gevleugelde woorden sprak: “Je tue les nazis avec ma caméra“. Zijn 3u38 durende zesde film graaft in het geheugen via de tragische en ambigue geschiedenis van een Shakespeareaanse antiheld: Benjamin Murmelstein, de leider van de omstreden (van collaboratie beschuldigde) Jodenraad die in Theresienstadt een modelgetto moest bestieren en jarenlang met Adolf Eichmann heeft samengewerkt. Leidraad zijn de door Lanzmann in 1973 gevoerde gesprekken met Murmelstein die tot nu toe niet bleken te passen in zijn films.

Logisch want daar waar Shoah ging over de dood en Sobibor over het verzet draait Le Dernier des Injustes om overleven. Toch is er iets dat deze ‘trilogie’ verbindt. De Holocaust uiteraard maar vooral ook de menselijkheid die ondanks verpletterende onmenselijkheid schuilgaat achter het grootste verhaal van de 2oste eeuw. Een verhaal van moed en lafheid waar Lanzmann zelf inbeeld verschijnt. Als er een ding ons zal bijblijven van dit festival dan is het zijn présence, de uitstraling van een film­maker met een immense impact. “De films van Lanzmann hebben een generatie toeschouwers uitgevonden,” aldus Arnaud Desplechin, “een privilege dat weinig cineasten delen: Chaplin uiteraard, aan wie Lanzmann me vaak doet denken.”

IVO DE KOCK

(Artikel verschenen in FILMMAGIE, n°636, juli-augustus 2013)

THE IMMIGRANT

Leave a comment